Uitbehandeld, opgebloeid

Elk jaar hebben 40 000 kinderen professionele hulp nodig omdat ze psychische of psychiatrische problemen hebben. De meeste kinderen genezen. Maar als dat er niet in zit? Voor die kinderen is er nog veel te weinig opvang, waarschuwt een nieuw rapport.

Wybo Algra

Joris was nogal stilletjes, zo omschrijft hij het zelf. Hij werd veel getreiterd, zijn klasgenoten op de havo vonden dat hij raar deed. Zo gaat dat op de middelbare school: wie raar doet, is het pispaaltje. Hij wil er niet al te veel woorden aan vuil maken, hij denkt er liever niet meer aan. Uiteindelijk ging Joris een paar jaar in dagbehandeling bij het Haagse centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie De Jutter, en naar een speciale school op het instellingsterrein. Maar na afloop van de behandeling zag hij nog steeds niemand. Hij zat aldoor op zijn kamertje, thuis bij zijn moeder.

Moet je hem nu zien: een frisse jongen van negentien. Blond springerig haar, leuke kleren. De afgelopen anderhalf jaar woonde Joris in Kadans, een speciale beschermende woonvorm voor jeugdigen zoals hij in de Sumatrastraat, in de Haagse Archipelbuurt. De stille Joris bloeide daar gaandeweg op. Hij begon te praten met zijn begeleiders, 'over problemen en zo'. Vooral contactuele dingen, licht hij toe. Vorige maand verhuisde hij naar de Van Alkemadelaan, naar een dependance van Kadans. Dat is wat zelfstandiger. Er zijn niet dag en nacht, maar alleen in de namiddag en 's avonds begeleiders aanwezig. De tien jeugdige bewoners beheren hun eigen kas en mogen zelf weten hoe laat ze 's avonds thuiskomen. En sinds twee weken zit Joris op een gewone mbo-opleiding, in een klas van dertig. Het gaat beter dan hij dacht.

Kadans is één van de weinige beschermende woonvormen – ofwel ribw's – voor kinderen en jeugdigen met een chronische psychiatrische ziekte, zoals autisme, schizofrenie, depressiviteit en borderline-stoornissen. De meeste bewoners zaten eerst in een centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Ze waren daar uitbehandeld, en de klinieken wisten niet meer goed raad met hen. Volledig herstel zit er niet in, hun ziekte is blijvend. En om allerlei redenen kunnen sommigen van deze kinderen niet terug naar hun ouders. Omdat die niet goed met hen kunnen omgaan, zelf soms psychische problemen hebben, of omdat deze jongeren zelf ook niet altijd de makkelijksten zijn.

Vroeger zouden ze misschien wel jarenlang onnodig in de jeugdkliniek zijn gebleven. Mogelijk zouden ze daarna geruisloos zijn doorgeschoven naar een psychiatrisch ziekenhuis voor volwassenen. In Kadans, in 1994 de eerste ribw voor kinderen en jeugdigen, zijn ze veel beter op hun plaats. Maar landelijk zijn er nog lang niet genoeg van dergelijke woonvormen. In totaal zijn er enkele tientallen plaatsen, verspreid over een handjevol locaties, weet Jack Dane van de brancheorganisatie GGZ Nederland. Dit terwijl ongeveer 300 kinderen en jeugdigen behoefte hebben aan zo'n woonomgeving, blijkt uit het nieuwe rapport 'Kinderen en jeugdigen met chronisch psychiatrische problematiek'.

Dat dergelijke beschermende woonvormen voor jeugdigen er nog maar zo weinig zijn, ligt volgens Ben Koops van ribw Den Haag – waaronder Kadans valt – onder meer aan dat woord 'chronisch'. Koops: "Dat zulke jonge kinderen chronisch ziek zijn, is voor velen – ook voor het ministerie van volksgezondheid – moeilijk te accepteren." Het is helaas niet anders: vijf tot tien procent van de kinderen in klinieken voor kinder- en jeugdpsychiatrie is uitbehandeld, maar niet helemaal beter. In Kadans leren ze desondanks zo goed mogelijk op eigen benen te staan. Weer terug te keren in de maatschappij, zoals Joris het uitdrukt.

Want deze kinderen zijn kostbare jaren misgelopen. Bij sommigen openbaarden de problemen zich al op hun tweede jaar. Ze kunnen alles hebben gehad: medisch kinderdagverblijven, instellingen voor verstandelijk gehandicapten, pleeggezinnen, internaten. Bij anderen kwam de psychiatrische kwaal later aan het licht, bijvoorbeeld bij de overgang van de lagere naar de middelbare school. Terwijl hun leeftijdgenoten de woelige puberjaren ingingen, hadden deze kinderen wel iets anders aan hun hoofd.

Zoals Andrea. Een bedeesde, welwillende glimlach, lang donker haar. Ze oogt jong voor haar zeventien jaar. Op haar dertiende, in de eerste klas van het vwo, raakte ze in een psychose. Over die tijd is ze al even zwijgzaam als Joris. Vier jaar bracht ze door in het kinder- en jeugdpsychiatrisch centrum Curium in Oegstgeest. In de weekeinden ging ze naar haar vader of haar moeder, doordeweeks voor halve dagen naar een speciale school waar ze in een groepje van zes mavo-onderwijs kreeg. Nu heeft ze nog twee jaar te gaan op het vmbo, ook op een speciale school voor jeugdigen met psychische problemen. De school is in Leiden. Daar gaat ze elke dag met de trein naar toe nu ze – pas sinds een maand – in Kadans woont.

Een hele vooruitgang naar zelfstandigheid, vindt ze haar verhuizing. Het bevalt haar goed tot dusver. Ze heeft het naar haar zin op haar etage, die ze deelt met vier anderen. Koken doen ze om de beurt. Dat kan ze al jaren, dat heeft ze geleerd in Curium. Ze kan het goed vinden met een meisje op een van de drie andere etages. Andrea wil graag in Kadans blijven tot ze haar vmbo-diploma heeft. Later wil ze werken in een kinderdagverblijf, en een flatje voor zichzelf. Misschien wel met een vriendje, knikt ze, al is ze daar zo te zien nog niet erg mee bezig.

Kinderen zijn al vanaf hun twaalfde welkom in Kadans. Maar de jongste tot dusver was veertien bij opname, de anderen vijftien of ouder. Dan moeten ze nog aan hun puberteit beginnen, vertelt teamleider Peter Holman. Want hoe jong ze ook zijn, ze zijn al flink gehospitaliseerd. In Kadans moeten ze als het ware afkicken van zorg. Holman: "Wij willen dat ze sporten, en dat ze leuke dingen doen. Puberen mag hier. We benaderen ze als gewone kinderen. Als ze de deur dichtknallen, zoeken we daar geen ingewikkelde psychologische verklaring voor die binnen hun ziektebeeld past. Alle jongeren slaan wel eens met een deur. En als ze zeuren, roepen we dat ze hun kop moeten houden."

Er mag dan ook van alles in Kadans. Voor de twintig bewoners in de Sumatrastraat zijn 24 uur per dag begeleiders aanwezig, maar ze hebben hun eigen kamer met tv en hun eigen buitensleutel. Ze mogen uitgaan, als ze zich maar houden aan de tijd waarop ze weer binnen moeten zijn. Vriendjes of vriendinnetjes kunnen – in overleg met de ouders – blijven slapen. In huis zijn alcohol en drugs strikt verboden. Maar als iemand een keertje stomdronken thuiskomt, maken de begeleiders daar geen groot drama van, en buitenshuis in het weekeinde een stickie roken wordt gedoogd.

"Maar jongeren die zich aan alle huisregels onttrekken, die verkeerde vriendjes naar binnen halen, stelen en agressief zijn tegen de andere bewoners, daar kunnen we hier helemaal niks mee. Daar lijden de andere jongeren te zeer onder", zegt coördinerend begeleider Margo Brand. "Al selecteren we daar streng op, af en toe glipt er eentje tussendoor. Of we besluiten het toch te proberen, omdat we iemand graag een kans willen geven."

Onhandelbaar gedrag, fysiek of verbaal geweld, of bijvoorbeeld gevaarlijk zijn met vuur, was tot eind vorig jaar reden om dertien bewoners weg te sturen. Dat blijkt uit een evaluatie over de eerste acht jaar van Kadans. Op dat moment waren er 106 (ex-)bewoners. Van de jongeren die vertrokken waren, woonde meer dan de helft zelfstandig. Anderen waren weer thuis bij hun ouders, en tien ex-bewoners zaten in een ribw voor volwassenen. Meer dan de helft had betaald werk, anderen volgden een opleiding, deden vrijwilligerswerk of zaten in een leer/werkproject.

"Het blijft een kwetsbare groep", benadrukt Ben Koops van Ribw Den Haag. Onlangs hoorde hij nog dat een vroegere bewoner, nu begin twintig, opnieuw een psychose had gekregen. Daar tegenover staan de ex-bewoners die het toch aardig hebben leren te rooien, al betekent dat niet voor iedereen hetzelfde. Als een jongere de conclusie trekt dat hij het voorlopig niet redt zonder begeleiding, en daarom naar een volwassenen- ribw gaat, dan wordt dat niet beschouwd als falen. Een meisje dat drie jaar op zichzelf woont en tevreden is met haar vrijwilligerswerk, daar zijn de hulpverleners ook tevreden over, net als over de jongen die nu getrouwd is en een kind heeft.

Voor Joris was de overgang naar de vrijere dependance in de Van Alkemadelaan al een hele stap. De beschermde omgeving van Kadans bevalt hem, hij zou wel altijd willen blijven. Maar hij moet verder, vindt hij. Na zijn mbo-opleiding wil hij niet verstoffen achter een computer, dat weet hij al wel. Misschien dat hij iets met personeelswerk gaat doen. Aan zijn klasgenoten heeft hij niets verteld over zijn leefomstandigheden. Als ze hem ernaar vragen. dan zegt hij dat hij op kamers woont.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden