Uit profaan conflict dreigt godsdienststrijd in Ghana

AMSTERDAM - “Mijn grote zorg is dat mensen van buiten tweedracht komen zaaien binnen een samenleving waarin sinds mensenheugenis men zelfs verbaal nooit ruzie heeft gemaakt over religieuze verschillen. Als we toelaten dat externe krachten greep krijgen op ons land zal het met de vrede snel gedaan zijn.”

De uitspraken betreffen Ghana en komen uit de mond van ds. Johnson Mbillah (39), directeur van de interreligieuze afdeling van de presbyteriaanse kerk in dat land en adviseur West-Afrika voor Procmura, een inter-Afrikaanse organisatie die zich bezighoudt met de betrekkingen tussen christenen en moslims. Mbillah is momenteel in Europa ter afronding van zijn dissertatie die eveneens de relatie tussen beide godsdiensten tot onderwerp heeft. “Wat wij hier in Ghana beleven is typerend voor heel zwart Afrika.”

Provocaties

Ds. Mbillah maakt zich zorgen over het feit dat de laatste jaren fanatieke christelijke en moslimpredikers, met steun uit het buitenland, actief zijn. Met hun provocaties zorgen ze voor onrust en tweespalt onder een bevolking die bekend staat om haar verdraagzaamheid. Want moslims (16 procent) en christenen (63 procent) kenden nooit grote problemen.

Mbillah: “Afgezien van wat recente opstootjes is dat nog steeds het beeld. Er zijn echter signalen die aanleiding geven tot bezorgdheid.” Als voorbeeld noemt hij de ruzie, vorig jaar februari, in het noorden tussen Dagombas, Gonjas en Nanumbas aan de ene kant en de Konkombas aan de andere.

De gevechten die daarvan het gevolg waren, hadden in feite niets met godsdienst maar alles met eigendomsrechten over grond te maken. Toch werd in Salaga een presbyteriaanse predikant door Gonja-strijders gedood en zagen katholieke nonnen in Yendi hun wagenpark in vlammen opgaan, gevolg van een actie van Dagombas. En in het gebied van Tamale deed het, gelukkig loze, gerucht de ronde dat alle christelijke kerken daar zouden worden platgebrand door de moslims.

Het feit dat de Dagombas en Gonjas grotendeels moslims zijn, gaf het stammenconflict in christelijke ogen een religieuze lading. Ook al riepen moslimleiders de jonge strijders nadrukkelijk op hun handen af te houden van kerkelijke eigendommen. De gebeurtenissen in Yendi, Salaga en Tamale leken de christenen gelijk te geven, maar waren in feite waarschijnlijk het werk van enkele heethoofden.

De incidenten laten zien hoe snel in de huidige situatie een profaan conflict in principe kan veranderen in een godsdienststrijd. Gelukkig beseffen de meeste moslimleiders in Ghana dat ook, getuige het feit dat ze samen met hun christelijke collega's 'in de naam van God en van Allah' een oproep richtten tot de strijdende partijen om de wapens neer te leggen en zo vrede een serieuze kans te geven.''

Boodschap

Op 7 december 1994 kwamen op initiatief van de Christelijke Raad van Ghana, die de voornaamste protestantse kerken in het land vertegenwoordigt, christelijke en moslimleiders bijeen om een collectieve boodschap op te stellen waarin godsdienstige intolerantie werd afgezworen. Mbillah droog: “Als men naast woorden ook daden stelt, ziet de toekomst er zonnig uit.” Maar voorlopig heeft hij zijn twijfels.

“Met name de Ahmadiyya Moslim Missie die aan het beraad deelnam, vaart sinds begin jaren zeventig een agressief proselitistische koers. Predikers trekken systematisch christelijke dorpen langs en maken de bijbel belachelijk. Het is een soort geweldloze jihad die men praktiseert.”

Gevolg: Ergernis en onrust. Mbillah: “Op den duur zou dat wel eens kunnen uitmonden in veel erger, want de scherpe polemieken waaraan de Ahmadiyya's zich bezondigen, roepen spanningen op die tot geweldsexplosies kunnen leiden.”

Anderzijds zijn er de in het buitenland - Saoedi-Arabië, de Golfstaten, Maleisië, Pakistan - opgeleide predikers van soennitische huize die met een grote zak met geld en met video-opnamen gewapend stad en land aflopen om de christenen te overtuigen van de zegeningen van de islam. “Daarbij bespotten ze voor christenen heilige zaken als Jezus' menswording en Opstanding, de Drieëenheid etcetera. Ook dit aanstootgevend gedrag kan agressie opwekken.”

Omgekeerd trekken Afrikaanse predikanten van christelijke huize de moslimgebieden door. Niet gebonden aan gevestigde kerkgenootschappen halen ze hun inspiratie vooral uit de hoek van de extreem-evangelicale beweging in de Verenigde Staten. Ze voorspellen de Ghanezen maatschappelijke chaos mocht de islam de overheersende religie in de regio worden. Hun pogingen moslims tot het christendom te bekeren worden 'beloond' met fysiek geweld. Zo verloor in Kintampo een christenmeisje een oog toen woedende moslims zendelingen tijdens een bekeringstrip met stenen begonnen te bekogelen.

Mbillah: “Christendom en islam nemen beide in omvang toe. Deze toename van het aantal christenen en moslims gaat ten koste van de aanhangers van de oude stamgodsdiensten (zo'n 21,4 procent). Al blijven bij veel pasbekeerden oude gewoonten een hardnekkig leven leiden.”

Arabisering

Ofschoon Mbillah bepaald niet ontkent dat het christendom lange tijd de traditionele Afrikaanse cultuur gedefameerd heeft ten faveure van de westerse die als superieur werd afgeschilderd, vindt hij de arabisering die momenteel in het kielzog van de islam oprukt een groter gevaar.

“Je merkt al een aantal jaren dat het christendom in Afrika de westerse ballast overboord gooit en steeds meer streeft naar een afrikanisering van vorm en inhoud. Zo'n beweging zie ik onder de moslims zich voorlopig niet voltrekken. Daar is juist het omgekeerde aan de hand - terug naar Mohammed en dus terug naar de oude Arabische waarden.”

Zo zijn de moslims in Ghana sinds een jaar of vier bezig met het stichten van zogenaamde Engels-Arabische scholen waar sterk de nadruk wordt gelegd op de Arabische cultuur. Veel jonge moslims in het noorden hebben Arabische namen aangenomen, dragen Arabische kleding, hebben het over de invoering van de shari'a. Saoedi-Arabië en de Golfstaten ondersteunen dit proces met geld en met het verbinden van religieus getinte voorwaarden aan het geven van economische hulp. Deze nieuwe aantasting van de Afrikaanse cultuur moet even krachtdadig worden bestreden als die uit het westen.

“We moeten Ghanese christenen en Ghanese moslims blijven en geen christelijke of islamitische Ghanezen worden. Het zou een ramp zijn als het nationale gevoel ondergeschikt wordt gemaakt aan de levensovertuiging. Dan liggen Noord-Ierland en Algerije op de loer en dat kan niemand serieus willen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden