UIT HET PARLEMENT

Alders roept wasmachine-leed over zich af

Het blad maakt er een groot nummer van. Onder de kop 'Zijn vuile broek in mijn trommel? Nooit!' doet het verslag van het schampere commentaar dat Alders' idee voor een gezamenlijk wasje bij zijn buren oproept: "Dadelijk verordenneertie nog dat we allemaal onze onderbroek maar een dag langer moeten aanhouden om zo het milieu te redden." Huiscolumnist Rob Hoogland maakt zich vrolijk over het 'ventje Hansje Alders', het lid van de Nijmeegse carnavalvereniging De Slurfers met zijn 'trendy brilletje'. In Hooglands termen spreekt Alders niet, hij 'gilt'. Een heus hoofdredactioneel commentaar tot slot roept op tot 'morele steun' aan Alders: "Het zou bijvoorbeeld fijn voor hem zijn als iedereen hem plechtig belooft voortaan de was weer geheel op de hand te doen. Daartoe dient op de kortst mogelijke termijn langs ieder huis in Nederland een snel stromend beekje te worden aangelegd."

Het ochtendblad verraadt wederom z'n ragfijn ontwikkelde gevoel voor de psyche van zijn lezers, hun ergernissen, hun vooroordelen. Met verwijzingen naar zijn afgebroken schoolopleiding, zijn auto met chauffeur, zijn twee prive-auto's speelt de krant in op het sentiment dat zo'n blaag die van school is getrapt, nu oppassende burgers zo nodig moet vertellen wat zij dienen te laten, terwijl hij zich onbekommerd laat rondrijden in zo'n ministersauto en zich ook nog eens bemoeit met zoiets persoonlijks als de was.

Zelfs de keuze van het fotootje van Alders roept het vermoeden op dat De Telegraaf bijbedoelingen heeft. Alders staart de lezer broeierig aan door een ietwat scheefgezakt, beslagen brilletje. De verborgen boodschap lijkt te zijn dat de schoolverlater Alders tevergeefs tracht met een professoraal brilletje zijn gelaat een geleerde uitdrukking te geven.

Toch geldt in dit geval ook dat De Telegraaf de gelegenheid benutte die Alders haar bood. Het is de vraag of Alders' was-idee ook zo'n deining in de kolommen zou hebben veroorzaakt, als hij van meet af aan een meer relativerende toon had aangeslagen. In plaats daarvan liet hij zijn persoonlijk woordvoerster de boodschap aanvankelijk zwaar aanzetten: "Het wordt tijd dat mensen serieus gaan nadenken over dit soort aanpassingen van de consumptie."

Een reactie die de gedachten laat afdwalen naar Bill Clinton en Hedy d'Ancona. Clinton liet in zijn campagne voor het Amerikaanse presidentschap ongewild zien hoe een politicus slechte publiciteit over zich kan afroepen. Op de vraag naar zijn hash-verleden deed hij een poging tot een halfslachtige uitwijkmanoeuvre: "Ik heb wel een stickie in de mond gehad maar niet geinhaleerd." d'Ancona daarentegen demonstreerde vorige week hoe een politicus met een doordachte, goocheme reactie hem of haar onwelgevallige publiciteit kan neutraliseren. In zijn column in Broadcast Magazine, het vakblad voor de omroep, haalde oud-Vpro-directeur Arie Kleijwegt onlangs herinneringen op aan de LSD-trip die hij met d'Ancona maakte: "Halverwege de jaren zestig waren jij en ik al stevig aan de LSD. Arie kijkt almaar op zijn horloge, zei jij schaterend, toen je mij zag en je voegde er aan toe: doe niet zo verkrampt, joh, laat je lekker gaan."

Met een trefzekere reactie voorkwam d'Ancona, de verantwoordelijke minister voor de verslavingszorg, dat haar trip tot een drugsschandaal werd opgeblazen. Zij deed de column van Kleijwegt af met de woorden: "Oude mannetjesolifanten raken vaak los van de kudde en gaan dan luid trompetterend en wild zwaaiend met hun slurf rond."

Het ligt weer 's aan de presentatie

De verleiding is groot het dramatische dieptepunt dat de PvdA heeft bereikt in de opiniepeilingen in verband te brengen met het publieke optreden van bewindslieden als Alders, Ter Veld en Ritzen. Deze uitleg van de PvdA-malaise wint ook in de fractie veld. Fractieleden mokken dat bewindslieden hebben gestunteld in de presentatie van de pijnlijke ingrepen uit de voorjaarsbezuinigingen.

En inderdaad, het had beter gekund. Ter Veld maakte in haar verdediging van de korting op de bijstandsmaatregelen voor jongeren de indruk dat iemand anders het voor haar heeft bedacht, wat ook zo is. Waarom ging zij niet in het offensief en argumenteerde ze dat het Jeugdwerk-garantieplan bijstand voor jongeren gaandeweg overbodig maakt? In plaats daarvan verkondigde zij in een persbericht dat jongeren beneden de 21 jaar een beroep zullen moeten doen op hun ouders. En Ritzen? Hij liet 24 uur lang het misverstand voortleven dat de basisbeurs zou worden afgeschaft, in welk etmaal de studenten hun woelige weken en hun mars op Den Haag al hadden georganiseerd.

Toch volstaat deze verklaring voor de nieuwe klap in de opiniepeilingen niet. De PvdA staat thans op 26 zetels verlies, meer dan een halvering. Ook als je bedenkt dat de aanhangers van het CDA zich volgzamer hebben getoond dan de PvdA-kiezers, blijft het verbazingwekkend dat de christen-democraten met acht zetels minder in de polls redelijk uit de wind blijven. CDA-fractieleider Elco Brinkman kan volstaan met een verklaring dat hij de bezuinigingen onderschrijft en zulks ook van de coalitiepartner verwacht, om vervolgens naar de Bilderberg-conferentie in Zwitserland af te reizen. Geen haan die meer naar hem kraait.

Een deel van de verklaring is dat de PvdA als de altijd blunderende partij, de verliezer, in de hoek zit waar de klappen vallen. Daar tegenover staat het CDA, de vanzelfsprekende machtsfactor. Het laat zich in zulke verhoudingen raden op wie de kritiek neerdaalt. Maar er is meer. Wat zich waarschijnlijk ook wreekt is het verschillende verwachtingspatroon van de CDA- en PvdA-aanhang. Nog altijd gaapt, zo laat zich aanzien, een kloof tussen de regeerprestaties van de partij van Kok en de verwachtingen die de PvdA in haar lange periode van oppositievoeren heeft gewekt.

Dan is het voor de fractie met al haar oudgedienden wel zo verleidelijk om de oorzaak in de slechte presentatie te zoeken.

Met de normen legt Alders zijn eigen falen vast

De positie van Hans Alders in dat krachtenveld is des te treuriger. Alders werkt keihard, daar ligt het niet aan. Op zijn ministerie roemt men zijn gedegen kennis van zaken. Hij heeft veel beleid op de rails gezet, zo heet het ten departemente. En toch, hoeveel werk hij ook verzet, de dreiging ligt op de loer dat hij een naam opbouwt als falende minister.

Voor een deel is dat aan Alders zelf te wijten, meer in het bijzonder aan zijn neiging zijn beleidsdaden aan streefgetallen en normen te verbinden. Dat verraadt in hem het typerende trekje van een bestuurder die haakt naar papieren zekerheid. Al die normen voor mest, vervuilende gassen, water-, grond-, luchtvervuiling wekken de schijn dat een ecologische politiek met precies te voorspellen uitkomsten mogelijk is.

Die schijnexactheid kan vreemde vormen aannemen, bleek vorige week nog. De Kamer kreeg een nota onder ogen waarin Alders heeft vastgelegd dat in 1995 de stankoverlast moet zijn teruggebracht van 20 naar 17 procent van de bevolking. In 2000 mag nog 12 procent van de Nederland last hebben van stank. Alders heeft verzuimd in zijn nota te vermelden hoe je last van stank meet. Evenmin houdt hij rekening met de theoretische mogelijkheid dat wat de een als stank ervaart, voor de neus van de ander een weldaad kan zijn.

De tragiek van Alders is dat hij met al zijn normen zijn eigen falen heeft vastgelegd. Als het ware vanzelf vat de indruk van een onder de maat presterende minister post, iedere keer dat een norm niet wordt gehaald.

De vergelijking met het financieringstekort gaat mank. Auto's, fabrieken en boeren laten zich minder gemakkelijk tot een norm bezuinigen dan de geldstromen die schuilgaan achter het cijfer van het overheidstekort. Het kabinet weet zich bovendien in de sanering van de eigen financien verzekerd van stevige rugdekking van de Tweede Kamer. Wie zal dat laatste nog zeggen van de politieke wil om de ecologische kwestie aan te pakken? Heette de bestrijding van de milieuvervuiling nog bij het aantreden van Lubbers/Kok de vierde pijler van het kabinetsbeleid, thans lijkt het milieu uit het brandpunt van de belangstelling verdwenen. De inzakkende economie vraagt om werk en wegen.

De PvdA bevindt zich hiermee weer op het haar vertrouwde terrein van werkgelegenheidsbeleid en overheidsinvesteringen. Met dezelfde keuze is haar minister van milieubeheer echter in een moeilijke positie gebracht. Hij botst al gauw op de grenzen die de proriteit voor werk en wegen stelt, als hij de teloorgang van de leefomgeving werkelijk zou willen keren. Dat verklaart zijn onvermogen om het milieuvraagstuk zo te dramatiseren dat het terugkeert op de politieke agenda. In zo'n situatie opper je zoiets als een gezamenlijke wasmachine als je een discussie op gang wilt helpen over andere consumptiepatronen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden