Review

'U moet ononderbroken dronken zijn'

Dat schrijvers en alcohol geen vreemden voor elkaar zijn, is algemeen bekend. In zijn essay 'In drank ten onder' beschrijft (de zesentwintigjarige!) Alexandre Lacroix hun intieme betrekkingen. Hij laat zijn geschiedenis beginnen in 1856, het jaar dat Baudelaire 'Les paradis artificiels' deed verschijnen, een soort eerste liefdesverklaring.

De jaren van vruchtbare samenwerking eindigen wat de schrijver betreft in de jaren zestig van de vorige eeuw, als andere drugs het regime overnemen. Een honderdjarige alliantie dus. Ook vóór de negentiende eeuw schreven auteurs als Rabelais wel over alcohol, maar sinds de negentiende eeuw richtte het alcoholisme zich niet langer op een collectieve, vreugdevolle roes maar op het getormenteerde innerlijk van de schrijver, dat zich met behulp van alcohol een uitweg in de literatuur zoekt.

Schrijvers zwelgen niet alleen veel (het minst interessante deel van de verbintenis eigenlijk), ze schrijven er ook veel over. Alcohol is een belangrijke inspiratiebron van de letteren; bekende drankromans als Malcolm Lowry's 'Under the Volcano', Donleavy's 'The Ginger Man' en Jack Kerouacs 'On the Road' vormen slechts het topje van een in spiritualiën gedrenkte ijsberg.

Lacroix neemt het op zich de verschillende manifestaties van alcoholisme in de literatuur onder de loep te leggen. Zo heb je de schrijvers voor wie alcohol een mogelijkheid bood om zich sociaal te onderscheiden van de burgerlijke massa: Baudelaire, Rimbaud en Verlaine bijvoorbeeld. Baudelaire schreef ,,U moet ononderbroken dronken zijn. Maar waarvan? Van wijn, poëzie of deugdzaamheid, de keus is aan u.''

De alcoholische roes ontremt sommige schrijvers zozeer dat ze een soort automatisch schrijverschap (dat de surrealisten propageerden) opleveren: Jack Kerouac schreef zijn romans in ijltempo, de Franse auteur Antoine Blondin schreef als een haas tussen zijn ampele dronkenschappen door en zijn laatste twintig jaar niet meer, omdat hij de drank toen helemaal prefereerde.

Ook het verband tussen alcoholmisbruik en seksualiteit komt aan de orde; in nogal wat romans en toneelstukken doet drankmisbruik dienst als vervanging van de geslachtsdaad: de ene roes voor de andere. Sommige schrijvers (Lowry, Zola) hebben alcoholmisbruik beschreven als een soort langzame zelfmoord; in de slotscènes van 'Under the Volcano' zoekt de alcoholistische consul zijn dood bijna doelbewust op.

En dan zijn er de notoire schrijvende drinkebroers die met hun alcoholverslaving een doelbewuste ontpersoonlijking in hun werk wilden bewerkstelligen (Georg Trakl en Dylan Thomas). Zo komt in kort bestek het hele literaire alcoholisme in beeld. Dat het na 1960 met de alcohol als geheimzinnige inspiratiebron definitief gedaan is, spijt Lacroix onmiskenbaar. Nieuwe drugs hebben de letteren daarna nooit meer zoveel moois en interessants geschonken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden