Uit BRIEVEN van lezers

Vooroordelen Waarom heeft de heer Kleinpenning (Trouw, 14 oktober) alleen onderzoek gedaan naar de vooroordelen van inheemse Nederlandse jongeren? Iedere groep heeft vooroordelen. Praat maar eens met een creoolse Surinamer over Nederlanders, Turken, of Hindostaanse Surinamers. Dit is het zoveelste beeld van zielige 'allochtoontjes', die het allemaal maar over zich heen moeten laten komen.

Ik heb ook bezwaar tegen het gebruik van het woord 'allochtoon' in dit verband. Niet omdat het een beladen woord zou zijn; als je het zou vervangen zou het volgende woord beladen raken. Nee, ik heb bezwaar omdat het een in dit geval onjuiste term is. Het gaat om de vaak in Nederland geboren kinderen van gemigreerde ouders; dan is de term 'allochtoon' (=elders geboren) niet erg op zijn plaats.

Verder knijp ik mijn tenen samen als ik lees dat volgens meneer Kleinpenning de relatief gunstige plaats van Surinamers op de discriminatie-lijst mogelijk wordt verklaard doordat Nederland een gering aantal 'echte' zwarten kent, met uitzondering van creoolse Surinamers.

Als iemand vooroordelen onderzoekt is het misschien toch wel nuttig als hij op zijn minst die van hemzelf eerst eens op de korrel neemt. Of mag ik mijzelf ineens niet tot de creolen rekenen omdat ik lichter van kleur ben dan een neger? De creoolse groep in Suriname kent alle kleuren die maar menselijkerwijs voorkomen. Het is me trouwens nooit zo opgevallen dat men hier in Nederland zo kleurgevoelig is, behalve dan als het er om gaat iedereen die als 'vreemde' te definieren is, op een grote 'zwarte' hoop te gooien, of je nu een (blonde) Turk bent of een 'echt-zwarte' Afrikaan.

Wat een idee trouwens om die kinderen een ranglijst voor te leggen. Dat is vragen om vooroordelen en vooroordeelbevestigend.

AAmsterdam Esther Sweet

Vrouw en priester

In Trouw van 14 oktober verscheen een interview met Tineke Ferwerda over de ervaringen van vrouwen, die een relatie hebben (of hebben gehad) met een priester. Ferwerda doet hierin uitspraken, die zij baseert op een onderzoek van vijf jaar geleden en op bevindingen, opgedaan in het netwerk Philothea, dat door (ex-)vriendinnen van priesters naar aanleiding van dit onderzoek werd opgezet. Wij vinden de teneur van het artikel erg tendentieus, daar relaties tussen vrouwen en priesters onterecht als altijd negatief worden afgeschilderd. Tevens wordt de suggestie gewekt dat deze vrouwen weinig zelfbewust zijn. De afgelopen jaren hebben wij geconstateerd, dat lang niet al deze verhoudingen ongelijkwaardig zijn, of geheim. Integendeel. Een aantal heeft de relatie zelfs openbaar gemaakt. Daarvoor moet je toch wel stevig in je schoenen staan. Zeer zeker bestaat ook die andere kant van de medaille: veel relaties lopen stuk, mede als gevolg van het taboe en de geheimzinigheid, waardoor ze worden omgeven.

Dat priesters in dit artikel als onvolgroeide pubers worden bestempeld, vinden wij erg ongenuanceerd. Ons lijkt dat door deze generaliserende opmerking de kloof tussen vrouwen en priesters wordt verbreed. Jammer, want we leken net samen aardig op weg naar meer openheid en naar doorbraak van een van de taboes binnen de r.k. kerk.

Amsterdam P. M. Brunklaus en C. G. J. Ubbink (bestuursleden Philothea).

Kerk en armen (3)

Een van de weinige kwesties waarbij de kerken meetbare resultaten moeten kunnen behalen is die van de armoede. Ik acht het dan ook terecht dat er kritiek uitgeoefend wordt op de conferentie die de Raad van Kerken en het CDA hielden. Het is voor degenen die zeer hard werken in de Raad niet leuk om te horen. Maar duidelijk moet zijn dat armoede doodgewoon geen kwestie is waaraan eer te behalen valt.

Vanuit de armoedebeweging gaat het erom niet al te gauw onder de indruk te raken van de aanwezigheid van ministers of wie dan ook bij je conferentie. Het zal allemaal wel goed zijn om on speaking terms te blijven, maar uiteindelijk moet er resultaat zichtbaar worden. Tot nu toe is dat op geen enkele manier het geval. We hebben slechts te maken met verslechteringen. Degenen die het betreft worden daar zeer cynisch van. In dit klimaat moet de interventie van ds. Harrewijn verstaan worden. Ds. Harrewijn als sfeerbederver, zoals hij door ds. R. van den Beld (Podium, 20 oktober) genoemd wordt? Van den Beld moet zich realiseren dat de armoedebeweging van begin af aan niet uit de koker van de Raad van Kerken komt, maar resultaat is van harde arbeid van niet in het minst ver op de achtergrond ploeterende kerkelijke vrijwilligers met organisaties van uitkeringsgerechtigden die voordien vaak met elkaar overhoop lagen. De Raad van Kerken doet zijn werk goed, maar ik heb weinig behoefte aan de behoedzaamheid die gevraagd wordt ten opzichte van de gewone parochie- of gemeenteleden door ds. Van den Beld. Behoedzaamheid kan ik me voorstellen bij zeer veel zaken, behalve bij de kwestie van de armoede die het hart van het evangelie vormt. Bij mensen in betere levensomstandigheden dringt nog steeds totaal niet door wat er aan de hand is.

Haarlem Henk Baars (kerkelijk opbouwwerker dekenaat Haarlem)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden