UCK, een taaie tegenstander

Een burgeroorlog in Macedonië lijkt dichterbij te komen. De Albanese rebellen van het UCK houden stand tegen de voortdurende beschietingen van de Macedonische regeringstroepen. Zware artillerieaanvallen en de inzet van gevechtshelikopters hebben vooralsnog geen merkbare invloed op hun gevechtskracht. Wat is dat Ushtria Clirimtare Kosoves (UCK)?

In hemdsmouwen en op het oog volkomen ontspannen stelde de Macedonische premier Lubco Georgievski dinsdagavond de overwinning van leger en politie in het vooruitzicht. ,,We moeten voor onszelf vechten en dat kunnen we'', zei de minister-president op televisie. En met de oprichting van een, uit leger en politie samengestelde, elite-eenheid zou de definitieve nederlaag van het UCK een kwestie van tijd zijn.

Maar de minister-president heeft de schijn tegen. Militaire successen zijn de afgelopen maanden wel gemeld, maar nauwelijks behaald. Het leger beschiet de bezette dorpen met van alles en nog wat, maar slaagt er zelden in een dorp te heroveren en in bezit te houden. Het UCK toont zich een taaie tegenstander.

Volgens anonieme Albanese bronnen telt het rebellenleger circa vijfduizend strijders, verdeeld over drie brigades. Brigade 111 is actief in de Skopska Crna Gora (Skopje's Zwarte Bergen), die zich naar het noorden uitstrekken van de hoofdstad tot de grens met Kosovo. Brigade 112 bevindt zich in de omgeving van de stad Tetovo (Noordwest-Macedonië) en brigade 113 houdt zich op in het gebied bij Kumanovo in het noordoosten van het land.

Brigade 112, de Ismet Jashari Brigade, is volgens verscheidene bronnen, met drieduizend rebellen veruit de grootste. Ze beschikt zowel over handvuurwapens als over Joegoslavische Zolja-granaatwerpers, 85 mm-mortieren, 120 mm-artillerie, Chinese handgranaten en mijnen van allerlei soort, waaronder de omstreden anti-personeelmijnen die al veel slachtoffers hebben veroorzaakt onder de Macedonische strijdkrachten.

Een deel van de UCK'ers heeft de afgelopen tien jaar ervaring opgedaan in eerdere oorlogen op de Balkan; in Bosnië, in Kosovo en in de Presevo Vallei in Zuid-Servië. Een aanzienlijk deel echter heeft geen enkele ervaring. Het zijn jonge jongens uit de bezette dorpen die, al dan niet vrijwillig, worden gerekruteerd nadat de rebellen zijn binnengetrokken. Over de betaling in Macedonië is niet veel bekend, maar tijdens het conflict in Zuid-Servië ontvingen de stijders gemiddeld zo'n 350 gulden per maand.

Het militaire opperbevel over het UCK is sinds april in handen van de zestigjarige generaal Gëzim Ostrani, ex-officier van het voormalige Joegoslavische leger JNA en lid van het Kosovo Beschermingskorps TMK. In het veld staan de troepen onder bevel van commandant 'Sokoli'. De politieke arm van het UCK wordt geleid door Ali Ahmeti, die vroeger in Zwitserland woonde, maar sinds enige tijd in de hoofdstad van Kosovo, Pristina, is gevestigd. De grote organisator en belangrijkste ideoloog, Fazli Veliu, woont nog wel in Zwitserland.

Opmerkelijk genoeg stemt de analyse van een Macedonische deskundige, die nauwe banden onderhoudt met de inlichtingendiensten, op een aantal onderdelen overeen met die van de Albanese bronnen. Bijvoorbeeld als het gaat om de wapenleveranties. Over het algemeen wordt aangenomen dat de wapens van het UCK uit Albanië en Kosovo komen, maar dat is slechts een deel van het verhaal.

De meeste automatische geweren zijn inderdaad afkomstig uit de arsenalen van het Albanese leger. Ze werden buitgemaakt tijdens het oproer in 1997. De rest van het wapentuig wordt echter aangeschaft in West-Europa, volgens bronnen van beide zijden vaak met medeweten van de autoriteiten van de betrokken landen.

Hoe het UCK aan zijn geld komt blijft vaag. De Albanezen zeggen in West-Europa en de Verenigde Staten over diverse fondsen te beschikken die dagelijks geld afdragen voor de aanschaf van wapens en andere benodigdheden. Albanese 'gastarbeiders' zouden de fondsen vrijwillig vullen. Volgens de Macedoniërs, en met hen vele anderen, worden Albanezen in het buitenland echter gedwongen bij te dragen. Bovendien zou een aanzienlijk deel van de fondsen bestaan uit de opbrengst van criminele activiteiten als drugs- en mensensmokkel.

De Macedonische bron bevestigt dat het actieve deel van het UCK ,,enkele duizenden'' strijders telt, deels ervaren strijders met een ideologische doelstelling, deels huurlingen en nog wat reserves in het westen van het land bij de grens met Albanië. ,,Maar een groot deel is zo groen als gras; de jongens uit de dorpen die worden ingezet om de wapens te sjouwen en te dienen als kanonnenvoer.'' Er bestaat volgens hem nog een andere groep binnen het UCK: paramilitaire formaties, opgericht door de Macedonisch-Albanese politieke partij DPA, samen met de etnisch Macedonische VMRO van premier Georgievski.

Dat is minder vreemd dan op het eerste gezicht lijkt. Tijdens het begin van de gevechten in Macedonië, in februari, zochten de twee regeringspartijen naar een strategie tegen het UCK. Onder druk van de DPA wilde de regering niet direct het leger en de politie op de rebellen afsturen. Zij dacht de sympathie van het Albanese volksdeel te kunnen behouden met politieke afspraken. ,,Zolang die nog niet waren doorgevoerd, moesten de paramilitairen het UCK in bedwang houden.''

,,Het UCK is pas sinds kort een enigszins homogene groep'', aldus de Macedoniër. ,,Aanvankelijk had het 'Nationale Bevrijdingsleger' slechts een criminele doelstelling; instandhouding van de smokkelroutes door Macedonië. De grootste boef: Bexhet Pacolli, bijgestaan door de extreem duistere persoon Fazli Veliu en diens neef Ali Ahmeti, beiden bekend als agenten-provocateurs van de voormalige Joegoslavische inlichtingendiensten.''

Gaandeweg hebben de twee groepen elkaar echter weten te vinden. In Aracinovo, een uit de kluiten gewassen dorp op een steenworp afstand van de hoofdstad Skopje, het internationale vliegveld en de enige olieraffinaderij van het land, was er voor het eerst sprake van een gezamenlijke structuur. Het was tevens de minst succesvolle actie. Na drie dagen zwaar onder vuur te hebben gelegen van het Macedonische leger, zag het UCK zich gedwongen de strijd te staken. De rebellen werden, gewapend en al, onder escorte van Navo-troepen afgevoerd naar een nabijgelegen dorp.

Hoe het UCK zich in de nabije toekomst zal gedragen laat zich moeilijk voorspellen. De rebellen hebben nog steeds een aantal dorpen vast in handen, maar de kracht van de Macedonische strijdkrachten groeit ontegenzeggelijk. Na de levering van tanks door Bulgarije en gevechtshelikopters door Oekraïne is inmiddels ook een aantal gevechtsvliegtuigen uit Oekraïne gearriveerd. Het UCK heeft daarop waarschijnlijk geen antwoord.

De grote zwakte van leger en politie is echter het gebrek aan troepen om daadwerkelijk te vechten, gebied in te nemen en in handen te houden. De oprichting van de door Georgievski genoemde elite-eenheden moet daar een eind aan maken, maar de vorming en opleiding van die groepen is een kwestie van wat langere termijn.

Verder lijkt het erop dat de Macedonische regering zich minder zal gaan aantrekken van de internationale druk om zich terughoudend op te stellen. De rellen in Skopje, uitlopend in de bestorming van het parlementsgebouw, op maandagavond waren een teken aan de wand. Hoewel die in ieder geval deels waren georganiseerd, vinden de Macedoniërs wel degelijk dat de regering te zacht is, haar oren te veel naar het westen laat hangen. En later dit jaar zijn er verkiezingen.

De strijd in Macedonië is nog lang niet gestreden, maar de risico's voor het UCK groeien. Een bijkomende tegenvaller voor de rebellen is dat de Albanese inwoners van de steden in Macedonië zich tot nu toe stil hebben gehouden of op de vlucht zijn geslagen. ,,Daarmee is het crisisgevaar aanmerkelijk gereduceerd'', aldus de Macedonische bron.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden