'Uit de as rijs ik omhoog'

Over weinig personen in de literatuur is zoveel geruzied als over Sylvia Plath, de Amerikaanse dichteres die op 30-jarige leeftijd in februari 1963 in Londen haar hoofd in de oven legde terwijl haar kinderen in een kamer boven lagen te slapen.

Plath liet zo'n 350 gedichten achter (waaronder de toen al uitgegeven bundel 'The Colossus'), een al uitgegeven roman ('The Bell Jar'), een onvoltooide roman, en wat korte verhalen. Daarnaast twee kinderen, respectievelijk één en bijna drie jaar oud, en een ex-echtgenoot, de Britse dichter Ted Hughes, op het moment van Plaths dood beroemder dan zijzelf.

Omdat de scheiding op het moment van haar overlijden nog niet officieel was, werd Ted Hughes Plaths erfgenaam. Overtuigd van het belang van de gedichten die hij in haar nalatenschap aantrof verzorgde hij in 1965 de uitgave van 'Ariel'. De bundel bevatte de gedichten uit de manisch-creatieve periode vlak voor haar dood eind 1962, na Hughes vertrek. Gedichten geschreven in de vroege ochtend, tussen vijf en acht, voordat de kinderen wakker werden. Iedere dag een. ,,Ik ben een geniale schrijver'', schreef Plath haar moeder in oktober 1962. ,,Deze gedichten zullen me beroemd maken.''

'Ariel' bleef niet onopgemerkt, maar Plaths postume roem nam pas echt een vlucht, toen in 1971 de schrijver/criticus A. Alvarez een 'in memoriam' aan haar wijdde in de Britse krant The Observer. Alvarez onmoette Plath een paar keer toen ze eind 1962, begin 1963 in Londen woonde. Zijn gevoelige portret van de dichteres in haar laatste maanden, verlaten door haar overspelige echtgenoot, in haar eentje worstelend met twee kleine kinderen in de koudste Engelse winter ooit, raakte een snaar.

Gecombineerd met de felle poëzie in 'Ariel' raakte Sylvia Plath zelfs vele snaren, vrij stevig. Niet zo verwonderlijk begin jaren zeventig; de periode van feministische oproer en verontwaardiging. Plath had dan wel haar hoofd in de oven gelegd, in haar werk is ze geen slachtoffer. Vitaal en welsprekend is ze zowel in aggressieve wraaklust ('out of the ash I rise / with my red hair/ and I eat men like air') als in masochistisch doodsverlangen. Een beheerste furie; nooit aardig, zelden vergoelijkend, altijd intens.

Het memoriam van Alvarez openbaarde de autobiografische omstandigheden achter deze gedichten en dat was het begin van een reeks aan publicaties waarin Plaths leven en werk steeds weer samen aan de orde werden gesteld. Zes biografieën zijn er sindsdien verschenen, ontelbare artikelen en studies. Reeksen van memoria van mensen die haar kenden, en die allen op andere wijze geraakt waren door haar leven en dood. Tot in 2001 aan toe, toen vriendin Jillian Becker haar herinneringen aan Plaths laatste weekend, overlijden en begrafenis publiceerde.

En het einde is nog niet in zicht. De Marilyn Monroe van de elite is Plath al wel genoemd vanwege die voortdurende betovering. Sinds de dood van Ted Hughes in 1999 zijn er twee romans (van Emma Tennant en Kate Moses) verschenen waarin Plaths laatste maanden van binnenuit worden beschreven. De opnames van een door de BBC geproduceerde film over haar leven, met Gwyneth Paltrow in de hoofdrol, zijn in mei afgerond.

Vanwaar die niet aflatende fascinatie?

Een verklaring schuilt allereerst in het werk van Plath: het reikt naar de diepste, donkerste putten in de ziel en toch blijft de 'ik' ongrijpbaar. Uit de verschillende genres klinken verschillende stemmen op: de ambitieuze over-achiever in de bijna verbeten opgewekte brieven naar haar moeder, de onzekere, gepassioneerde, perfectionistische schrijfster in haar dagboek, de reeds genoemde wraakgodin in de gedichten. Daarnaast staat de echte Sylvia Plath zoals ze door anderen is beschreven in de memoria en biografieën. Ook niet zo eenduidig. Briljant. Levendig. Egocentrisch. Ambitieus. Tragisch.

En dan is er de zelfmoord die haar schaduw vooruitwerpt over de poëzie. Volgens Ted Hughes was dat de motor in de naar zijn idee valse interesse in haar (en daarmee ook zijn) leven. Woedend was hij toen zijn oude vriend Alvarez zijn 'in memoriam' publiceerde. ,,En nu is er dan echt een lijk'', schreef hij hem in reactie. ,,Het geschreeuw trok de menigte, maar nu komen ze niet meer om het geschreeuw te horen. Ze willen het lijk zien.''

Profetische woorden. Gemakkelijk is het niet geweest om zoals hij het zelf omschrijft in zijn ontroerende aan Plath gerichte bundel 'Birthday Letters' (1998) de romantic lead te krijgen in haar drama. Toch is de decennialang door Plath-adepten geplaagde Hughes niet alleen slachtoffer van die nieuwsgierigheid. Zijn eigen optreden heeft er het nodige aan bijgedragen. Officieel sprak hij nooit met biografen, maar hij schreef talloze brieven wanneer er weer iets 'onjuists' werd beweerd. Of het nu ging om een biografisch feit of om een naar zijn idee verkeerde interpretatie van een gedicht. ,,Ik mag hopen dat ieder van ons de rechtmatige eigenaar is van de feiten van zijn eigen leven'', verzuchtte hij in 1989 in een brief aan The Independent. Daarbij over het hoofd ziend dat Plath, dood, niet meer van haarzelf was, maar ook niet exclusief hem toebehoorde.

Ook na Hughes dood is de hype nog niet ten einde. Zijn overlijden in 1998 heeft ruimte geschapen voor weer nieuwe pogingen om nog dichterbij te komen, getuige de twee recente romans. Hun dochter Frieda lijkt de toorts van haar vader te hebben overgenomen. In reactie op een nog te verschijnen biopic met Gwyneth Paltrow publiceerde ze een gedicht in het Britse tijdschrift The Tatler. Boze woorden: 'and now they want to make a film / for anyone lacking the ability / to imagine the body / head in oven / orphaning children'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden