Uit BRIEVEN van lezers

Schiphol Drieëneenhalf jaar zijn we nu al bezig met de zogeheten Integrale milieu-effectrapportage Schiphol en omgeving. Een procedure die bedoeld was om de milieuschade en het milieubederf, veroorzaakt door de uitbreiding van Schiphol, te beschrijven. Een procedure die nodig is om een verantwoord besluit te kunnen nemen, zo houdt de overheid ons nog steeds voor.

In haar niet aflatende ijver om de vrije markt te behagen, laat de overheid bij de omwonenden echter een spoor achter van gebroken beloftes, halve waarheden en hele leugens. De grootste hele leugen wil ik u overigens niet onthouden: een verdubbeling van het vliegverkeer gaat samen met een verbetering van het leefmilieu.

De hele gang van zaken leidt tot achterdocht. Met de onthulling van Nova dat het kabinetsbesluit (vijfde baan parallel aan de Zwanenburgbaan) al wordt voorbereid zonder de resultaten van inspraak en advisering op de Amer af te wachten, wordt die achterdocht ook nog eens volop gerechtvaardigd. Daarmee valt wat mij betreft het doek voor de overheid als 'dienaar van het volk', althans in deze regio.

Wat ons rest is vergoeding van de milieu-schade; vergoeding voor 100 000 klachten; vergoeding voor bovenmatige herrie, stank en gevaar; vergoeding voor het willens en wetens verpesten van het leefmilieu. Aalsmeer drs. J. Boomhouwer,(voorzitter Geen Uitbreiding Schiphol)

Calvijn

De interessante column van Jan Greven in Trouw van 31 december is een reactie op het thema 'Maakt Calvijn depressief?' Dit thema kwam aan de orde bij reformatorische studenten en herinnert aan een brochure waarin kenmerken van het calvinisme als clichés in onze samenleving ten onrechte opgeld zouden doen. Ik laat die opgesomde kenmerken voor wat ze zijn, maar mis een wezenlijk kenmerk van het calvinisme, namelijk het wetticisme, vanuit een juridisch denkende levensvorm. Juist dit wezenlijk kenmerk is in de Nederlandse samenleving dwingend doorgedrongen, zowel in de kerkelijke als de niet-kerkelijke wereld.

Greven haalt terecht de Amerikaanse historicus Bouwsma aan, die constateert dat Calvijn bij zijn pogingen om een uitweg te vinden in eigen tegenstrijdigheden, op een bepaald moment de knoop doorhakt en kiest voor een systematisch geloofsdenken, waarin een star dogmatisme aan de dag blijkt te treden. Daarmee liet Calvijn zijn positieve inbreng aan het toenmalige humanisme achter zich.

De calvinistische orthodoxie was geboren en zou zich bij de navolgers van Calvijn in ons land verscherpen. Het legde een bodem voor allerlei vertakkingen en versplinteringen binnen eigen muren: van mild ethisch tot uiterst streng dogmatisch, met alle nuanceringen daartussen. Uitgerekend met dit calvinisme wordt de Evangelisch Lutherse Kerk thans geconfronteerd met het befaamde SoW-gebeuren en de daarin ontworpen concept-kerkorde voor een beoogd fusieproces van hervormden, gereformeerden en lutheranen. Wat de Lutherse kerk heeft besloten (1985) was: participatie, die nader zou moeten worden uitgewerkt. De richting van een fusie waartoe men sluipenderwijs het proces heeft omgebogen, is niet de oorspronkelijke bedoeling geweest van de besluitnemers. De huidige concept-kerkorde is de neerslag van het geloofsgoed van de twee grote calvinistische kerken. Op wettische en juridische wijze heeft men zijn visie neergelegd en de inhoud ervan is navenant. Het onbewegelijke en statische karakter van dit geloofsdenken is het lutheranisme vreemd.

Tot slot. In het calvinisme hanteert men veelal in kerkelijke belijdenissen, geloofsuitspraken als maatstaf. Voor het lutheranisme zijn ze weergave van . . . , geloofssymbolen, 'bij ons leert men'. Niets meer, niets minder. Leeuwarden D. Maurer

Calvijn (2)

Dat het calvinisme depressief maakt, noemt Jan Greven in zijn column over Calvijn een onzinnig cliché. Alsof het gemoraliseer, de genoegens- en wereldmijding enkel een produkt is van de Nadere Reformatie. Calvijn zelf zou, volgens Greven, ook een humanistische, open en tolerante kant hebben gehad. Een moedige poging dus, om Calvijn wat te rehabiliteren en ook te begrijpen dat de man een moderne zijde had.

Vele van Calvijns uitspraken geven echter wel degelijk aanleiding het moeras in te zinken. Die hoeven heus niet verdraaid te worden om depressief te raken. Dat dit gegeven onvermeld blijft in het stukje van Jan Greven vind ik dan ook een manco. Gorinchem J. Boom

Holman

Wat een gedoe om een uitlating van Theodor Holman in zijn column in Het Parool van 2 juli 94: een rechtszaak en een groot artikel in Trouw van 7 januari.

Ware het bidden van een variant op een der kruiswoorden niet een christelijker reactie geweest: “Heer, vergeef het hem, want hij weet niet wat hij doet?” Nieuwendam Adriaan Cornelissen

Corrupt?

De noodzaak koppen zo kort mogelijk te maken, mag nooit ten koste gaan van de waarheid. Het artikel in Trouw van 3 januari over het vooralsnog niet schorsen van een van corruptie verdachte topambtenaar in Groningen had daarom nooit de kop mogen krijgen: 'Corrupte ambtenaar nog niet geschorst'. Het justitieel vooronderzoek loopt immers nog. Het is dan ongepast als pers wel reeds een vonnis te vellen. Amersfoort J.P. Remmelzaal

Nederigheid

Ook in zijn column van 2 januari (postscriptum van Sint Nicolaas) is ds. Nico ter Linden, er weer in geslaagd zijn overigens niet geringe gave van het woord te gebruiken om andersdenkenden op badinerende toon toe te spreken.

Bibelebonders, onvrij gemaakten, maar ook “mijn beste” en “goede Arie”, allen worden vanaf zijn ivoren toren fijntjes terecht gewezen. En als ds. Ter Linden het dan ook nog heeft over “het zij in alle nederigheid gezegd”, dan denk ik: welke nederigheid, daar heb ik bij hem nou nog nooit iets van gemerkt. Leerdam Elsbeth de Jong-Verweij

CDA-stilte

Wanneer door Marnix van Rij (Trouw, 24 december) gesteld wordt dat binnen het CDA de lessen wel duidelijk zijn en dat het gaat om de toekomst van de christendemocratie, welke vol zelfvertrouwen tegemoet gegaan moet worden, moet ik opmerken dat we het nog maar moeten afwachten. Enige voorzichtigheid en reserve lijken me daaromtrent wel geboden.

Met de benoeming van een nieuwe partijvoorzitter en fractieleider kan het CDA voorlopig vooruit. Of het de mensen zijn waarop een (grote) partij zit te wachten? Toegegeven, ze zijn pas begonnen en daarom verdienen ze het voordeel van de twijfel. Maar toch . . . Een partij als het CDA moe(s)t meer en duidelijker van zich laten spreken. Kwesties als toenemende onveiligheid op straat, criminaliteit, Borssele, winkelsluiting op zondag, de sociale verhoudingen in de samenleving zijn daar voorbeelden van. Het is mij te stil rond het CDA. Siddeburen K. Meijer

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden