Twintigers kijken twintig jaar terug

Ze zijn te jong om de Rwandese tragedie aan den lijve te hebben ondervonden, maar volwassen genoeg om te reflecteren. Hoe kijken de kinderen van slachtoffers en daders van de genocide van 1994 terug? En hoe zien zij hun toekomst?

Moeten alle Hutu's om vergeving vragen?
Ik ben Rwandees: Ndi Umunyarwanda. Dat is de titel van een landelijke campagne die het etnische verleden van Rwanda moet begraven en eenheid van Hutu's en Tutsi's propageert. Maar de campagne, vooral gericht op jongeren, wordt ook bekritiseerd vanwege een onderdeel waarbij Hutu's om vergeving vragen voor de genocide, ook als ze zelf geen genocideplegers zijn.

Dat onderdeel is een initiatief van een Hutu, Edouard Bamporiki (31). Sinds kort parlementariër, maar beter bekend als schrijver, dichter, acteur en filmmaker. "Een van mijn films is zelfs op het Internationaal Filmfestival Rotterdam vertoond", zegt hij met enige trots vanaf zijn veranda met uitzicht over hoofdstad Kigali.

Bamporiki, in lakleren schoenen en een zwart-wit outfit, is bekend en omstreden. Hij maakte de genocide als kind mee. "Ik vond het lichaam van mijn leraar. Ik dacht: als ze leraren doden, zijn kinderen daarna aan de beurt. Maar mijn moeder zei: maak je geen zorgen, ze doden Tutsi's. Maar ik wist niet eens dat hij Tutsi was. Toen wist ik opeens waar het om ging."

Bamporiki en zijn ouders hebben geen Tutsi's vermoord, maar zijn oom wel. "Ik schaamde me voor hem. Hij heeft 17 jaar vastgezeten, maar lijkt niet echt spijt te hebben. Hij zei tegen me dat vijf jaar genoeg was geweest. Alsof hij nog steeds niet echt beseft wat hij gedaan heeft. Om van de schuld en de schaamte voor zijn gedrag en gedachten af te komen, wilde ik mijn excuses aanbieden voor wat mijn volk heeft gedaan. Ik heb publiekelijk gezegd dat ik de vergiffenis van Tutsi's nodig heb. Meer Hutu's hebben mijn voorbeeld gevolgd en nu is het een onderdeel van de campagne. Vrijwillig, dat wel. Vroeger zeiden Hutu's misschien: ik heb niet gedood, dus ik ben niet verantwoordelijk.

"Maar nu zeggen sommigen zelfs: ook al heb ik niet gedood, ik heb ook niemand beschermd. Dus vergeef me dat er niet meer overlevenden zijn. Ook al is iets niet direct jouw schuld, door vergiffenis te vragen, neem je er afstand van."

Als eerste in zijn familie is Bamporiki getrouwd met een Tutsi. "Ik wist niet meteen dat ze Tutsi was. Er zijn namelijk ook heel knappe Hutu-meisjes", laat hij zich ontvallen, daarmee onbedoeld het stereotype van de zogenaamd mooiere, elegantere Tutsi's met hun spitse neuzen en smalle gezichten bevestigend. "Maar opvallend genoeg heeft mijn familie meer moeite met haar, dan haar familie met mij. Terwijl zij heel veel familieleden hebben verloren door de genocide. Mijn tantes voelen zich heel ongemakkelijk bij mijn vrouw. Ze weten niet hoe ze met haar om moeten gaan."

Vorig jaar werden de lichamen van de broer en zus van Bamporiki's vrouw gevonden. Zij werden als kinderen gedood in de genocide. Bamporiki vergezelde zijn vrouw en zijn schoonmoeder, waar hij het goed mee kan vinden, bij de traumatische vondst. "Mijn schoonmoeder was er heel slecht aan toe. Wie zou dat niet zijn als je de restanten van je kinderen 19 jaar later terugvindt? 'Hutu's zijn slechte mensen', zei ze terwijl ze zich aan mij, haar schoonzoon, een Hutu, vastklampte. Mijn vrouw zei namens haar moeder 'sorry', tegen mij."

Volgens Bamporiki heeft Rwanda nog een lange weg te gaan. "Twintig jaar is niks. We zijn nu op het niveau van tolerantie. Hopelijk worden mijn kinderen de nieuwe Rwandezen die echte eenheid zullen kennen."

Cyiza Sharotte (21), werkloos, Myange
'Ik snap niet hoe mijn vader heeft kunnen doden'
"Vroeger schaamde ik me om wat mijn vader had gedaan. Hij heeft mensen vermoord en negen jaar in de gevangenis gezeten. Daardoor speelde ik voorzichtig met andere kinderen omdat ik bang was ze iets aan te doen of ruzie te krijgen. Ik werd niet uitgescholden of nagewezen, maar ik wist dat zij wisten van mijn vader. Het was altijd ongemakkelijk. Ik snap nog steeds niet hoe mijn vader dat heeft kunnen doen. Omdat hij zijn straf heeft uitgezeten en genade heeft gevraagd, heb ik wel respect voor hem. Ik mag hem alles vragen, zoals 'waarom?' Hij zegt dan: 'We waren stom en beïnvloed door slechte leiders. Misschien had jij toen hetzelfde gedaan.' Maar ik zou mijn buren nooit vermoorden als iemand dat vroeg. Nu ben ik van de schaamte af. Ook omdat anderen me niet als kind van een dader behandelen. Mijn vriendje is Tutsi en zijn vader is vermoord tijdens de genocide. Hij kent mijn achtergrond, maar we praten er niet over. Dat is het verleden. Mijn toekomst? Ik ben van school gegaan omdat er geen geld is voor schoolspullen. Ik heb ook geen werk. Ik wilde arts worden omdat ik zieke mensen uit hun lijden wil verlossen."

Mecka Rousseau (20), scholier, Kigali
'Mijn etniciteit? Die is niet meer belangrijk'
"Ik heb mijn vader pas twee jaar geleden leren kennen. Tijdens de genocide, toen ik net geboren was, is hij naar Congo gevlucht. Mijn moeder bleef met mij in Rwanda. Daarna zijn we elkaar uit het oog verloren. We dachten van elkaar dat we dood waren. Ik droomde vaak over hem, dat hij stierf. Het was heel zwaar om zonder vader op te groeien. Ik heb daardoor wel veel respect gekregen voor mijn moeder en ik wil iets van mijn leven maken.

Volgend jaar ga ik studeren. Het liefst in Amerika of Engeland als dat lukt. Maar ik wil wel in Rwanda werken zodat ik mijn land kan helpen ontwikkelen. Als politicus of zakenman. We moeten nu vooral vooruit kijken zonder verdeeldheid. Op school debatteren we in alle openheid over de genocide. Maar we weten vaak van elkaar helemaal niet wie Hutu of Tutsi is.

Mijn etniciteit? Daar wil ik het niet over hebben. Dat is niet meer belangrijk. Mijn verleden is niet mijn toekomst."

Sandrine (19), aankomend studente, Kigali
'Als kind uit verkrachting was ik geen slachtoffer'
"Drie jaar geleden kwam ik erachter dat ik uit een verkrachting ben geboren. Terwijl ik altijd dacht dat ik dezelfde vader als mijn oudere broers en zussen had. Hun vader is tijdens de genocide vermoord en ik ken hem alleen van foto's. Na zijn dood is mijn moeder verkracht en werd ik geboren. Als weduwe kreeg mijn moeder hulp van een landelijke organisatie, ook voor haar acht kinderen. Maar toen die organisatie erachter kwam dat ze een dochter van een dader had, werd de hulp aan mij stopgezet. Daardoor kwam ik achter de waarheid. Ik werd niet als slachtoffer beschouwd, maar als 'gevolg'. Ik denk niet graag aan mijn verleden. Daarom wil ik niet op de foto. Als ik aan mijn verleden denk, voel ik me zwak. En ik wil juist sterk en positief zijn. Met mijn moeder praat en bid ik veel. Dat geeft me vrede. Nu krijgen kinderen van verkrachters wel hulp. Mijn beste vriendin heeft dezelfde achtergrond. Maar zij en haar moeder hebben via de dader hiv gekregen. Zij heeft het veel zwaarder dan ik omdat ze ook nog ziek is en met school moest stoppen. Binnenkort ga ik studeren. Ik wil database-manager worden in de IT-sector."

Vedaste Dushimirimana (21), werkloos, Myange
'Mijn vriendin is Tutsi en weet dat mijn vader een dader is'
"Voordat ik in dit verzoeningsdorp kwam wonen, werd er niet veel tegen me gepraat. Ik voelde me eenzaam als kind. Als kinderen vroegen waar mijn vader was, zei ik wel dat hij vastzat, maar niet waarvoor. Toen had ik geen Tutsi-vrienden. Nu wel en daar ben ik blij om.

Nu zou ik nog graag werk hebben of naar school gaan. Er is geen geld voor school en geen werk hier in Myange. Ik help mijn ouders een beetje met zoete aardappel, bonen en cassave verbouwen. Ik kan nu moeilijk oordelen over wat mijn vader toen heeft gedaan. Maar ik zou het niet over mijn hart kunnen verkrijgen om te moorden. Hij heeft vergiffenis gevraagd en gelukkig is het geaccepteerd.

Ik zie een genocide niet snel weer gebeuren, want we hebben nu goed leiderschap en we leven vredig samen. Mijn vriendin is zelfs Tutsi en ze weet dat mijn vader een dader is. Ze is pas 18, maar als ze 21 is, wil ik wel met haar trouwen.

Of dat de oplossing is? Niet per se. Vroeger waren er ook al gemengde huwelijken en toch is er een genocide geweest."

Divine Mutoni (19), scholiere, Kigali
'Een Hutu als vriendje? Dat gaat te ver'
"Sinds vorig jaar weet ik wat er precies gebeurd is. Mijn vader was militair en bleef hier tegen de moordenaars vechten terwijl mijn moeder naar Burundi was gevlucht met mijn oudere boers en zussen. Mijn vader heeft me verteld wat hij heeft gezien. Dat mensen dieren werden. Dat een moeder met haar eigen baby op de rug een andere baby doodsloeg. Echte duisternis.

Als kind wilde ik al weten: waarom is dit gebeurd? Ik wil namelijk advocaat worden en tot de kern van het geweld komen. Nu weet ik dat er twee aparte volken en sociale klassen in Rwanda waren. De Hutu's, die waren arm, en de Tutsi's, die waren rijk. De leiders maakten daar misbruik van en stookten de twee groepen tegen elkaar op. Rwanda viel omdat er verdeeldheid was. Nu prediken we eenheid.

Op school gaan we allemaal met elkaar om, ongeacht afkomst. Een Hutu als vriendje? Nee, dat gaat te ver. Dat kan ik mijn familie ook niet aandoen. Ik kan die geschiedenis niet vergeten. Als ik dan alleen met die jongen zou zijn, zou dat boven komen drijven en alles verpesten."

Emmanuel Cyubahiro (19), scholier, Myange
'Vroeger wilde ik het leger in om alle Hutu's te vermoorden'
"Mijn grootouders zijn vermoord in de genocide. Mijn vader is ook dood, maar pas na de genocide. Hij ging als soldaat naar Congo om tegen de gevluchte daders te vechten. In 1998 is hij gedood. Mijn moeder had geen man en geen ouders meer. Het leven was voor ons heel zwaar.

Nee, we kregen geen hulp van de overheid. Soms hadden we geen onderdak. Toen ik jonger was wilde ik het leger in zodat ik alle Hutu's kon vermoorden. Maar mijn moeder heeft het de daders vergeven. Nu wonen we al zeven jaar in dit verzoeningsdorp. Het is goed dat we met elkaar samenleven. Op school, in het dorp en de kerk krijgen we veel voorlichting over eenheid. Dat is goed. Maar we moeten ook banen creëren en ondernemerschap stimuleren. Ik wil zelf civiele techniek, biochemie of elektronica gaan studeren.

Minder armoede en meer onderwijs helpt tegen onwetendheid en voorkomt dat mensen elkaar in de toekomst weer geweld aan zullen doen. Het zal goed gaan met Rwanda. Ze gaan ons land nog eens verwarren met Amerika."

7 doden per minuut
Rwanda herdenkt vanaf vandaag 100 dagen lang de genocide van 20 jaar geleden met stille tochten, lezingen, films en debatten in binnen- en buitenland.

Ook wordt er geïnvesteerd in verzoening. Prison Fellowship Rwanda laat daders en slachtoffers samenleven in 'verzoeningsdorpen' door het land.

Op 6 april 1994 werd het vliegtuig van Hutu-president Habyarimana uit de lucht geschoten. Op 7 apri begon 'de snelste volkerenmoord' ooit op de Tutsi-minderheid, die de Hutu's als vanouds zouden willen knechten. 800.000 Tutsi's en gematigde Hutu's werden volgens de VN in 100 dagen vermoord. De Rwandese autoriteiten hebben het over 1.174.000 doden. Dat zijn 10.000 doden per dag, 400 per uur en 7 per minuut.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden