Uit eten in London Town

Internationale namen spatten van de winkelpuien, geen pub meer zonder continentaal ogend terras en prachtige delicatessens in elke wijk: Londen heeft zijn draai weer gevonden. Minder kleurrijk dan in de sixties wellicht, wat haastiger en stemmiger, maar de stad is wederom 'buzzing'. Ook in de restaurants bruist het: soms overweegt er het zien en gezien worden, meestal het eten zelf. Een selectie.

Belgisch

Zwart aangekleed dineren in stijlvolle, liefst een tikje buitenissige restaurants, dat is zo ongeveer het uniforme uit eten gaan in de Britse hoofdstad. In het knusse gebied rond de voormalige fruit- en groetenhallen, Covent Garden, barst het van de eetgelegenheden. Zoals het informele, bizarre 'Belgo Centraal' in Earlham Street, evenals 'Belgo Noord' opgezet door een een Engelse Belg (André Plisnier) en een Canadees met sterk Europese inslag (Denis Blais). Hier smul je voor weinig geld van huiselijk eten en klassiekers, maar eerst en vooral kom je voor Belgo's heilige drieëenheid: mosselen, friet en bier. En ofschoon de Britten vol vooroordelen naar Belgo togen (“mosselen zijn 'messy' en voor het gewone volk, wij hebben beter bier en wat komt er nu eigenlijk voor goeds uit 'boring Belgium' ”), zijn ze nu 'om', aangevoerd door zangeres Annie Lennox, die in Belgo Noord een habituée werd. Ik eet op proef in 'Centraal' en ben verbijsterd.

Piepjonge, beeldschone obers in zwarte pijen, lage, oneindige keldergewelven, schotten van staalplaat en hyperstrakke houten reftertafels. Is dit een novicen-klooster, een fabriekshal of een stationswachtkamer? Alledrie tegelijk, en nog gezellig ook. Maar dan: ik krijg een Jupiler zonder schuim als aperitief en veel te koude Noordzeegarnalen als voorgerecht.

Vervolgens mosselen uit de oven, belegd met mierzoete lof (dit is geen caramelliseren meer, maar stuk suikeren, te veel op Britse zoetekauwen afgestemd, soms?) en cementdikke, koude stoemp: aardappelpuree met stukjes groente als wortel en savooyekool. 'Hmmm', zouden Janssens & Jansen, gediplomeerde Belgische detectives, zeggen.

Het obertje in zijn pij, goed getraind in klantgerichtheid, ziet mijn ongeluk, put zich uit in verontschuldigingen, wil de mosselen wel van de rekening halen en zoeft in een mum terug met nieuwe stoemp en gebakken bloedworst met appel. Mooi, fouten worden hier dus direct hersteld. En goed, want nu zijn we op het rechte pad: de 'ragout de champignons à la Trappiste (paddenstoelen in Orvalbier en -kaas met een luchtige soufflé) is heerlijk, de mayo prima en de friet heel behoorlijk, maar natuurlijk nooit zo lekker als de dikgesneden 'echte' uit het frietkot. Ook voor de toet een pluim: zelfgemaakt pistache-ijs met brokjes bittere choco. Zo ken ik je weer, België!

Sympathiek is de 'fiver lunch' a £5 (¿16,-): een keuze uit drie gerechten en een pilsje. Het schijnt dat de eigenaren met hun restaurantformule ook naar Holland lonken, begrijpelijk nu hun 'Belgo Kookboek' hier recent verscheen. Zonder twijfel het leukste kookboek dat ooit uit 'boring Belgium' kwam, met goede receptuur en André en Denis slapstickend door de gerechten.

Terence Conran

'Raakt Londen ver-Conran-ised?' vroeg de culinair journalist van The Financial Times zich onlangs af, toen de beroemde vormgever-pottenbakker-restauranteur-winkelier-uitgever Sir Terence Conran alwéér een restaurant opende: het grootschalige, strak ingerichte 'The Bluebird'. Dit is in één moeite door een restaurant, een schitterende supermarkt vol dure delicatessen en eigen merkartikelen als Conran-water, Conran-wijn en Conrad-mosterd, een kookwinkel met Conran-kookboeken, en een café, waarvoor trendy Londenaren letterlijk bij een lullig bordje (queue here) in de rij staan.

In zijn conceptuele en prestigieuze restaurants dineer je ultrachic Frans/Italiaans (zoals in Le Pont de La Tour, waar Tony Blair pas nog de Clintons te eten gaf), traditioneel Brits, zoals in de Butlers Wharf Chop House of net als in een Parijse brasserie (het rumoerige Quaglino's). Conrans imperium slaat tentakels door heel Londen - is het toeval dat zijn uitgeverij 'Octopus' heet? - en zo langzamerhand vragen meer mensen zich af wanneer het ooit ophoudt. Voorlopig niet: The Bluebird bestaat pas sinds mei '97, maar in het vliegtuig terug las ik dat hij die dag (begin oktober) alwéér een eethuis had geopend, nu eens niet aangepakt op de bekende grote Conran-schaal, maar klassiek, klein en intiem: the Orary in Marylebone, gelegen boven zijn Conran Shop.

Sir Terence noemt zijn prijzen concurrerend en is niet uit op culinaire hoogstandjes. (Hoe dan de 30 gram Beluga-kaviaar voor ¿200,- in The Bluebird in te schatten?) Conran wil vooral dat het vertoeven in zijn eethuizen een ervaring is waarbij vormgeving en voeding een harmonieus geheel vormen.

Toegegeven, eten in The Bluebird is zeker een belevenis (zien en gezien worden, darling!), ofschoon het eten wat onevenwichtig en vlak van smaak is. Zoals de nietszeggende witte huiswijn, gevolgd door een voortreffelijke rode Spaanse. En flauwe viskoekjes, met daarna kabeljauw van de houtgestookte grill met aardappelpuree - de heerlijke vis werd volkomen weggeblazen door een weliswaar smakelijke, maar veel te kruidige tomatensaus. Ik koos zeker niet de duurste gangen, maar was met aperitief, bijbestelde sla en drie glazen wijn ¿165,- kwijt. Wen er maar aan, dat zijn normale bedragen in dit soms exorbitant geprijsde Londen.

Italiaans

Als het dan toch wat mag kosten, dan liever perfect, zoals bij Antonio Carluccio in zijn Neal Street Restaurant. Antonio huwde Conrans zuster Priscilla, maar inmiddels zijn de Carluccios en Conrans gebrouilleerd. Door hun verschil in stijl, wellicht? Waar Conran een keizerrijk opbouwde, houdt Carluccio het bij een smaakvol klassiek restaurant en een kleine, schitterende delicatessenwinkel in Covent Garden. Het eten is er peperduur, maar van een mate van voortrefffelijkheid die ik zelden tegenkwam. Carluccio is een paddenstoelenfanaat (hij schreef er een uitstekend boek over), dus neem ik natuurlijk zijn mushroomsoup (uitstekend) en een tussengerecht met witte truffel, zwam der zwammen, zojuist in Londen gearriveerd: ik kreeg de tartufo alba in weelderig ruime porties geschaafd over gebakken kwarteleitjes in een dunne room-botersaus en nam tussendoor een groene salade, met prachtig droog, knisperig blad: lof, ruccola, zuring en spinazie. Hier kunnen ze er wat van. De huiswijn is lekker (koel, niet koud, dus goed) en de Siciliaanse moscato passito past prachtig bij de huisgemaakte sorbet van passievruchten en campari. Maar dan die rekening: ¿190,-. Overigens inclusief de 15% service, automatisch bij berekend. Toch, beter een keertje echt voortreffelijke eten en daarna fish and chips, dan enkele malen la-la voor relatief veel geld.

Fastfood

Hapjes voor een habbekrats zijn er toch ook, gelukkig. De keten Pret A Manger (met een knipoog naar prêt-à-porter, maar hier zonder Franse accents) biedt fastfood zonder toevoegingen en conserveermiddelen voor een paar grijpstuivers. De self-service keten zit door de hele stad en zelfs in de National Gallery op Trafalgar Square. Voor een goede cappuccino en de goedkoopste dubbele sandwich met ei, mayonaise en tuinkers was ik £2.40 kwijt (¿8,-). De eitjes komen uit Wiltshire en zijn gegarandeerd van scharrelniveau.

High Tea

Tot slot nog een keertje extravagant: een cocktail om even bij te komen in de American Bar en daarna tea in The Thames Foyer: hier hebben we het over het neusje van de zalm, want genoemde bar en foyer zijn gelegen in het beroemde en exquise Savoy Hotel. Waar César Ritz ooit de baas was en August Escoffier kookte. Ten tijde van de Amerikaanse drooglegging in de jaren twintig, verzeilden veel Amerikaanse barkeepers in Londen. Zo ook Harry Craddock, die in the Savoy menig cocktail ontwierp. De bar is vroeg in een middag een oase van rust (geen muziek) en een dry martini (met gin, olijf en zoutjes) erg verkwikkend.

'Tea at the Savoy' op zondagmiddag is een instituut en een weldadige belevenis. Over enkelhoge tapijten naar The Thames Foyer, waarin niet meer Victor Sylvester speelt met zijn orkest maar een enkele pianiste centraal in een muziektent is opgesteld. Aan haar witte vleugel ontlokt zij evergreens en popsongs met een hoog Neil Diamond-gehalte.

Ofschoon The Savoy suites heeft van ¿3250,- per nacht en je dat aan sommige gasten heus af kunt zien, is de tea door het gewone volk omarmd en hoor ik een moeder haar dochter in onvervalst Cockney ('Drink y'r tea, darlin', befor' it gets cold') toespreken. Thee drink/eet je op een zachte sofa aan een kniehoog tafeltje en de ober spreidt het gesteven servet over de knietjes. Je krijgt sterke blaadjesthee in een pot en een etagere van drie verdiepingen hoog vol flinterdunne sandwiches met zalm, komkommer, ham en tomaat, zoete taartjes en scones. Bijbestellen kost niets en is usance: de ober komt toch al drie keer vragen of je niet nog wat sandwiches wenst. Dit urenlange genoegen voor de vaste prijs van £17.50: ¿55,-. Reserveren noodzakelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden