Typisch Nederlands: kinderbijbels

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Willem van der Meiden brengt alle Nederlandse kinderbijbels in kaart. Volgens de theoloog ontlenen steeds meer Nederlanders hun schaarse bijbelkennis aan deze publicaties. Over de populairste versie – die van Anne de Vries –, een knipogende gekruisigde en het beeld dat de tekst van de ’echte’ bijbel langzaam verdringt.

De kinderbijbel is tegenwoordig vaak nog de enige ontmoeting met het geschreven woord van God, zegt theoloog en journalist Willem van der Meiden.

Hij onderzocht de geschiedenis van drie eeuwen kinderbijbels in Nederland. Van der Meiden: „Kinderbijbels zijn een typisch Nederlands fenomeen.”

De Nederlandse geschiedenis van kinderbijbels is, volgens Van der Meiden, misschien wel de rijkste van de wereld. De onderzoeker kon putten uit bijna 900 verschillende uitgaven. Een deel hiervan is sinds woensdag tentoongesteld in het Comenius Museum te Naarden.

„De geschiedenis van de kinderbijbel begint in 1640”, vertelt Van der Meiden. „Vandaag de dag komen er ieder jaar tussen de vijftien en twintig nieuwe bij.”

„Waarschijnlijk zijn in geen ander taalgebied zoveel verschillende kinderbijbels verschenen als in het Nederlandse taalgebied”, schrijft de onlangs gepromoveerde Van der Meiden in zijn boek ’Zoo heerlijk eenvoudig, geschiedenis van de kinderbijbel in Nederland’ (ISBN 9789087041205). Het gros van deze bijbeluitgaven is oorspronkelijk in het Nederlands geschreven.

Kinderbijbels werden in den beginne gebruikt als lesstof, vertelt Van der Meiden. „Ze moesten kinderen opvoeden tot brave en oppassende burgers.” Tot het einde van de achttiende eeuw was de kinderbijbel bedoeld als opstapje naar de ’echte’ bijbel. Met de opkomst van de Verlichting veranderde in die tijd de plaats van de Heilige Schrift. De scheiding van kerk en staat en de daarmee gepaard gaande onderwijshervormingen uit 1806, verdreven de bijbel uit de school. „Het bijbelonderwijs werd naar moeders schoot verwezen”, zegt Van der Meiden.

In de negentiende eeuw vochten de verschillende religieuze stromingen hun kerkelijke twisten uit ’over de hoofden van de kinderen’. „De verzuiling, die al begint in 1879, maakte het belangrijk dat kinderen de juiste uitleg van de Bijbel meekregen”, legt Van der Meiden uit. „Kinderen moesten deze uitleg leren en vooral niet die andere. Voor kinderen was dat natuurlijk helemaal niet interessant.”

Met de verschijning van ’De Bijbelsche Geschiedenissen’ van W. G. van de Hulst in 1918 wordt de bijbel voor het eerst vertolkt naar de belevingswereld van kinderen. „Ik heb in mijn boek een standbeeldje opgericht voor Van de Hulst”, vertelt de onderzoeker. „Hij is erg verguisd, omdat hij te moralistisch zou zijn. Maar het is een mooi, goed en prachtig geschreven boek.”

Het ’Groot vertelboek van de Bijbelse geschiedenis’ uit 1938 en het ’Kleutervertelboek voor de Bijbelse geschiedenis’ uit 1948 zijn bestverkochte – en invloedrijkste – kinderbijbels uit de Nederlandse traditie. Beide boeken zijn van de hand van Anne de Vries en gingen wereldwijd in verschillende talen zo’n vier miljoen keer over de toonbank.

Anne de Vries junior – zoon van de kinderbijbelauteur – opende woensdag de tentoonstelling in het Comenius Museum. „Bij ons thuis werd na elke maaltijd voorgelezen uit de bijbel”, vertelt hij. „Behalve na het ontbijt.”

Hij had een lievelingsverhaal: de goede herder. „En ik was de enige niet”, zegt De Vries. „Mijn broer vertelde ooit tegen ons pasgeboren zusje: Ik zal wel voor jou zorgen, want ik ben de goede herder.”

Het succes van kinderbijbels is voornamelijk te danken aan de afbeeldingen, meent Van der Meiden. Langzamerhand wordt de tekst steeds meer ondergeschikt aan de plaatjes. „Het levert prachtige exemplaren op”, meent Van der Meiden. „De illustraties van Thé Tjong Khing zijn werkelijk een lust voor het oog.”

Maar volgens de onderzoeker is de overdaad aan afbeeldingen in zekere zin een vlucht. „De bijbelkennis gaat zo hard achteruit de laatste twintig jaar. Volwassenen blijven steeds vaker steken bij de kinderversies van de bijbel. Het echte werk lezen ze niet meer.”

Het verhaal dat verteld wordt is volgens hem steeds schraler geworden. „Je hebt tegenwoordig zelfs boekjes voor in bad over Jezus, knipogend aan het kruis, zoals in de Aanwijsbijbel. Dat schiet naar mijn mening zijn doel wel echt voorbij.”

Getuige de ’badboekjes’ zijn kinderbijbels er voor steeds jongere kinderen. In 1811 introduceerde Van der Palm zijn kinderbijbel met de woorden: ’U bent nu al twaalf en aan enige arbeid gewend’. Tegenwoordig is er een ’Kijkbijbel’ voor gehandicapte kinderen. Verder heb je videospellen en stripboeken.

„De verhalen staan steeds verder af van kinderen”, zegt Van der Meiden. De technologische ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en het inbeeldingsvermogen van de kinderen wordt meer op de proef gesteld. Aan de andere kant hebben de huidige kleintjes een beeld van een Arabier,omdat ze die op televisie zien en dus kun je simpeler illustreren.

Door de eeuwen heen zijn de kinderbijbels meer en meer veranderd. Voorzichtig wordt de vertaling van de Bijbel naar de belevingswereld van kinderen gevolgd door vertalingen van de Koran.

„Vooral het werken met afbeeldingen is hierbij revolutionair”, zegt Van der Meiden. Verschillende religieuze tradities pakken de kinderversies van hun heilige geschriften op.

„Er verandert voortdurend van alles aan de kinderversies van de Bijbel”, zegt Van der Meiden. „Behalve Jezus, die lijkt al driehonderd jaar op Arie Boomsma.”

(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden