Review

Uit de duim gezogen neuroten en kletsmeiers

Kent u de schilder Hans Broek? Waarschijnlijk niet. Hij komt voor in een gedicht van K. Michel: ,,Door het open raam vliegt een spreeuw/ het atelier van Hans Broek binnen/ en kakt onderweg op het schilderij/ in het blauwe vlak linksboven/ 'Klaar' bromt de schilder.' Of anders Karel: ,,De schilderijen van Karel zijn/ sterk. Ruimtelijk. Decoratief.' Lezen we in de cyclus 'De kunstcriticus' van dichter Alain Teister. En verder over Jacob: ,,Het hedenmiddag ondergane geel/ van Jacob is een zeldzame belevenis te noemen.'

Hans, Karel en Jacob zijn fictieve schilders, ze treden alleen maar op in de literatuur. Daarmee hadden ze een plaatsje kunnen verwerven in de zojuist verschenen 'Encyclopedie van fictieve kunstenaars', maar helaas, die beperkt zich tot literair proza. Vandaar misschien ook dat een van de bekendste uit de duim gezogen kunstenaars uit het Nederlandse taalgebied, Terpen Tijn van Marten Toonder, daar niet in mag optreden. Jammer vind ik dat.

Verder is deze encyclopedie een erg leuk en zelfs instructief boek dat in zo'n driehonderdvijftig lemma's evenzovele verzonnen kunstenaars de revue laat passeren. De samenstellers geven samenvattingen van hun bestaan en oeuvre, alsof het waarachtige, historische kunstenaars zijn geweest, maar nooit meer dan uit de boeken waarin ze optreden valt op te maken.

Ongetwijfeld zijn veel van die bedachte schilders min of meer gebaseerd op bestaande schilders; zo herkent de lezer in de bedachte schilder Crescent uit het aan bedachte schilders bijzonder rijke werk van de gebroeders De Goncourt trekjes van de werkelijke Barbizon-schilders Rousseau en Millet, en in Asher Lev (een schepping van Chaim Potok) gaat wellicht Marc Chagall schuil maar dat komen we in dit boek niet aan de weet: men houdt zich volledig aan de grenzen van de fictie en interpreteert niet.

Overigens nog een waarschuwing: het gaat hier om kunstenaars in engere zin, beeldende kunstenaars. Ander artiestenvolk -componisten, schrijvers- vinden hier geen plaats, dus niet Thomas Manns componist Serenus Zeitblom of Marcel Prousts Vinteuil. Ik kan me een dergelijk boek over fictieve schrijvers overigens óók heel goed voorstellen, want hoeveel schrijvers hebben niet juist een schrijvend alter ego gecreëerd. Dat geldt veel minder voor componisten en musici, wier bezigheden en begaafdheden kennelijk te geheimzinnig zijn om ruimschoots aan bod te komen in de fictie.

Hoe het ook zij, in deze encyclopedie vindt men bedachte schilders en beeldhouwers uit de gehele literatuur, vanaf 1605, wanneer in Shakespeare's 'Timon of Athens' een onbekende meester het portret van Timon schildert, tot aan 1999, het optreden van de fotograaf Umeed Merchant in Salman Rushdie's 'The ground beneath her feet'. Compleet kan zo'n boek natuurlijk nooit zijn. In ieder geval is het, zoals veel van dit soort naslagwerken, al voornamelijk westers georiënteerd en missen we dus vermoedelijk heel wat oosterse of Afrikaanse fictieve kunstenaars. Daarentegen doen er weer buitensporig veel kunstenaars uit relatief onbekend Vlaams werk mee, ongetwijfeld vanwege de achtergrond van het gros der samenstellers en lemmaschrijvers.

Ook elders is niet alles in evenwicht. Zo vraag ik me af waarom uit het werk van Vestdijk wél de hoofdpersoon Anton Wachter als beeldend kunstenaar is geselecteerd, terwijl zijn bezigheden en talenten zich beperken tot het schools natekenen van foto's, terwijl de schilder Holm (belangrijke figuur in 'De filosoof en de sluipmoordenaar') niet is opgenomen. En verder weet ik niet zeker of de door de encyclopedisten als fictief beschouwde beeldhouwer Joe Kurhajec uit Oek de Jongs 'Cirkel in het gras' ook werkelijk een verzonnen personage is. Ik trof tenminste een levende beeldhouwer Joe Kurhajec op internet aan en dat kan toch haast geen toeval zijn.

Nog iets: waarom wél de in dit gezelschap uitzonderlijke filmer Incandenza (uit 'Infinite jest' van Wallace) en dan niet Hermans' 'De blinde fotograaf'? En ten slotte: waar is de onvergetelijke kladschilder Ardalion uit Nabokovs 'Despair'?

Genoeg gezeurd. Voor de rest kan men niets dan lof hebben voor dit werk, dat de literatuur op zo'n onverwachte, speelse maar toch ook in zekere zin verhelderende manier in kaart brengt. Dat er, behalve historische beeldende kunstenaars, zoveel bedachte collega's van hen in de letteren rondlopen is vast geen toeval. Veel schrijvers moeten in de verte verwantschap met de schilder of beeldhouwer voelen: immers ook zij beelden iets uit of schilderen taferelen. Niettemin heb je niet vaak het gevoel dat een schrijver de schildersziel helemaal raak en van binnenuit heeft weten te treffen; het blijven toch grotendeels karikaturen. Dat geldt voor Felix Boezaardt (Flix uit A.F.Th. van der Heijdens 'De tandeloze tijd'), die als eindexamenstuk een blok massief beton inlevert, evenzeer als voor Bernard Malamuds Ephraim Elihu, die zijn naaktschilderpraktijk gebruikt om het model in bed te krijgen.

Ook in andere opzichten stemmen veel van de hier neergezette schilders overeen. De meesten zijn dwangmatige neuroten of onbegrijpelijke kletsmeiers van het ergste soort. Zo zijn er nogal wat die hun werk op zeker moment vernietigen, terwijl ook de onbegrijpelijke barbaar regelmatig zijn opwachting maakt. Over Rense Alberegt uit W.F. Hermans' 'Herinneringen van een engelbewaarder', lezen we bijvoorbeeld: ,,Zijn techniek was eenvoudig: hij doopte op houten plankjes gemonteerde sponzen in de verf en ging er dan tegenaan, tot het doek vol was. Interpreteren hoefde niet. 'Mijn peinture betekent niets', zei hij, 'mijn dingen zijn'.'

Ook Jan Wolkers schilderde in 'Kort Amerikaans' met Kees de Spin een bekend type schilder : ,,Zijn grauwe verbeelding werd onmiskenbaar gevoed door een misantropische levensvisie. 'Hoe rotter, hoe beter', luidt een opgetekende uitspraak van deze verwoede Spengler-aanhanger'.

Opgemerkt zij dat, volgens de opzet van dit naslagwerk, de betreffende kunstenaars geheel uit hun context zijn gelicht, wat tot gevolg heeft dat bijvoorbeeld Dorian Gray in het lemma van Basil Hallward slechts een bijrol vervult en hetzelfde geldt voor William van Baskerville en Adson van Melk uit Eco's 'In de naam van de Roos' naast de voor het boek zelf veel minder belangrijke schilder Adelmo.

Door hun selectieve levens krijgen de hier beschreven personages ook iets komisch, net zoals de hele opzet van het boek bij alle serieuze bedoelingen vanzelf iets ironisch heeft. Het is duidelijk dat sommige lemmaschrijvers hun lachen niet helemaal hebben kunnen inhouden. Zo lees ik over kunstenaar Gordon uit William Faulkners 'Mosquitoes', die zijn werk niet wil verkopen aan een geïnteresseerde koopster: ,,Toen ze bleef aandringen, gaf hij haar billenkoek'. Zoiets zie ik toch niet gauw in de Winkler Prins staan.

Toch levert dit boek naast plezier ook een enorme hoeveelheid materiaal, met name over de visie van veel schrijvers op het mysterie der creativiteit en ook over de wijze waarop veel schrijvers wraaknemen op hun artistieke fantomen. Nee, analytisch is het allemaal niet maar wie er zijn weg in weet te vinden komt een heel eind.

Als een echte encyclopedie valt dit boek op alle mogelijke manieren, achter elkaar maar vooral ook discursief te lezen. Een opmerkelijke hoeveelheid dienstige registers (op schrijvers, fictieve kunstenaars, reële kunstenaars, kunstwerken, landen en steden, reële instanties en personen, fictieve instanties en personen, noem maar op) ontsluiten deze Fundgrube op alle denkbare wijzen.

Wat wenst een lezer eigenlijk nog meer? Schilderijen natuurlijk, afbeeldingen van al die door al deze kunstenaars gemaakte pracht- en kladwerken. Maar daarin voorziet dit boek vanzelfsprekend niet. Want net zoals de makers blijven hun 'Portret van Lulu', het meesterwerk 'De machteloze berenjager' en het onvergetelijke 'Verstrengelde geliefden II' geheel en al van papier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden