Uit met de gekheid. Nu heb ik me wel genoeg getest

Hij reed over bergen, door woestijnen en de jungle, werd onderweg twee keer in het ziekenhuis opgenomen, maar volbracht uiteindelijk wat hij zich had voorgenomen; Gerrit Jan Soetman (35) uit Enschede fietste in 99 dagen de wereld rond. Na bijna 20 000 kilometer en een glorieuze intocht, belooft hij plechtig dat het nu echt voorbij is met 'de gekheid'. “Ik heb mezelf nu wel voldoende getest.”

Menigeen fronsde de wenkbrouwen toen Soetman, administratief medewerker bij de energiemaatschappij IJsselmij, op 20 mei zonder noemenswaard te hebben getraind zijn met 40 kilo bagage beladen stalen ros besteeg en aan zijn wereldtour begon.

De eerste etappes verliepen gesmeerd. Na vijf dagen zit hij al in Boedapest, maar in het straatarme Roemenië begint Gerrit-Jan Soetmans gevecht pas echt. Bijna letterlijk. Want hij moet naar het mes in zijn stuurtasje grijpen om zich een groepje straatrovers van het lijf te houden. In Oost-Turkije wordt hij van de illusie beroofd naderhand exact te kunnen vertellen hoeveel kilometers hij heeft afgelegd. “In Resadiye werd de kilometerteller van m'n fiets gestolen. De plaatselijke politie loofde een beloning van 40 gulden uit en binnen een uur was de dader gepakt. Maar de klok stond weer op nul, het jonge diefje was met de kilometerteller aan het experimenteren geslagen en had hem 'gereset'.”

Een nog grotere vijand dan de her en der op de loer liggende crimineeltjes, is de moordende hitte die Soetman vanaf Turkije op de rest van zijn toch zou begeleiden. En eenmaal in de Oriënt, is hij van vrijwel alle comfort verstoken. “Hotelletjes om de nacht door te brengen, kom je in de onherbergzame streken van Turkije en Iran niet tegen. Ik sliep meestal onder de blote hemel.” In het hooggebergte nabij de Turks-Iraanse grens brengt hij bijvoorbeeld de nacht door temidden van schaapherders, die hem onthalen op schapemelk en zelfgebakken brood.

De circa 3000 kilometer die er liggen tussen de Iraanse stad Oom en Multan in Pakistan overbrugt Soetman in een temperatuur die constant boven de 40 graden ligt. Tot overmaat van ramp worden bij een overnachting onder de blote hemel zijn walkman, badslippers, benzinebrander en de 'instandvoeding' - de calorierijke voeding die met water kan worden aangemaakt - uit zijn tas gestolen. “Ik was die nacht zo moe, dat ik er niets van heb gemerkt. Hoewel ik naast de fiets lag te slapen.”

In Multan slaat de uitputting toe. “Het was daar 52 graden en van het eten dat ik kocht, kreeg ik maag- en darmproblemen. Op een gegeven moment kon ik niet meer. De bemanning van een passerende ziekenwagen heeft me toen opgepikt. Ik de ambulance in en die ziekenbroeder er op mijn fiets achteraan. Dat mannetje was zo klein, dat hij nauwelijks met z'n benen bij de trappers kon. Een koddig gezicht, maar echt lachen kon ik toen niet meer.”

In het ziekenhuis ligt Gerrit Jan Soetman een dag aan een infuus met twee liter glucose/zoutoplossing. Van de 92 kilo lichaamsgewicht waar hij mee op pad ging, resteren er dan nog 76. Vanwege de aanhoudende maag- en darmkrampen besluit Soetman op te geven en naar huis te vliegen. Hij pakt de bus naar Lahore, stapt op het vliegtuig maar krijgt voor de landing op Schiphol al spijt. “In het vliegtuig kwam ik weer redelijk bij mijn positieven. Je kreeg er een goede maaltijd en het was er koel. Toen ik in Amsterdam stond, had ik al besloten om weer terug te gaan. Ik vond het een vreselijke gedachte op te moeten geven.”

Na een weekeinde thuis te zijn geweest, stapt Gerrit Jan Soetman op maandagmiddag in Amsterdam weer op het vliegtuig naar New Delhi. De 1 500 kilometer tussen New Delhi en de Nepalese grens verlopen zonder problemen, maar éénmaal in het Nepalese hoogland maakt hij kennis met de natte moesson. “Na een nacht zwaar onweer waren de wegen daar vrijwel onbegaanbaar geworden. Complete stukken weg waren weggespoeld. Op een geven moment zat m'n fiets muurvast in de blubber en stond ik zelf ook tot aan m'n liezen in de bagger.” Met hulp van de plaatselijke bevolking weet Soetman 'het rampgebied' te ontvluchten en is nog net op tijd om in Kathmandu het vliegtuig naar Bangkok in Thailand te pakken.

Maleisië is de laatste halte op de weg naar Singapore, waar hij op het vliegtuig richting Verenigde Staten wil stappen. “Ik heb in Singapore 's nachts - overdag was het te warm - over een weg gefietst, die aan beide kanten werd omgeven door de jungle. Fascinerende ervaring. De geluiden die er uit zo'n oerwoud komen... Ik heb apen horen krijsen en olifanten horen trompetteren.”

De 6 200 kilometer tussen San Francisco en New York vormen de laatste etappe. Soetman neemt deze horde in 30 dagen, maar had het bijna niet kunnen navertellen. In de Rocky Mountains moet hij al afzien, maar de tocht over Highway 10 tussen Colorado en Kansas City doet hem de das om. “Het was toen 43 graden en langs die 100 kilometer lange weg was geen begroeiïng. Mijn watervoorraad was ontoereikend.” Als een soort oase in de woestijn passeert Soetman halverwege een oud, verwaarloosd benzinestation, dat al lang verlaten lijkt. “De pompen waren verroest en de hagedissen liepen over de toonbank.” Tussen alle rotzooi ontwaart de wereldreiziger echter de 84-jarige William Geraldy, die al 35 jaar met zijn vrouw in het vervallen benzinestation tegen prairie-decor woont. “Zo heb ik onderweg veel bijzondere mensen ontmoet.”

Als hij uiteindelijk uitgeput en bijna uitgedroogd in Kansas City arriveert, slaat Soetman bij de eerste de beste supermarkt anderhalve liter jus-orange achterover. “Dat had ik beter niet kunnen doen. Binnen een uur was ik zo ziek als een hond.” Kort daarop ligt hij in het St. Luke's Hospita op de afdeling 'emergency' opnieuw aan het infuus.

Maar een dag later zit hij al weer op de fiets voor een extra lange etappe van 230 kilometer. Op de autoweg tussen Boston en New York - fietspaden zijn in de VS een onbekend fenomeen - gaat het toch nog bijna fout. Soetman fietst op de snelweg zonder vluchtstrook en ziet het verkeer met snelheden van boven de 100 kilometer per uur aan zich voorbijrazen. Op de bestuurder van die bruine Chevrolet na dan. Want die jakkert niet langs de globetrotter, maar schampt met de zijkant van zijn auto het stuur van diens fiets. “Normaal gesproken de plek waar ik de linkerhand aan het stuur heb, maar op dat moment toevallig niet. Anders was die hand er echt af geweest.” De schade blijft beperkt tot een verpulverde drinkbus.

De wereldreis krijgt een afsluiting die geheel in de geest van de hindernistocht past: op Schiphol blijkt dat zijn fiets per abuis in New-York is achtergebleven. Van zijn plan ook de 170 kilometer tussen de luchthaven en Enschede nog eens pedalerend af te leggen, komt doordoor niets terecht.

De ontvangst was er niet minder glorieus om. Gerrit Jan Soetman was dubbel blij: hij had volbracht wat hij zich had voorgenomen en was op tijd terug om het begin van de voetbalcompetitie niet te hoeven missen. Anders had afdelingsclub Zuid-Eschmarke het onder z'n routinier moeten doen. “En dat kan natuurlijk niet”, grijnst Soetman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden