Review

Uchida groeit in Beethoven

In zijn laatste drie pianosonates schiep Ludwig van Beethoven een geheel eigen universum. Alle grenzen en conventies van de klassieke pianosonates die toen nog golden, zette hij aan de kant in deze filosofische muziek. Dit universum laat zich het best verkennen, wanneer de sonates opus 109, 110 en 111 als drieluik worden gepresenteerd. Mitsuko Uchida deed dat in haar vijfde concert van de Carte Blanche die zij van de directie van het Concertgebouw kreeg om een eigen serie te maken.

Mitsuko Uchida heeft zich in de afgelopen decennia met name onderscheiden als een pianiste die sterk is in kleinschaliger muziek. Woensdag bleek dat ze net zo goed in staat is de lange adem in monumentale Beethoven-sonates te laten overwegen boven het uitlichten van details.

Interessant was dat haar spel gaandeweg het concert aan diepgang won. De Sonate in E, opus 109 speelde ze lyrisch, stijlvol en qua tempi consequent. Helemaal overtuigen deed ze nog niet in deze sonate, wat vooral een gevolg was van problemen van akoestische aard: door haar manier van aanslaan en rijkelijke pedaalgebruik werd de klank nogal omfloerst; met name in de krachtige en zeer snelle passages ontbrak zo de gewenste helderheid, wat mede een gevolg was van een soms te sterk spelende linkerhand.

In de Sonate in As, opus 110 werd Uchida's aanslag gedifferentieerder en helderder. Met grote toewijding en intensiteit wist zij de muzikale schatten die dit rijpe stuk herbergt met haar publiek te delen. Het tweede deel, een bruusk allegro, had evenwel nog een kernachtiger en markanter speelwijze verdiend. Vervolgens deed Uchida in het derde deel alsof Beethoven bij zijn tempovoorschrift “adagio“ niet de waarschuwing “non troppo“ had gezet. Ondanks het wel erg trage tempo, wist Uchida de spanning en de spankracht er in te bewaren.

De tweedelige Sonate in c, opus 111 is het wellicht fraaiste voorbeeld van yin en yang uit de muziekliteratuur. Het stormachtige eerste deel in c-klein is in-en-in aards, donker en strijdend van karakter. In de volkomen onaardse Arietta, geschreven in C-groot, ontstijgt de muziek de materie. Die uitersten kwamen in Uchida's indrukwekkende vertolking tot klinken. Op de vleugels van deze grootse muziek werd de pianiste op een niveau getild dat ik van haar nog niet kende.

De drie sonates leverden een relatief kort programma op, waarin de pianiste bovendien geen toegiften gaf. Dat was gerechtvaardigd, want na de veelomvattende Sonate opus 111 zou iedere noot er één te veel zijn geweest. Zeker nadat Uchida de Sonate had afgesloten met een uitzonderlijk lange, gewijde stilte, die even indrukwekkend was als haar vertolking van deze compositie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden