UIT HET PARLEMENT

In deze rubriek werd twee weken geleden aandacht geschonken aan de gedichten die wekelijks ter lering en vermaak van de PvdA-Kamerleden verschijnen in hun interne weekagenda. Rob Schouten heeft ze nogmaals gelezen, met het oog van de criticus.

De PvdA-parlementariers trekken zich dat kennelijk aan. In hun 'Vrijdagbrief', de wekelijkse fractieagenda, drukken ze elke week poezie op de achterpagina af, onder auspicien van Frits Niessen en Eric Jurgens. Toen ik voor het eerst van dat initiatief hoorde, schoten me ogenblikkelijk twee gedichten te binnen die daar in elk geval in zouden moeten staan: 'De vogels' van Nijhoff, over een stelletje steuntrekkers in de jaren dertig die, als ze lastig worden, door de cavalerie worden weggejaagd, en 'De Anatomische Les' van Riekus Waskowski.

Het klopt, beide komen voor onder de inmiddels gepubliceerde verzen. Het gedicht van Waskowski was zelfs het tweede dat in de Vrijdagbrief stond. Of het een zeer gunstig beeld van het socialisme, c.q. de socialist geeft, valt te bezien. Wellicht drukte de redactie het vooral af ter lering ende vermaak. Een geestig gedicht is het wel:

Vanmorgen hebben wij in het Wilhelminagasthuis ter gelegenheid van het jublileum van de Vara een echte ouwe socialist ontleed.

Het was gek wat er allemaal te voorschijn kwam: halfvergane rode vlaggen, strijdliederen, internationale broederschappen en solidariteit, AJC een potje poepen en zes geschiedenisboeken door P. Quack (antiquarisch).

In plaats van de hersenen vonden wij "Een verontrustend rapport over de afnemende belangstelling van de jongere generatie voor het dem.soc."

De Nederlandse poezie is in het algemeen niet erg rijk aan politiek getinte verzen. En gedichten over onze parlementaire democratie zijn al helemaal op de vingers van een hand te tellen. Veel schrijvers beschouwen politiek als een banaal en oninspirerend bedrijf. Maar de geringe oogst heeft ook veel te maken met de betrekkelijke windstilte in de vaderlandse politiek, waarin discussies zelden of nooit dramatische allure hebben. Voor politiek geengageerde kunst moet je in landen zijn waar het schrijven of maken van zulke kunst ook als verzetsdaad kan gelden. Politiek dubieuze of controversiele culturen dus.

Zo is het, en zo zal het wel altijd blijven. Geen wonder dat Niessen en Jurgens zich moeten 'behelpen' met poezie die zelden of nooit heetgebakerd van leer trekt tegen een of andere misstand. Want engagement is in de ernstige Nederlandse poezie haast taboe en verder voornamelijk een prooi voor ironische en cabareteske dichters. Dat blijkt wel uit die paar verzen die er wel direct overgaan, bijvoorbeeld dat van Nico Scheepmaker:

Ik zou zo graag een fractie willen leiden van een partij met een regeerakkoord. Je gooit je eigen mening over boord en kunt een standpunt makkelijk vermijden.

Ook schuif je moties nonchalant terzijde, je breekt, als dat je past, je erewoord, en is het parlement voorgoed gesmoord, dan word je voor je diensten onderscheiden.

Het lijkt me wel een baantje dat me ligt. Je houdt gewoon je lippen stevig dicht vanwege de geheime staatsgeheimen.

En daarna kun je, met een beetje slijmen, de kiezers toch gemakkelijk weer lijmen. Je zegt gewoon: hier is wat groots verricht!

Een karakteristiek 'politiek' gedicht is ook 'Het afdelingslid' van Ernst van Altena, dat zo eindigt:

In 't souterrain der politiek vergrijsd, is het zijn eigen kleine zege dat hij Klaas mag zeggen tegen de minister.

Raak geobserveerd, dat wel, maar of de parlementsleden er veel van zullen opsteken is de vraag, zij zijn immers het hier bezongen lokaal niveau juist fors ontstegen.

houdt het veilige midden

Plato vond poezie maar niks voor zijn ideale Staat, omdat ze tot een onwaarachtige kijk op de maatschappij zou leiden. Sindsdien is de verhouding tussen politiek en poezie eigenlijk altijd gekenmerkt door een zeker wantrouwen. Het is immers in de grond een strijd van realisme en opportunisme versus fantasie en idealisme. Over die strijd tussen politiek en cultuur zijn opmerkelijk weinig gedichten te vinden, in de Nederlandse letteren niet en ook niet in de PvdA-Vrijdagbrief.

Een ietwat onduidelijk geval dunkt me het gedicht dat men opnam van K.L. Poll, vlak na diens overlijden in november 1990. 'Mijn vader zei, wanneer het had geregend' gaat over twee ouders waarvan de vader geld biedt wanneer zijn zoons hem slakken komen brengen of een kever de kop afbijten, terwijl de moeder prijsjes uitlooft voor het lezen der klassieken. De strekking van het gedicht is onduidelijk, behalve als je ervan uitgaat dat de maatschappelijke voorkeur wel uit zal gaan in de richting van het lezen der klassieken. Ook de socialisten hadden jarenlang de culturele verheffing van het volk op het menu staan, en misschien lazen Niessen en Jurgens in dit poeem een kwestie die ook nu nog brandt: moet je cultuur stimuleren door haar te subsidieren.

Het scherpste gedicht over politiek en cultuur dat de Vrijdagbrief haalde is het provocerende 'Machthebbers' van de Vlaamse dichter Leonard Nolens, overigens een van de weinige ZuidNederlandse dichters die werden gekozen. Het is een soort ode aan het vrije en democratische land (Belgie dus, niet Nederland, maar laten we het voor de gelegenheid maar 'pars pro toto' lezen).

Het gedicht zit vol dubbelzinnigheid. Aan de ene kant prijst de dichter zijn vrijheid, 'niemand heeft me geschaduwd omdat ik gedichten schrijf', aan de andere kant proef je het sarcasme over diezelfde vrijheid in woorden als 'Nu ja, wat speelse heren wisselen steeds raketten uit / Als pornofoto's, roddels, zwart geld, obscene moppen / Die nooit ontploffen.' Ja, het is allemaal reuze vrij hier, zelfgenoegzaam en verdorven, roept de dichter uit en hij besluit: "Maar mijn cultuurminister geeft goed geld voor dit gedicht." Een mooi vers over de veelkantigheid van cultuurpolitiek en het geeft ook aardig weer hoe het met de verhouding politiek-kunst momenteel zit. Politiek deugt van geen kanten maar ze betalen me desondanks goed, zegt Nolens. Enfin, misschien maakte het bij de keuze toch een heel klein beetje uit dat deze dichter het over Vlaanderen had en niet over Nederland.

Het viel te verwachten dat de redactie van de Vrijdagbrief niet vergeefs zou bladeren in de bloemlezing De fiets van Wim Simons, dat immers het socialistische vervoersmiddel bij uitstek in kaart brengt. Toch valt de oogst misschien nog tegen. Ik noteerde twee onversneden rijwielverzen, een exemplaar van Pier Boorsma dat ongeveer de maatschappelijke Werdegang van de fiets beschrijft en dat van de arbeidersdichter Wim de Vries, waarin aardig wordt geschetst hoezeer men zich in de arbeidsvreugde van de mens kan vergissen:

Laatst

Laatst 's morgens vroeg een man gezien, die zingend op een fiets zich naar zijn werk begaf. verkeerd gedacht naar later bleek: hij had de nacht.

Een onvermijdelijke vraag bij de poezie op de wekelijkse Vrijdagbrieven is of onze parlementaire regelneven behalve onze mening ook een beetje onze smaak vertegenwoordigen. In het algemeen niet, zou ik zeggen. Rijmelaars en pretdichters die het in brede lagen van de bevolking goed doen, zoals Nel Benschop en Toon Hermans ontbreken geheel en al op het tableau. Alleen de 'betere' en gecanoniseerde dichters mogen meedoen, wat tenminste iets zegt over het veronderstelde kunstzinnige peil van onze PvdA-parlementariers.

De rode smaak oogt ook redelijk bijdetijds, al ontbreken Maximalen en allerlei dichters uit de Performance-hoek (zoals Jules Deelder) opvallend. Daarentegen komen ook namen als Shakespeare, Heine, Vondel en zelfs oude socialistische poezie-coryfeeen als Gorter en Henriette Roland-Holst slechts sporadisch om de deur kijken. Anderzijds zijn ook de meer hermetische dichters niet favoriet. In de moeilijke, maar door veel poezieliefhebbers hooggeschatte poezie van Hans Faverey bijvoorbeeld vond tot nu toe geen enkele PvdA-parlementarier iets van zijn gading.

Zo is deze gestaag groeiende bloemlezing 'poezie voor linkse parlementariers' er, literair gesproken, een van het veilige midden: verstaanbaar, met van tijd tot tijd een politiek-maatschappelijk kleurtje. Of het ook allemaal helpt, zoals Eijkelboom hoopte, is natuurlijk maar de vraag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden