Uit nood moet Kosovo aan de Macedonische melk

Abdulah Temaj haalt zijn meel uit Bulgarije. Beeld Thijs Kettenis

Strafheffingen op Servische waar treffen de eigen bevolking hard. De boodschappen zijn flink duurder geworden.

Geroutineerd haalt assistent-bedrijfsleider Radisa Stanojevic (45) een pak melk langs de scanner. Bliep, 82 cent, wijst de kassa van supermarkt Dina uit. “Macedonische melk. Die verkopen we nu veel”, zegt hij. “Vroeger nam iedereen Servische melk, maar die is te duur geworden.”

Klanten in de rij knikken. Kostte een pak van het populaire merk ‘Mijn koetje’ uit Belgrado in november nog 85 cent, nu rekent Dina 1,03 euro. Reden: de belasting van 100 procent die Kosovo sinds november rekent voor goederen afkomstig uit Servië. Die producten zijn populair in Strpce, een overwegend Servische enclave van zeventien dorpen met 13.000 inwoners en een skigebied in het bergachtige, grotendeels Albanese zuiden van Kosovo. “Inmiddels zijn onze voorraden Servische producten wel op”, vervolgt Stanojevic. “Wat we nog hebben is duur. En we halen alternatieven uit andere landen.”

Normalisering

Ook inwoners van andere enclaves en van het Servische noorden van Kosovo moeten het steeds vaker zonder hun favoriete merken stellen. Kiosken krijgen bijvoorbeeld geen kranten meer geleverd. De regering in Pristina besloot tot de torenhoge heffing nadat het Belgrado was gelukt om Kosovo buiten het internationale politienetwerk Interpol te houden. Voor premier Ramush Haradinaj was de maat daarmee vol. 

Belgrado weigert Kosovo, dat zich in 2008 afscheidde, te erkennen, net als onder meer Rusland, China en vijf EU-landen. Met hun steun doet Servië er alles aan om internationale acceptatie van Kosovo als zelfstandig land te frustreren. Sinds 2011 overleggen Servië en Kosovo onder leiding van de EU weliswaar over normalisering van de verhoudingen, maar die onderhandelingen liggen al een tijdje op hun gat.

De Kosovaarse premier Haradinaj is het gedwarsboom van zijn noorderburen nu zat en hoopt met de importheffing erkenning af te dwingen. Een zet die hem op een golf van kritiek is komen te staan van de internationale gemeenschap. Niet alleen van het kamp-Servië, maar ook van de EU en zelfs van trouwe bondgenoot Amerika. Bovendien is de heffing tegen de regels van de vrijhandelszone waar Kosovo deel van uitmaakt. Maar de importbelasting geldt nog steeds.

Hunkeren

In de rij voor de kassa van supermarkt Dina buitelen de klanten over elkaar heen met voorbeelden van dagelijkse levensmiddelen die duurder zijn geworden. Eieren, 36 stuks, vroeger twee euro, nu 2,80, roept een oudere man. Komt doordat de maïs die de kippen eten nu uit duurdere landen komt. Een vrouw heeft drie blikken Skopsko-bier uit Macedonië in haar mandje liggen. Dat is nu achttien cent goedkoper dan het enige Servische merk dat de winkel nog heeft. En misschien wel het ergste: de aanvoer van Plazma stokt, het favoriete koekje waar iedere Serviër naar kan hunkeren zoals Nederlanders naar een zak drop. “Echt, het is een ramp”, zegt Stanojevic van achter de kassa.

Een paar honderd meter verderop langs de hoofdweg waar alle bedrijvigheid van Strpce zich afspeelt, deelt apotheker Jasmina Todorovic (32) aan een teleurgestelde klant mee dat zijn Servische kalmeringsmiddel niet meer leverbaar is. “Maar ik heb wel een vervanger uit Macedonië”, zegt ze. De man kijkt bedenkelijk en moet even een telefoontje plegen. “Mensen zijn gewend aan hun geneesmiddelen”, zegt Todorovic. “Voor het meeste is er wel een alternatief, meestal uit Turkije of Macedonië. Maar ze werken soms niet hetzelfde en ook dekt de verzekering ze niet altijd. Af en toe raad ik klanten aan om een medicijn elders in Servië te halen, of bekenden te vragen of ze het van daaruit kunnen meenemen.”

Onvermurwbaar

De oplossing moet van de politiek komen, maar premier Haradinaj houdt vooralsnog voet bij stuk. Alleen als Servië belooft op termijn Kosovo te erkennen, gaat de heffing van tafel, herhaalde hij deze week. Achter de schermen voeren de EU en de VS de druk op.

Tegenover de apotheek blijkt intussen dat niet alleen Serviërs last hebben van de importheffing. De Albanese eigenaar van bakkerij ‘Dag en nacht’ heeft de prijs van een standaardbrood moeten verhogen van 35 naar 50 dinar – de Servische munteenheid die in Strpce naast de door Kosovo gehanteerde euro wordt gebruikt. “Meel importeer ik nu uit Bulgarije; dat is een stuk duurder dan het Servische van voor de importheffing. Maar ik moet wel. Meel uit Kosovo is te slecht, daar kan ik niks van maken”, zegt Abdulah Temaj (37) terwijl hij een brood inpakt. De prijsstijgingen van de dagelijkse levensmiddelen hakken erin, bij maandinkomens ergens tussen de 200 en 300 euro. Daarnaast houden mensen uit onzekerheid hun hand op de knip, vertellen Temaj en zijn Servische verkoopster.

Hoe nu verder? Over politiek praten ze in Strpce liever niet. Albanezen en Serviërs kunnen hier tegenwoordig redelijk goed met elkaar overweg, maar het evenwicht is fragiel. Het hete hangijzer, of ze hier nu in het onafhankelijke land of in de Servische provincie Kosovo wonen, vegen ze onder het tapijt om de lieve vrede te bewaren. Maar Temaj wil toch wel iets kwijt. “Politici vechten op hoog niveau een strijd uit en worden intussen opvallend rijk, aan beide kanten. De gewone man moet de klappen opvangen, ook nu weer.”

Lees ook:
Precies tien jaar geleden verklaarde Kosovo zich onafhankelijk, maar het land staat er beroerd voor

Dat niet de hele wereld het daar mee eens is, maakt het leven van de Kosovaren behoorlijk lastig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden