Uitdagen! Dan leren jongens beter

Veel jongens presteren onder hun niveau op school. In Culemborg wordt daarom geëxperimenteerd met een jongensachtige leerstijl. Spanning, avontuur en competitie in de klas.

Een kleine overhoring van het huiswerk. Docent Robbie Dekker vraagt het Engelse woord voor 'verslaan'. Danny weet het niet. ''Beat. Feyenoord beats PSV", zegt de docent Engels.

Onlangs heeft Dekker zijn klas mailtjes laten sturen naar Engelse voetbalclubs met het verzoek om een penvriend. Dat was ook een opdracht die in de smaak viel. De meeste jongens uit h2a van de Openbare Regionale Schoolgemeenschap (ORS) Lek en Linge in Culemborg reageerden superblij toen ze ook een reactie uit Engeland kregen.

Moeilijke grammatica verstopt in een quiz, rondkijken in een woonwijk in plaats van een saaie paragraaf in een lesboek over ruimtelijke ordening. Dat is jongensachtig onderwijs. Lek en Linge begon vorig schooljaar met een 'klein uitprobeerproject' om onderpresterende jongens met een voor hen aansprekende, uitdagende manier van lesgeven toch weer op hun eigen niveau te krijgen. Er zijn overigens ook veel meiden die baat bij een jongensachtige leerstijl hebben, zo blijkt in Culemborg.

Decennia lang waren er emancipatieprogramma's, campagnes als 'Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid', om de achterstand van meiden in het onderwijs ongedaan te maken. Toen Joost van Rijn, algemeen directeur van Lek en Linge, een paar jaar geleden alarm sloeg dat op zijn school nu de jongens ver achterbleven, bleef het stil. "Ik merk soms de teneur van: 'Net goed. De jongens zijn 200 jaar aan de macht geweest, nu is het aan de meisjes'. Ik vind dat zo'n primitieve reflex. Er gaat zoveel talent verloren."

Landelijk haalden jarenlang 17.000 jongens tegenover 14.000 meiden hun vwo-examen. Inmiddels is die verhouding omgedraaid. Jongens onderpresteren, ze doen langer over hun school, ze vallen vaker uit. Van Rijn: "Bij ons schommelde het percentage jongens in de bovenbouw vwo op 40 procent. Daarnaast telden we veel jongens op het vmbo met havo-advies, op de havo met vwo-advies."

Van Rijn zocht contact met Lydia Krabbendam, hoogleraar onderwijsneuropsychologie van de VU (zie kader). Zij legde uit dat het potentieel van jongens met de huidige onderwijsmethodiek onvoldoende wordt aangesproken en pleit voor een andere leerstijl, die jongens uitdaagt: 'Trial and error', uitproberen en leren van je fouten. Van Rijn: ''Neem het bouwpakket van de Gamma. Jongens zullen sneller geneigd zijn het uit te pakken en aan de slag te gaan, om er dan vaak achter te komen dat ze toch de handleiding nodig hebben. Meisjes bestuderen eerst het boekje voor ze aan de slag gaan."

Van Rijn, sinds 1979 werkzaam in het onderwijs, noemt zijn vakgebied 'gefeminiseerd'. "Er wordt steeds meer via de stap-voor-stap-methode gewerkt. Taal is steeds belangrijker geworden. Zelfs wiskunde werkt met verhaaltjes-sommen. Dat werkt bij meisjes, maar voor een groep jongens is dat heel lastig. Die houden van spelelementen, competitieve opdrachten. Maar competitie: dat lijkt in het onderwijs nog vaak not-done. Terwijl spanning, avontuur en risico voor sommige jongeren heel stimulerend werken. Langs de rand van het ravijn bloeien de mooiste bloemen. Maar als je niet eens in de buurt van het ravijn mag komen..."

Met terugwerkende kracht vinden ze het onbegrijpelijk, belachelijk zelfs dat er in de lerarenopleiding geen aandacht was voor verschillen tussen het jongens- en meisjesbrein, zeggen Pieter Datthijn (docent Nederlands en teamleider), Robbie Dekker (Engels) en Jop van der Kuil (aardrijkskunde). "Het ging in de opleiding voor 70 procent over vakinhoud, plus de inrichting van je stage. En dan nog een klein stukje over hoe de leerling in elkaar zit. Maar dan de leerling m/v. Maar je krijgt dus geen bagage mee over de verschillen van leren en denken tussen jongens en meisjes", zegt Van der Kuil.

De drie docenten maken deel uit van een team dat van Van Rijn mocht gaan 'proeftuinen', met twee tweede klassen met jongens én met meisjes die in het brugjaar slechter presteerden dan verwacht. Datthijn: "Ik ben er veel over gaan lezen. Maar het is toch vooral een kwestie van uitproberen en op je bek gaan, veel overleggen en van elkaar leren. Soms boek je een succesje met iets dat je hebt bedacht en ben je trots, soms is het drie keer niks. Ik had die quiz bedacht, met vragen over ontleden. Maar na een half uur zag ik de kopjes al hangen. Te schools, niet uitdagend genoeg. Dan is de les: grammatica kun je niet jongensachtig brengen."

H2a is een klas met kinderen die eind vorig schooljaar eigenlijk vmbo scoorden, maar nu met de andere leerstijl toch een herkansing krijgen voor de havo. Bij jongensachtig onderwijs hoort ook een uur extra sporten, om daarna weer 'fris' aan twee uur huiswerkbegeleiding te beginnen.

Voor dit beweeglijke klasje stuiterende pubers is een lesuur van 70 minuten stilzitten een kwelling. Maar als docent Dekker de leerlingen opdraagt elkaar te interviewen, is er toch enige schroom en blijven ze eerst beduusd op hun plek. Later mogen ze ook in groepjes een opdracht in de aula doen. "De muren van het lokaal zijn geen grenzen, ik gebruik nu het hele gebouw. Daarmee geef je de regie wat uit handen, want je kunt niet overal bij zijn. Dat is best eng, maar als je de groep duidelijk aangeeft wat je aan het eind van ze verwacht, dan kan het. "

Van Rijn en locatiedirecteur havo Luuk van Beers wilden hun proeftuin klein beginnen. "We hebben voorzichtig een steen in de vijver gegooid. Bij ons op school zijn er steeds meer leraren die interesse tonen en mee willen doen. En er is een basisschool die overweegt onze werkwijze in te voeren."

Van Rijn zegt dat na het eerste schooljaar 25 procent van de twee 'jongensachtige' klasjes beduidend beter was gaan presteren. "Maar het echte resultaat kun je pas aan het eind van hun schoolcarrière meten. Dan kun je zien of het een tijdelijke opleving was, of dat we ze hiermee daadwerkelijk goed op weg hebben geholpen."

Gescheiden lessen
Voorzitter Wim Kuiper van de Besturenraad, vereniging voor 2200 christelijke scholen, opperde in augustus 2011 in Trouw, te experimenteren met gescheiden lessen voor jongens en meisjes. "Die oproep heeft veel discussie losgemaakt, het onderwerp staat nog steeds hoog op de agenda. Voor zover wij weten is het nog niet tot experimenten gekomen. Dit ligt kennelijk te gevoelig in de Nederlandse context", aldus Kuiper.

Het ministerie van onderwijs liet vorig jaar twee onderzoeken uitvoeren naar 'mogelijkheden om de schoolloopbaan van jongens positief te beïnvloeden'. Die onderzoeken (van het Kohnstamm Instituut en onderwijsadviesbureau APS) leidden tot de digitale 'Handreiking J/M', van de stichting leerplanontwikkeling, bedoeld voor docenten, mentoren, schoolleiders. "Dat is heel vrijblijvend, voor de individuele leraar. Verder gebeurt er zo weinig", zegt directeur Van Rijn van Lek en Linge. "Ik ben er trots op dat wij het aandurven er echt mee aan de slag te gaan. "

"In mijn ideale wereld bestaan geen aparte jongens- en meisjesscholen", zegt hoogleraar onderwijsneuropsychologie Lydia Krabbendam. "Ik zie daar ook weinig animo voor. Maar dit experiment in Culemborg is een mooi poldermodelletje", aldus Krabbendam die er de effecten van de aanpak van de jongensachtige leerstijl onderzoekt.

Nederland scoort, zegt Krabbendam, hoog in de tegenstelling roze - blauw, in de keuze voor het speelgoed: de stereotypen. "Jongens wordt ontmoedigd met poppen te spelen, en vader en moedertje. Dat gebeurt vanaf de geboorte van huis-uit, maar ook de omgeving en de commercie spelen daarbij een grote rol. In veel landen om ons heen ligt het meer voor de hand dat meisjes voor exacte vakken kiezen, voor techniek."

Hoe meer je de verschillen tussen jongens en meisjes benadrukt, des te groter worden die. Desondanks steunt Krabbendam dit initiatief in Culemborg: "Omdat je niet mag negeren dat een groep jongens baat heeft bij een andere manier van onderwijs. Dat is nu vooral gericht op veel samenwerken, in groepjes redelijk zelfstandig opdrachten uitvoeren. Meisjes zijn daar gemiddeld genomen beter in. Natuurlijk moeten jongens, net als meisjes die daar moeite mee hebben, dat ook leren, maar je moet ze daarbij niet aan hun lot overlaten. De vaardigheden moeten gaandeweg worden bijgebracht."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden