UIT EL TOBOSO

In El Toboso, het dorp waar Don Quichot zijn geliefde Dulcinea bezocht, leert een mens de voordelen van het vervoer per paard of desnoods per ezel in te zien. Toegegeven, ik probeer het dorp aan het begin van de siësta te verlaten. Dat is een moment dat je niemand in Spanje moet lastigvallen. Ik waag het erop, liftend van El Toboso naar Campo de Criptana. Dat is met een auto hooguit een half uur verderop. Maar liften is een probleem voor de reiziger die besluit van de geëffende routes af te wijken en in de sporen van Don Quichot door La Mancha te trekken.

De provincie strekt zich uit nadat Madrid ruim 100 kilometer noordwaarts in het niets is opgelost. La Mancha is een stoppelige vlakte, alleen doorsneden door rechte wegen. Heuveltjes en molens zijn de grootste variatie in het landschap, naast stenen huisjes die nog het meest van iglo's weghebben. Bomba's, worden ze genoemd. Voorvaders bouwden hun bomba door stenen te stapelen tot ze sloten op het punt waar het ronde dak bij elkaar kwam. Ze gebruikten geen druppel cement, en tegenwoordig weet niemand meer hoe ze dat voor elkaar kregen.

El Toboso is een verplichte halte in de speurtocht naar Don Quichot, allereerst vanwege het huis van Dulcinea. Dat is omgetoverd in een verzamelplaats van oninteressante gebruiksvoorwerpen uit vroeger tijden. Maar ook is een steenworp verderop het Centro Cervantino, met 220 edities van het boek, in 38 verschillende talen. Deze oneindig interessantere bestemming haal ik niet. Om twee uur 's middags sluit het centrum.

Daarna houdt in El Toboso eigenlijk alles op, diep weggestopt als het boerendorp is achter belangrijker wegen die bijvoorbeeld naar Albacete of Valdepeñas voeren. Maar Albacete, dat kan ook net zo goed in een ander land liggen. Hier zijn treinen, bussen noch taxi's, en is de boerentrekker het transportmiddel. En zowaar zijn er enkele vrouwen op fietsen die, met verontrustend piepende remmen en eensgelijke kinderen achterop, de bochten achter Dulcinea's huis nemen.

Het graan en de meloenen zijn al geoogst, in de resterende weken voor de herfst worden de druiven geplukt. Het is september en nog onverdraaglijk warm. Ik wacht op de auto die naar Campo de Criptana zal gaan en mij meeneemt, maar de uitvalsweg is vooralsnog leeg. 'Voetgangers op de weg, houd u links aan', meldt een verroest bord.

In 2005 is het vierhonderd jaar geleden dat Miguel de Cervantes 'De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha' schreef. Burgemeesters in de provincie maken nu al ruzie. Zij zien hoe reizigers, overigens geheel in de geest van Don Quichot, verdwalen in de provincie op zoek naar de plaatsen die Cervantes in zijn werk noemt. De burgemeesters bepleiten een goed bewegwijzerde route, en hun twist voert nu over de grote vraag welke plaatsen in aanmerking komen. Over de windmolens in Campo de Criptana is al overeenstemming, en ook over El Toboso. Maar dan is er bijvoorbeeld de vraag of Cervantes inspiratie kreeg voor het schrijven van zijn boek in de kerk van Argamasilla. Of was het in dat zelfde dorp, in de gevangenis? (Cervantes zat daar tussen 1601 en 1603 gevangen omdat hij weigerde belasting te betalen).

Ik wilde dat het al 2005 was en stromen toeristen door La Mancha vloeiden. Mijn waterfles is bijna leeg, het brood met tortilla op, en ik staar al bijna drie kwartier naar het land achter El Toboso zonder een auto te zien. Dan gebeurt het wonder. Een bestelwagentje komt over het zachte asfalt mijn richting. Tevergeefs. De man rijdt tot net voorbij het plaatsnaambord, doet de achterklep open en stort illegaal zes manden bouwpuin in de berm. Dan draait hij de wagen en rijdt terug, het dorp in. Ik meen ineens dat ik een oprukkend leger zie. Of is het een kudde schapen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden