UIT HET PARLEMENT

Cosmetica van Rottenberg

Om het onderlinge verkeer tussen de ministers, de fractie en de partijvoorzitters in goede banen te leiden, heeft het duo Rottenberg en Vreeman snel na zijn aantreden besloten een nieuw partij-orgaan te creeren, waarin de toppen partijbestuur, fractie en bewindslieden elkaar regelmatig treffen. Rottenberg had het gezelschap graag 'commandocentrale' genoemd, fractieleden die de pest in hadden, duidden het aan als 'het politbureau'. Het is uiteindelijk 'stuurgroep' geworden. Opgewonden deden sommige kranten en weekbladen verslag van het initiatief. Een krant sprak zelfs van een "groots opgezet reorganisatieplan" om de Tweede-Kamerfractie "onder curatele te stellen" .

Zou het echt helpen? Nee.

Je zou het niet zeggen, gezien alle publicitaire commotie, maar op de keper beschouwd verandert er niets wezenlijks in de partij-organisatie. De stuurgroep is immers niet meer dan een andere naam voor twee bestaande overlegclubs, het 'groot' overleg en het 'klein' overleg. Ze zijn vorig jaar ingesteld, na het WAO-debacle. En sindsdien heeft Woltgens een kabinetsbesluit nog regelmatig becommentarieerd met de woorden: "Ik onderschrijf het in hoofdlijnen."

Udinks pruik: onuitroeibaar misverstand

Had de journalist Henk Hofland deze krant de afgelopen jaren gelezen, dan was hij niet het zoveelste slachtoffer geworden van het misverstand dat oud-minister Udink als aanvoerder van de CHU tijdens een verkiezingscampagne met een langharige pruik op zijn hoofd op de Dam heeft gezeten.

Ondanks herhaalde pogingen van deze krant het uit de wereld te helpen, leeft het misverstand hardnekkig voort. Hofland zaterdag in NRC/Handelsblad: "Udink, die destijd als een van aanvoerders der Christelijk Historische Unie, met een Beatle-pruik op samen met freule Wttewaal van Stoetwegen op de Dam ging zitten. Das waren Zeiten!"

Het is iets voor psychologen om uit te zoeken waarom dit misverstand onuitroeibaar is. Mogelijk is het de zwakte van het geheugen, maar waarschijnlijker de kracht van de verbeelding die twee afzonderlijke gebeurtenissen tot een heeft laten samenvloeien. Een feit is dat Udink in de campagne van 1971 samen met freule Wttewaal van Stoetwegen op de Dam neerstreek. Een feit is ook dat het toenmalige reclamebureau van de CHU in dezelfde periode een advertentie lanceerde met een montagefoto van Udink met pruik, een grapje om te laten zien dat Udink, met of zonder lange haren, Udink is.

Het 'positieve zelfbeeld' van Jan de Koning

Het schijnen prachtige persoonlijkheden te zijn, politici. Geen beroep is zo karaktervormend als de politiek, als we althans het CDA mogen geloven.

In het rapport CDA-politici in functie schetst een partij-commissie onder leiding van oud-minister Jan de Koning de mooie eigenschappen die het metier van politicus bij zijn beoefenaren vormt: "Staan voor wat je zegt, de rug recht houden, relativeren, mensen serieus nemen zonder naief te zijn, kritisch kijken naar wat er op je af komt."

De Koning, de oude rot, looft de politiek als een vak waarin je leert overtuigen, debatteren, presenteren, omgaan met mensen met andere opvattingen, onderhandelen, formuleren en selecteren van relevante en niet relevante informatie. Het kan niet op. Je vergaart ook nog eens kennis op velerlei terreinen, zoals financien, voorlichting, PR, propaganda, campagne, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Kortom, aldus de commissieDe Koning: "Deelname aan politiek kan verrijkend zijn voor iemands persoonlijk functioneren."

Zou het werkelijk? Zijn politici van die mooie mensen?

De gedachten gaan terug naar een van de grotere persoonlijke tragedies in de politiek, die van Marjanne Sint. In de zomer van vorig jaar moest de PvdA-voorzitter aftreden. Van haar was het schlemielige beeld ontstaan van een partijvoorzitter die onbekommerd in Toscane fietste, onwetend van de staat van ontbinding waarin haar partij verkeerde. Achteraf gezien is het de grote vraag of de achtergebleven partij-secretaris Beck werkelijk alles heeft gedaan om te voorkomen dat een lacherige sfeer rond haar ontstond. In plaats van Sints recht op vakantie te verdedigen, legde hij de schuld voor haar afwezigheid volledig bij haar en bracht hij met deze woorden de fatale steek toe: "We kunnen haar niet vinden."

Of neem de klassieker van de truc waarmee Kruisinga zijn collega Van der Klaauw tuk nam. Kruisinga (CDA) stond in het kabinet-Van Agt alleen in zijn afwijzing van de neutronenbom. Maar als doorkneed politicus wist de minister van defensie de indruk te wekken dat Van der Klaauw (VVD), de brave diplomaat op Buitenlandse Zaken, zich in zijn kamp bevond. Kruisinga, aan het woord tijdens een Kamerdebat, smiespelde iets in het oor van Van der Klaauw, richtte zich op voor zijn collega iets kon terugzeggen en zei: "De minister van buitenlandse zaken bevestigt mij zojuist dat hij het met mij eens is." Van der Klaauw was te verbouwereerd om op stel en sprong te reageren.

En neem Gerrit Braks, voor het CDA de geheide kandidaat om bij een tussentijdse wisseling van de wacht Frans Andriessen in Brussel op te volgen. Braks' gevoel voor de reele verhoudingen geeft hem de overtuiging dat de dreigende halvering van de PvdA volledig is toe te schrijven aan wrok bij de kiezers over zijn gedwongen vertrek als minister van landbouw en visserij.

Iets meer zelfkennis heeft de PPR-voorman Bas de Gaay Fortman ruim tien jaar geleden aan de dag gelegd in het boekje De kunst van het ivoordraaien. In navolging van Macchiavelli raadt hij aspirant-politici af altijd eerlijk te zijn, als ze het maar wel voorwenden. Met eerlijkheid kom je naar De Gaay Fortmans overtuiging in de politiek niet ver. Als bewijs van het tegendeel wijst hij op de oneerlijkheid van Van Agt, die zich met zijn openlijk beleden afkeer van de politiek een politicus bij uitstek heeft getoond.

De politicoloog Peter Hupe promoveert in oktober in Leiden op de psychologie in de politiek. Al eerder beschreef hij de dwangmatige neiging van politici om een positief zelfbeeld in stand te houden. Tegenslag is in hun ogen altijd het gevolg van omstandigheden buiten hun schuld, succes van eigen kwaliteiten. Hupe heeft wellicht de psychologisch juiste verklaring voor het ideaalbeeld dat de politicus Jan de Koning van politici ophoudt: "Het ego heeft belang bij een positief zelfbeeld. Negatieve informatie betreffende het ego wordt dan ook meestal minder goed onthouden."

Zo bezien krijgt De Konings betoog in het CDA-rapport bijna een pathologisch trekje. De oud-minister meent dat het niet aan de politici ligt dat de politiek zo'n slechte naam heeft, doch aan de kiezers en hun onwetendheid met de karaktervormende eigenschappen van de politiek. De Koning verwacht dat de politiek het imago van interessant en boeiend kan krijgen, als het CDA de pracht van het vak een grotere bekendheid geeft via mondtot-mond-reclame, wervende folders, advertenties en een persoonlijke benadering van potentiele kandidaten.

Zou het echt helpen? Of is het toch niet voor niets dat de Franse politicus Talleyrand bijna tweehonderd jaar geleden al het imago van opportunist had? Bij zijn overlijden in 1838 vroeg koning Louis Philippe zich af: "Wat zou hij daar nu weer mee bedoelen?"

Vertaalslag, klankbord, feedback: tijd om te vertrekken

Voor de CDA-politicus Hans Gualtherie van Weezel moet het rapport CDA- politici in functie een gruwel zijn. Het kan niet anders of hij heeft met afgrijzen gelezen dat een christen-democraat een 'vertaalslag' moet maken, een 'klankbord' nodig heeft dat hem 'feedback' geeft en ook nog eens 'coaching' behoeft. Woorden die het scheidende Kamerlid bevestigen in zijn vermoeden dat de technocraten in het CDA aan de winnende hand zijn. Van Weezel heeft 't al over 'ze', als hij spreekt over zijn eigen partij. In Elsevier zegt hij: "Het CDA was altijd een gezinspartij. Sinds ze die managers erbij hebben gehaald, is het minder gezellig in het CDA.

Ik ben een trein-adept. De mensen herkennen me daar, gaan tegen me aan praten. Je hoort wat de mood of the nation is. Nou, dat is afgelopen als de organisatie-adviseurs het voor het zeggen krijgen. Dan is het nog maar een kleine stap of er komt, via een lease-contract met Shell, een hele rits doctorandussen de Kamer in, die niet veel meer hebben gedaan dan een scriptie schrijven. Dan kun je net zo goed de Kamerleden naar huis sturen en het verder aan de fractievoorzitters overlaten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden