Uit het donker in het licht

Nazaten van Sefardische joden die in 1492 uit Spanje werden verjaagd, kunnen nu de Spaanse nationaliteit krijgen. 'Eindelijk genoegdoening.'

Afgezien van een haast verscholen synagoge met politiepost erbij is de joodse gemeenschap in Madrid nauwelijks zichtbaar in het straatbeeld. In steden als Segovia en Toledo herinneren enkel de middeleeuwse jodenwijken, de juderias, nog aan de bloeiperiode van het Sefardische jodendom in Spanje. Het verdrijvingsedict dat in 1492 door de Spaanse kroon werd afgekondigd uit angst voor de bekering van katholieken tot het jodendom, had een massale uittocht tot gevolg; het betekende in één klap het einde van de Spaanse joodse gemeenschap.

Maar nu lijkt Spanje deze zwarte periode uit de geschiedenis achter zich te willen laten: eerder dit jaar nam het parlement een langverwachte wet aan waardoor nazaten van de verdreven joden de Spaanse nationaliteit kunnen verkrijgen, als zij hun afkomst kunnen aantonen. Deze maand wordt de wet van kracht. In januari 2013 werd in Portugal, waar destijds ook Sefardische joden werden verdreven, een vergelijkbare wet van kracht.

Verblijfsvergunning

Jacobo Aflalo (65), een Sefardische jood uit Marokko, nam alvast een voorschot op de nieuwe wetgeving. Twee jaar geleden verhuisde hij met zijn vrouw, na jaren werkzaam te zijn geweest in de scheepsbouw, naar de Spaanse kustplaats Málaga om daar van zijn pensioen te genieten.

Het lukte hem om via de reguliere migratieregeling een verblijfsvergunning te krijgen. "Maar dat is zeker niet altijd makkelijk voor Marokkanen hoor", vertelt hij met een licht Frans accent. "Veel Sefardische vrienden van mij in Casablanca en zelfs mijn dochter willen gebruik gaan maken van de nieuwe wet."

Aflalo had een aangenaam leven in de Marokkaanse handelsstad. Maar toch bleef Spanje altijd trekken; daarom ging hij er ook vrijwel elk jaar op vakantie. Nu hij er woont, is de cirkel rond. "Hier wil ik mijn laatste dagen slijten", zegt hij.

Het historisch sentiment leeft onder veel andere Sefardische joden in den vreemde, gelooft advocaat Alberto de Lara Bendahan, die zich specialiseert in migratievraagstukken voor deze groep. En hij is niet de enige: alleen al in Madrid concurreert hij met twintig andere juridisch adviseurs die zich met hetzelfde bezighouden.

De Lara Bendahan heeft de afgelopen maanden, in de aanloop naar de nieuwe wetgeving, al flink overuren gemaakt. "Veel mensen begrijpen nog niet hoe de wet precies in elkaar steekt", stelt hij vast. Vooral als het gaat over hoe men de bewijslast voor de migratiedienst moet samenstellen. "Als je geen joodse huwelijksakte hebt, wordt het al lastiger", legt hij uit. "Voor bekeerde joden die geen Spaans meer spreken en alleen nog de Sefardische achternaam hebben is het helemaal ingewikkeld."

De Lara Bendahan krijgt vooral veel verzoeken uit Israël, waar het grootste deel van de naar schatting twee miljoen Sefardische joden woont. Maar ook krijgt hij e-mails en telefoontjes uit Venezuela en Argentinië, waar eveneens grote groepen verblijven. "Er zijn er genoeg die weg willen uit Venezuela en nu om economische redenen naar Spanje willen komen", weet de advocaat.

Verzoenende woorden

Maar de nieuwe wet heeft boven alles een belangrijke symbolische betekenis, stelt professor Miguel Angel Motis Dolader, die onderzoek doet naar het Sefardische jodendom aan de Universiteit San Jorge in Zaragoza. "De genoegdoening na de ernstige fout die destijds door Spanje is gemaakt, is het belangrijkst voor de joodse gemeenschap. Ook al heeft het allemaal om onduidelijke redenen veel te lang geduurd", zegt hij.

Want al sinds begin jaren negentig, nadat de Sefardische gemeenschap in Spanje de prestigieuze Princesa de Asturias-prijs had gekregen voor haar bijdragen aan de maatschappij, werd er gesproken over de 'terugkeerwet'. Koning Juan Carlos sprak in 1992, vijfhonderd jaar na het verdrijvingsedict, al verzoenende woorden zonder overigens expliciet spijt te betuigen. Toch duurde het nog 23 jaar voordat er een concrete daad werd gesteld.

De joodse cultuur in Spanje is sinds de verdrijving volgens Motis Dolader een teruggetrokken cultuur geworden omdat de joden die bleven, werden gedwongen zich te bekeren tot het christendom. Vervolgens werden zij strikt gecontroleerd om er zeker van te zijn dat zij niet heimelijk toch het jodendom beleden. "Zij hebben zich erg aangepast aan de Spaanse cultuur. Dit is heel anders dan bij andere joodse gemeenschappen in de wereld." Toch is het ressentiment volgens de academicus verwaterd. "Wat meer dan vijfhonderd jaar geleden is gebeurd, kun je niet meer veranderen, daar is men nu wel van doordrongen."

Motis Dolader hoopt desalniettemin dat de 'terugkeerwet' een nieuwe impuls is om de viering van de Sefardisch cultuur in Spanje - de gemeenschap bestaat nog maar uit zo'n 15.000 mensen die met name in de grote steden wonen - nieuw leven in te blazen. "Wij hebben een goed museum in Toledo en enkele synagoges. Maar de cultus van weleer is nog niet terug. Het zou helpen als Sefardische joden terugkwamen om hier aan bij te dragen". Of dit een massale terugkeer wordt, betwijfelt hij overigens.

Symbool

Neem de Argentijn Marcelo Benveniste (57), die vanuit Buenos Aires een website over de Sefardische cultuur en een online radiostation in de lucht houdt. "Ik praat nog steeds ladino (Spaans dialect dat gesproken wordt door Sefardische joden, AT) en mijn vrouw doet aan Sefardisch dansen", vertelt hij enthousiast. 'Natuurlijk' gaat Benveniste ook gebruik maken van de nieuwe wet. "Maar voor mij is het puur symbolisch. Ik hoef niet zo nodig naar Spanje te verhuizen. Ik heb mijn leven en familie in Argentinië", legt hij uit. "Het is vooral erkenning voor de discriminatie en de mishandeling die wij hebben ondergaan. Ik vind niet dat je daar je voordeel mee moet doen om het maar economisch beter te krijgen."

Als pensionado Aflalo met zijn Sefardische vrienden in Casablanca sprak over de geschiedenis, merkte hij dat de wond er toch nog altijd is. "Dat zit nog wel diep hoor", vertelt hij. "Maar in het Spanje van nu wonen is juist helemaal niet moeilijk. Het is een heel open land!" Nu Aflalo vanwege zijn pensionering meer tijd heeft doet hij genealogisch onderzoek naar verloren familieleden die zich na 1492 over de wereld hebben verspreidt. "Voor zover ik weet heb ik geen familie meer in Spanje zelf. Die zijn allemaal vertrokken. Maar in Israël ben ik er een paar op het spoor; die zouden nu ook naar Spanje kunnen komen". In Málaga heeft Aflalo zich aangesloten bij een joodse organisatie die zich inzet om met activiteiten de Sefardische cultuur weer zichtbaar te maken. "Ik merk dat joden die al in Spanje wonen hier best terughoudend in zijn. Maar dat is toch niet meer nodig. Gelukkig hoeven wij ons niet meer te verstoppen".

Sefardische joden in Spanje en Portugal

Sefardisch komt van Sefarad, een bijbelse term in het Hebreeuws die verwijst naar het Iberisch schiereiland. Archeologische vondsten uit de zevende eeuw voor Christus duiden al op de aanwezigheid van joden in wat nu ruwweg Spanje is. Vanwege de moeilijke omstandigheden waaronder de joden onder de christelijke overheersing aanvankelijk leefden, zagen velen de moslimheerschappij op het Iberisch Schiereiland ten tijde van Al-Andalus (711-1492) als een bevrijding. Dit was een bloeiperiode voor de Sefardische Joden in wetenschap, kunst en handel, die zij zien als een Gouden Eeuw. Na het verdrijvingsedict van 1492 namen honderdduizenden Sefardische joden uit Spanje de wijk. 80.000 vertrokken aanvankelijk nog naar Portugal waar zij enkele jaren later ook moesten vertrekken of zich moesten bekeren. Velen verspreidden zich met name via het Ottomaanse rijk over de wereld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden