Uit cremeren

'Uit begraven' noemde Remco Campert een van zijn gedichten, maar dit was een crematie: uit cremeren dus. Een nette crematie. Geen hysterisch gesnik, geen geschreeuw van voormalige kroegmaats die ook nog wat wilden zeggen.

Hij had ook een keurige leeftijd bereikt, 81 jaar, was op een nette manier in bed gestorven en had tot overmaat altijd een net leven geleid. Iemand vertelde hoe graag ie altijd zwijgend achter de krant of een boek zat. Een ander dat hij graag reisde en zich dan altijd terdege voorbereidde. Een kleindochter las een gedicht van Vestdijk voor. Wat Bach en Albinoni en we stonden alweer in de koffiekamer.

Het publiek bestond uit zoveel zeventigplussers dat ik me haast jong voelde, maar we kwamen allemaal voor hetzelfde, om ons te realiseren dat hij de rest van ons bestaan zou mislopen, zoals ons dat straks ook ging overkomen. Misschien hadden de meeste aanwezigen zich daar al bij neergelegd maar ik nog niet, merkte ik. Ik wilde nog helemaal niet dood en vond het een onverdraaglijke gedachte die ik desondanks nog vrij gemakkelijk verdroeg en ik nam me voor dat ik, als ik straks dood moest, het inmiddels ook een beetje meer zou willen. Het was mijn oom daar in die kist, en mijn moeder, die het weten kon, had altijd beweerd dat ik wel wat op ' m leek. Hm, lezen, reizen, Vestdijk, het kon slechter. Hij was in 1923 geboren, in het jaar dat één biljoen oude marken één nieuwe mark opleverden. En hij had ook nog net de bommen in Londen meegemaakt. Zo leefden mensen dus: van geldontwaarding tot terreuraanslag bijvoorbeeld. Of zoals ik, van Jeen van den Berg tot wie weet de eerste maankolonie. Mijn oom was de laatste jaren steeds meer op zijn vader, mijn opa, gaan lijken, vonden we. Alleen dan zonder hoed en sigaar. Ook dat was het bestaan; het bleef een beetje hetzelfde, maar de attributen veranderden.

Om een of andere onnaspeurlijke reden moest ik opeens aan de Palestijnensjaal van Mohammed B. denken en wat hij hier, ondanks zijn Nederlandse schoolopleiding, allemaal van zou vinden: afgodendienst, Bach en Albinoni, die wat hem betreft voor niks hadden geleefd. Ach, wat wist ik van fundamentalisme? Helemaal niks. Kwam bij mijn weten niet voor in ons nette nest. Ik condoleerde een achterneef, die de laatste keer dat ik 'm ontmoette nog headbanger was geweest en inmiddels onderwijzer was geworden. Buiten scheen de zon, de tuin van crematorium Usselo was een paradijs, met al die urnen, lieve tekstjes en bloempotten.

Wat is er eigenlijk mis, vroeg ik me op de terugweg naar huis af, wat hebben we onder de leden? Maar het journaal wist het ook niet, meldde alleen maar dat ze maar weer eens een zeventienjarige moslimradicaal hadden opgepakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden