Typically Nederlands

Universiteiten schakelen over, beursgenoteerde bedrijven leggen het op: Engels wordt de norm. Maar is daar wel over nagedacht? En ben je een provinciaal als je Nederlands wilt blijven spreken en schrijven?

Daniël Rovers (1975) is schrijver, onder meer van het reisboek 'De zon is het probleem niet'. Hij vertaalde De Amerikaanse auteur David Foster Wallace in het Nederlands.

Nederland is dan toch nog een gidsland geworden. Niet omdat we nu in zo'n moreel voorbeeldige natie leven, maar omdat onze bestuurlijke elite zich zo massaal aan het Engels heeft overgegeven. In geen ander niet-Angelsaksisch land wordt in collegezalen en bestuurskamers zo gretig Engels gesproken. Of beter gezegd: nergens anders hecht men zo aan de internationale vliegveldvariant met een sterk vereenvoudigde woordenschat die Globish wordt genoemd - je zou van Intengels kunnen spreken.

Naar het voorbeeld van de technische universiteiten hier te lande kondigden zowel de VU als de Universiteit Tilburg, pardon, Tilburg University aan dat vanaf 2018 hun voertaal Engels zal zijn. Niet bekend is hoe het broodje kroket in de kantine moet gaan heten. De Tilburgse collegevoorzitter Victor van der Chijs beargumenteerde, vooralsnog in het Nederlands: 'Over een aantal jaar zullen tien miljoen studenten de grenzen oversteken om te studeren. Als universiteit moeten we mee in deze beweging.' Onduidelijk was waarop hij zich hier baseerde.

Momenteel, zo leren cijfers van de Nuffic (Nederlandse organisatie voor internationalisering in het hoger onderwijs), komt van de Nederlandse hogeschoolstudenten iets minder dan 9 procent, zo'n 60.000 studenten, uit het buitenland. De meeste van hen staan ingeschreven aan een technische universiteit. De grote meerderheid van de buitenlandse studenten bestaat uit Duitsers, zo'n 40 procent van het totaal. Zij spreken een taal die erg dicht bij het Nederlands ligt.

Nog in 2011 riep De Onderwijsraad in een rapport op tot een 'weloverwogen' gebruik van het Engels in het hoger onderwijs. Universiteitsmanagers willen sneller vooruit. Door het ontbreken van duidelijke regels en de sterke Nederlandse traditie van onderwijsvrijheid is heel veel mogelijk. Bovendien heeft de politiek vaak andere prioriteiten. Als politici zich bemoeien met het hoger onderwijs, dan bijvoorbeeld met de protesten aan de Universiteit van Amsterdam tegen het rendementsdenken. Toen Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren de betogers in het Maagdenhuis haar steun toezegde, deed ze dat met broodjes tempé en een betoog in het Engels.

De consensus in Nederland luidt dat meer Engels nooit kwaad kan. Socioloog Dick Pels, voormalig directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks en biograaf van Pim Fortuyn, somde in 'Een zwak voor Nederland' (2005) de voordelen van verregaande verengelsing op. Beheers je de Engelse taal perfect, dan heb je direct toegang tot allerlei vormen van kennis. En je kunt je eigen ideeën opeens kwijt aan een enorme afzetmarkt.

Voor wie dat argument te marktconform klinkt, voegde Pels nog een progressieve redenering toe. Verengelsing zou ook de emancipatie dienen, want alleen door het Engels tot in de puntjes te beheersen kan het taalimperialisme van de Amerikanen, die hun taal met zoveel meer gemak spreken en schrijven, worden gekeerd.

Dick Pels maakte duidelijk dat hij voor tweetaligheid pleitte, niet voor de afschaffing van het Nederlands. Alhoewel hij meteen toegaf dat het Nederlands in de loop van jaren onherroepelijk zou 'vervallen tot een status als streektaal'. Vasthouden aan het Nederlands noemde hij 'krampachtig' en 'een recept voor provincialisme en gettovorming'. Hij doelde impliciet op de nationalistische navolgers van Pim Fortuyn, die het Nederlands in de grondwet willen verankeren. En de nationalisten kregen meteen een argument in handen om in hun standpunt te volharden. Een groot deel van hun electoraat wordt in de hoek gezet omdat ze niet zo goed Engels spreken als de elite dat denkt te doen.

Het is een interessante paradox. Terwijl het Engels in het hoger onderwijs de norm is, moeten migranten in Nederland - voor zover ze niet de status van expat hebben - onder druk van pittige sancties Nederlands leren. Dick Pels maakte in dit verband een mooie denkbeweging: hij stelde geen paradox maar een parallel vast. Waar het sommige allochtone werkzoekenden door gebrekkige kennis van het Nederlands niet lukt om een baan te krijgen, mislukken Nederlandse academici in het buitenland door hun krukkige Engels. Aanpassen is in beide gevallen het devies.

Maar het blijft toch wel vreemd dat we buitenlandse studenten de moeite besparen om Nederlands te leren. De taal die veelal laagopgeleide migranten maar moeten zien te spreken, wordt voor hogeropgeleide buitenlanders te moeilijk geacht. Bovendien gaat de taaldwang aan de universiteit inmiddels een stuk verder. Voor Nederlandse academici houdt aanpassing in dat ze geacht worden Engels te spreken in een met Nederlands belastinggeld gebouwde collegezaal gevuld met overwegend Nederlandse studenten.

In het verleden is gewaarschuwd voor onze gezamenlijke bekering tot het Engels. Vooraanstaande academici als Douwe Draaisma en - in Vlaanderen - Gita Deneckere hebben in essays hun bezwaren opgetekend. Draaisma bijvoorbeeld vreest dat ook het voortgezet onderwijs Engelstalig zal worden om zo beter aan te sluiten op de Nederlandse universiteiten. Vorig jaar schreef classicus en dichter Piet Gerbrandy het 'Manifest tot behoud van het Nederlands'. Hij legde uit dat vooral de kwaliteit van de geesteswetenschappen te lijden zal hebben onder de opgelegde omschakeling. Daar is de taal namelijk zowel onderzoeksobject als onderzoeksinstrument. Je moet over een voortreffelijke taalbeheersing beschikken om een cultuur, een literatuur, een verleden - die evengoed talig zijn - kritisch te kunnen duiden. Verplicht je Nederlandse docenten te spreken in een aangeleerde vorm van het Engels, dan ontneem je ze het vermogen tot scherp denken en bevlogen doceren.

Voorstanders van het gebruik van Engels in onderzoek en onderwijs - die je ook onder geesteswetenschappers vindt - brengen daar tegen in dat je voor hetzelfde geld voortreffelijk Engels kunt leren. Taalwetenschapper Marc van Oostendorp riep in een internetcolumn al op tot het behoud van het Engels aan de universiteit. Dat deed hij overigens wel in soepel lopend Nederlands.

En hiermee komen we bij de tweede fascinerende paradox in deze kwestie. Gaat het over de zin en onzin van verengelsing, dan vindt de discussie steevast in het Nederlands plaats. En precies dat legt de moeilijkheid, zo niet onmogelijkheid van het debat bloot. Nederlanders kunnen wel beweren dat ze praktisch tweetalig zijn en zich perfect in het Engels kunnen uitdrukken, maar hoe controleer je of die uitspraak steek houdt? Daarvoor zou je een moedertaalspreker Engels moeten zijn.

Misschien dat zoiets een volgende generatie lukt. Vooralsnog wil ik herinneren aan de klacht van de Britse auteur Simon Kuper over al die lezingen in het Globish die hij op symposia te horen kreeg. Niet eens dat het allemaal onverstaanbaar slecht was, maar wel zouteloos, inwisselbaar en oersaai.

Matig Engels: het zijn altijd de anderen die het spreken. Maar liefst 83 procent van de Nederlanders, zo wees een steekproef uit, meent beter Engels te spreken dan gemiddeld. Terwijl het natuurlijk verschil uitmaakt of je in je moedertaal of een vreemde taal lesgeeft. Bij Engelstalig onderwijs geven zelfs ervaren Nederlandse docenten veel summierder uitleg, wees onderzoek van Diana Vinke uit. En ze spreken zo'n 20 procent langzamer dan normaal. Voor bepaalde tentamens neemt het aantal cursisten dat zakt toe.

In het Engels denken Nederlandse studenten minder goed dan in hun moedertaal, heeft filosoof Ger Groot in Trouw gezegd. Groot stelde vast dat veel nuances verloren gaan als in werkgroepen in rudimentair Engels wordt gediscussieerd. En dat we zo de buitenlandse studenten bij voorbaat de Nederlandse denktraditie ontzeggen. Twee jonge Nederlandse filosofen reageerden op de wijsgerige weblog 'Bij nader inzien'. Heel die verengelsing, ze haalden er hun schouders over op. Zij hadden hun opleiding grotendeels in het Engels genoten, hun proefschrift in die taal geschreven en spraken op congressen en bijeenkomsten - ook in Nederland - zonder enig voorbehoud Engels.

Sterker nog: schrijven in het Engels ging hun veel makkelijk af dan schrijven in het Nederlands. Je zou kunnen zeggen, met Dick Pels, dat de emancipatie was voltooid. Maar hierbij valt wel een kanttekening te plaatsen. Namelijk dat zo'n uitspraak toch ook iets zegt over de mate waarin je je moedertaal nog meester bent. En dat je je kunt afvragen of dat Engels niet veel beter klinkt doordat gemeenplaatsen en krukkige formuleringen veel minder opvallen.

Tegelijk erkennen veel jonge onderzoekers dat de ontwikkeling naar steeds meer Engels is doorgeslagen. Met als resultaat een nieuwe vorm van eentaligheid. Maar ja: met al die tijdelijke contracten, de wereldwijde concurrentie en publicatienormen waarbij alleen de Engelstalige artikelen tellen, moeten ze natuurlijk wel mee.

Vanuit individueel standpunt valt dat te begrijpen, maar de gemeenschap is er de dupe van. Want wetenschappelijke kennis, afgezien van de zuivere wiskunde, heeft betrekking op een specifieke maatschappelijk context. Wetenschappers onderzoeken hoe een gemeenschap functioneert en geven die zo mede vorm. Neem Nederlandse academici als Ewald Engelen of Trudy Dehue. Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam, schreef het spraakmakende 'De schaduwelite voor en na de crisis'. Dehue, als professor aan de Universiteit Groningen gespecialiseerd in wetenschapsgeschiedenis van de psychologie, publiceerde 'De depressie-epidemie'. Zonder hen zouden we overgeleverd zijn aan wat de voorlichters van banken en de farmaceutische industrie ons verkopen als de waarheid, vaak onder de mom dat het 'goed voor Nederland' is.

Engelen en Dehue publiceren Nederlandstalige essays en boeken over hun vakgebied en bieden daarmee lezers, onder wie weer journalisten en parlementsleden, argumenten voor het democratische debat. Een blog in het Nederlands bijhouden of af en toe een opiniestukje publiceren is niet genoeg. Je moet grondig onderzoek doen en het publiek voor je inzichten weten te winnen. En de tegenstander heeft een miljardenbudget en wil niets liever dan jou het zwijgen opleggen. Multinationals zijn gebaat bij artikelen in Engelstalige academische tijdschriften die geen hond leest.

Provincialisme of wereldwijsheid - daar gaat het hier tenslotte om. Wereldser is wie Engels spreekt, wordt vaak gedacht. Maar hoe zelfverzekerd is het om bij het geringste accent van een gesprekspartner over te schakelen op het Engels? Wijst dat niet op de provinciale angst als achterlijk te worden beschouwd? En ben je provinciaal als je liever wilt spreken en schrijven in de taal die je beheerst? Het verdient een vermelding in de Encyclopedie van de Domheid dat de lerarenopleiding Nederlands bij ons voor een deel in het Engels onderwezen wordt! Typisch Nederlands, dat is de neiging om als het even kan over te schakelen op een andere taal - het Engels dus.

Maar waar maak je je toch druk om kerel, zou je kunnen zeggen. Als schrijver is het toch een machtig experiment om in het Engels te publiceren? Ja, dat is zeker een goede oefening, al was het maar om je eigen beperkingen tegen te komen; daar is nooit iemand slechter van geworden. Op een blog las ik hoe schrijver Dick Holzhaus zijn Engelstalige tweede roman aanprees, verkrijgbaar via Amazon. Zijn Nederlandstalige debuut was van het soort succes geweest 'waardoor je verhongerd' [sic]. In het Engels ging het veel beter. De kwaliteit van zijn werk? 'Die zit niet in het imiteren van literaire zinsconstructies maar in de kracht die ontstaat tussen woordkeus en handeling.'

Misschien dat ik daar het meest beducht voor ben: de bullshit die ons te wachten staat als we in het Engels denken te gaan denken.

ILLUSTRATIE KWENNIE CHENG

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden