Column

Uit koppigheid en hoop blijf ik de PvdA steunen

Ger Groot. Beeld Trouw

Nelleke Vedelaar mag proberen de Partij van de Arbeid weer uit het slop te trekken. Ze is met een flinke meerderheid van de leden gekozen tot voorzitster van die partij en opvolgster van Hans Spekman. Ik heb aan die verkiezing niet meegedaan, maar ik wens haar oprecht heel veel succes toe.

‘De boel weer op de rails krijgen,’ zo omschreef Lodewijk Asscher haar taak. Diezelfde Asscher had naar eigen zeggen kort daarvoor Eberhard van der Laan nog beloofd ervoor te zorgen dat ook zijn kinderen nog PvdA zouden stemmen – althans: dat te proberen.

Ook hij zal er een hele klus aan krijgen. Niet meer dan zo’n 25 procent van de leden van de partij namen de moeite te stemmen bij de voorzittersverkiezing. Ikzelf ook niet. Tot mijn eigen verbazing ontdek ik dat ik dit jaar precies vier decennia lid ben van de PvdA. Na de verkiezingsoverwinning van Den Uyl in 1977 sloot ik me er in euforie bij aan. De jaren ’60 waren al een beetje aan het wegebben, maar de idealen leefden nog voort. Mooie idealen, die in de kern nog altijd de mijne zijn.

Langst slapend lid

Politiek actief wilde ik met dat lidmaatschap niet worden. Ik bedoelde het eerder als een steuntje in de rug en een soort publieke beginselverklaring. Intussen ben ik misschien wel het langst slapende lid van de partij. Nooit een vergadering bezocht en net als nu ook nooit aan een stemming meegedaan. Wel iedere zoveel maanden de (bescheiden) contributie overgemaakt. Altijd in de hoop dat de PvdA weer zou gaan staan voor wat de naam van haar ideologie uitdraagt: dat de mens minstens zozeer een ‘socius’ is als een individu, minstens zozeer met en dankzij anderen leeft dan dat hij dat voor en uit zichzelf doet.

Die overtuiging is in de eerste plaats filosofisch en levensbeschouwelijk van aard, maar de sociaal-democratie vormde er de ideale politieke pendant van. Het ‘Ik’ is niet alles en zelfs niet het enig belangrijke, maar ook de verstikking van het collectief heb ik altijd op even grote afstand gehouden. Van het zwak van sommige van mijn toenmalige mede-studenten voor de CPN heb ik nooit iets begrepen.

Uit balans

Hoe het met die laatste is afgelopen weten we – en ik heb er geen traan om gelaten. Van de weeromstuit raakte ook de PvdA uit balans . Onder Wim Kok schudde ze haar ‘ideologische veren’ af. Elders in die contreien bleek het al niet veel beter, toen Femke Halsema als voorvrouw van Groen Links ook van haar kant als ‘liberaal’ uit de kast kwam. De waarden van persoonlijke emancipatie, vrijheid en ontplooiing correspondeerden naadloos met de geest van de triomferende middenklasse – waartoe ook ik was gaan behoren. Maar overtuigd heeft het alleenrecht van die waarden mij nooit en dus bleef ik de PvdA koppig mijn contributie betalen in de hoop op inkeer en betere dagen.

Heel erg van harte ging dat niet meer. De euforie van de overwinning van Den Uyl was door zijn eigen partijraad gesmoord in een nederlaag-uit-hovaardigheid: het ‘tweede kabinet-Den Uyl’ is er nooit gekomen. En gezelliger is het er daarna in de PvdA tot op de huidige dag niet geworden. Nauwelijks aangetreden mag Nelleke Vedelaar alweer een brandje gaan blussen in de afdeling Hoorn, waar de hele raadsfractie in één klap uit de partij is gestapt.

Uitgewerkt

Ik geef toe dat ik makkelijk praten heb met mijn ene acceptgiro per kwartaal. Maar zoals mij moet het honderdduizenden stemmers vergaan zijn, lid of niet. Een volkspartij moet een beetje een ‘thuis’ kunnen zijn, en dat lukt niet met almaar hommeles rond ideeën en ideetjes waarin steeds minder mensen hun eigen zorgen herkenden. De verworpenen waarvoor de partij zei op te komen werden gezocht in almaar exotischer niches – althans: daarmee bepaalde een luidruchtige voorhoede het beeld van de partij. En net als in 1977 wisten aansprekende leiders alleen sporadisch haar daarbovenuit te tillen. Diederik Samsom lukte het – even. En Wouter Bos lukte het – even. En nu weet zelfs Van der Laan vriend én vijand tot tranen toe te ontroeren – maar bijna niemand denkt daarbij aan de partij waarvan hij een kopstuk was. Zelfs hij kwam tot de conclusie, zo lees ik nu: ‘Partijpolitiek is uitgewerkt’

Ik weet niet of dat per se waar is en Nelleke Vedelaar mag zich troosten: de PvdA is in Europa niet de enige socialistische partij die het moeilijk heeft. Een schrale troost is dat wel, want de sociaal-democratie zou de mooiste politieke erfenis van de 20ste eeuw en de hoopvolste belofte voor de 21ste moeten zijn. De mens als socius: een beter én realistischer grondslag kan de samenleving zich niet wensen. Voor hemelvliegers, drammers en andere gekkies lijkt de PvdA inmiddels minder aantrekkelijk geworden: ze vertonen hun fratsen nu elders. Daarom blijf ik voorlopig toch maar mijn contributie betalen. En wens Nelleke Vedelaar uit de grond van mijn hart succes.

Lees ook:
Vedelaar wil de PvdA omvormen van slangenkuil tot een warm nest.
Van der Laans postume boodschap: partijpolitiek staat oplossingen in de weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden