Uit BRIEVEN van lezers

Lucebert In zijn artikel '34 Klaarlichte dagen in het gezelschap van Lucebert' (Letter & Geest, 17 juni '95) schrijft Herman Verbeek, dat samensteller Richard Meier in zijn inleidende essay twee motto's kiest, waarvan het eerste luidt: 'Wer strahlen will, muss brennen'.

Hij voegt eraan toe, dat het een 'citaat zonder naam en plaats van herkomst' is. Volgens mij is dit citaat, maar dan in het Nederlands, van Lucebert zelf, namelijk uit het gedicht 'Lente suite voor Lilith'.

LENTE SUITE VOOR LILITH

Als babies zijn de dichters niet genezen van een eenzaam zoekend achterhoofd velen hebben liefde uitgedoofd om in duisternis haar licht te lezen

in duisternis is ieder even slecht de buidel tederheid is spoedig leeg alleen wat dichters brengen het te weeg uit poelen worden lelies opgedregd

kappers slagers beterpraters alles wat begraven is godvergeten dovenetels laat es aan uw zwarte vlekken merken dat het niet te laat is

wie wil stralen die moet branden blijven branden als hij liefde meent om in licht haar duisternis op handen te dragen voor de hele goegemeent.

Barendrecht F.L. v.d. Broeke

P.N. van Eyck (4) Naar aanleiding van het artikel van H. Franke in Letter & Geest van 10 juni, over De tuinman en de dood, door P.N. van Eyck, nog het volgende: In een brief afgedrukt in Trouw van 14 juni vermeldde O. Bremer de bij mijn weten oudst bekende optekening van dit verhaal, namelijk die door de Perzische dichter Djela-ed-Din Roemi (1207-1273) in zijn lange religieuze gedicht, de Methnewi (betekent: rijmschema AA BB). Van Eyck kon dit verhaal kennen omdat het stond in een bloemlezing van Perzische religieuze poezie, in het Perzisch en in een apart boek, in een Franse vertaling, door Hocééne (Hussein)-Azad, met de titel Sobh-e-ommid (l'Aube de l'Espérance). Deze boekjes werden in het begin van deze eeuw gedrukt bij Brill in Leiden. Amsterdam L. Th. Lehmann

P.N. van Eyck (5) In de recent opgelaaide discussie over het bekende gedicht 'De tuinman en de dood' van P. N. van Eyck is tot dusver nauwelijks opgemerkt dat de 'Perzische legende', die hieraan ten basis zou liggen, wel degelijk bestaat en in de oosterse literatuur helemaal niet zo onbekend is. Deze legende verhaalt in bijna dezelfde woorden hoe een hoveling van koning Sulaymân (Salomon) tevergeefs naar Indië vluchtte om aan de greep van Izraîl (de Engel van de Dood) te ontsnappen, precies naar de plaats waar hij voorbestemd was om te sterven. Twee nagenoeg identieke versies van dit verhaal zijn te vinden in de Mathnawî van de Perzische dichter en soefi-mysticus Jalâlu'ddin Rûmi (eerste helft 13e eeuw) en in de Kosmografie van de Perzische geleerde Zakariyyâ ibn Muhammad ibn Mahmûd al-Kazwînî (tweede helft 13e eeuw).

Volgens J.A. Arberry (Tales from the Masnavi, 1961, pp. 48 & 288) zou deze welbekende legende teruggaan tot de Perzische soefi-mysticus Abû Hâmid Muhammad ibn al-TûsI al-Ghazâlî (omstreeks 1100), maar in welke van zijn vele werken dit staat wordt helaas niet vermeld. Volgens al-Kazwînî (zie H. Ethé, El-Kazwîni's Kosmographie, 1868, pp. 120-121) zou het verhaal zelfs teruggaan tot de 8e-eeuwse korangeleerde Abû Muhaamad Sulaymân ibn Mihrân al-A'mash. Een andere versie van hetzelfde verhaal, waarin de leerling van een soefi-meester in Baghdad vergeefs uitwijkt naar Samarkand, wordt door Idries Shah (Tales of the Dervisshes, 1970, p. 191) toegeschreven aan de 8e-eeuwse avonturier Abû Alî al-Tâlakâni al-Fudayl ibn 'Iyâd.

Een belezen islamist zal ongetwijfeld nog veel meer verwijzingen naar deze legende kunnen vinden, maar nu inmiddels onweerlegbaar is aangetoond dat Van Eyck het verhaal van Jean Cocteau heeft overgenomen, resteert eigenlijk alleen nog maar de vraag hoe de laatstgenoemde dit verhaal heeft leren kennen. Leiden Dr. Rb H. van Gent

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden