Twintig jaar PC / Computer hangt van jatwerk aan elkaar

Computerpioniers lijken wat moeite te hebben met het kijken in de toekomst. Programmeur en Microsoft-voorman Bill Gates orakelde in 1981 pal na de introductie van de IBM 5150 PC, algemeen beschouwd als de eerste pc, dat dit vernuftig rekenwondertje wel een mensenleven mee zou gaan. Nog geen jaar later verscheen Compaq met een machine die in alle facetten één keer sneller werk verzette. Het zou de aanzet zijn tot een industrietak die de megabyte's en megahertzen oppompte tot oneindige proporties.

De eerste pc was nooit bedoeld als huis-tuin-en-keuken-apparaat. De personal computer moest als invoerstation de toemalige mainframecomputers, huizenhoge rekenmachines die eind jaren vijftig hun intrede deden op universiteiten en grote bedrijven, van data voorzien. Het moest makkelijk te bedienen zijn en liefst ook nog goedkoop te fabriceren.

Met dit in gedachten ging ingenieur Don Estridge in 1980 aan de slag. Estridge was sinds 1958 in dienst van IBM voordat hij leiding ging geven aan een onderzoeksgroep van twaalf progammeurs en ingenieurs die de haalbaarheid van een dergelijke invoercomputer onder de loep zou nemen. IBM riep hiertoe een dochteronderneming in het leven, Entry Systems Division, omdat het bedrijf al snel in de gaten kreeg dat dit project een kleine technische revolutie zou kunnen ontketenen.

Estridge en zijn ploeg hebben goed naar de concurrentie gekeken. Apple en Commodore timmerden immers al hard aan de weg. Hoewel Silicon Valley in die dagen niet meer was dan een garage achter het huis van een paar 'Willie Wortels', zagen één- en tweemans bedrijfjes als Apple een gat in de markt voor een kleine, toegankelijke computer. IBM en Estridge wilden echter niet langer toekijken hoe in hun ogen jonge avonturiers met beperkte middelen een revolutie voorbereidden.

Het wiel opnieuw uitvinden, dat was niet meer aan de orde voor Estridge en zijn team. Het ging er nu alleen om, de juiste onderdelen op de juiste plaats te zetten. De geheugenchip van Intel bijvoorbeeld, bestond toen al ruim tien jaar. Hun grootste probleem was hoe al die componenten tot een geheel te smeden. En, wat nog belangrijker was, ervoor te zorgen dat de monitor en het toetsenbord, de 'ledematen' van dit invoerstation, ermee konden worden aangestuurd. Uiteindelijk kwam Estridge met de zogenaamde BIOS op de proppen, een 'centraal zenuwstelsel' voor de pc.

Toen de hardware op z'n plaats zat, was er allen nog software nodig om de machine leven in te lazen. Estridges oog viel op Bill Gates en zijn rechterhand, Paul Allen. Deze twee nog wat puisterige programmeurs hadden in 1977 Micro-Soft opgericht. Het piepkleine bedrijfje mocht het besturingsysteem voor IBM's pc ontwikkelen. Het nog obscure karakter van de computerbranche liet IBM ook geen alternatief. Apple, een jaar ouder dan Micro-Soft, gebruikte een geheel andere computerarchitectuur dan IBM. En Unix, het oudste besturingssysteem, viel af omdat het niet rijmde met het uitgangspunt van een toegankelijk werkstation. Het werd dus Microsoft, dat in een mum van tijd met MS-DOS op de proppen kwam.

In augustus 1981 maakte 'Big Blue', zoals IBM in de volksmond zou gaan heten, het tot dan toe geheime project openbaar. IBM hoopte in vijf jaar tijd 250000 pc's te slijten. Critici riepen na de lancering smalend wat iemand met een IBM-apparaat moet zonder aansluiting op een mainframecomputer. Rond de kerst van 1981 waren er echter al dertigduizend van verkocht. Twee jaar later waren dat er achthonderdduizend. Voor 3000 dollar per stuk waren het echter niet alleen de bedrijven die de stap waagden, ook de consument, opgewarmd door de reclamecampagne, wilde dit wonder wel eens zelf meemaken. Toch was ook toen nog niet te voorzien dat twintig jaar later alleen al in Nederland in ruim de helft van alle huishoudens een op IBM geinspireerde computer zou staan.

Voor IBM bracht die toekomst echter niet waar het bedrijf op hoopte. De computermultinational verkeek zich op twee bedrijven: Intel en Microsoft, dat inmiddels het koppelstreepje tussen micro en soft had afgeschaft. Wat IBM in feite deed, was het assembleren van computers met onderdelen die het betrok van hard-en softwarefabrikanten. Toen Compaq en Columbia Dara in 1982 met de eerste klonen op de proppen kwamen, was IBM met stomheid geslagen. Beide pc's zaten van boven tot onder vol met bekende onderdelen, juist ja, van Intel en Microsoft. Het was het nekschot voor IBM.

IBM's plaats is tegenwoordig ingenomen door bedrijven als Dell, Hewlett Packard en low-budget fabrikanten. In paginagrote advertenties prijzen ze hun waar aan, smijtend met technische termen waar Bill Gates in 1981 alleen van kon dromen. De software van Microsoft bestuurt bijna negentig procent van alle pc's in de wereld en Intel bakt zijn chips met zulke snelheden dat dit de overige onderdelen in een pc bijkans doet smeulen.

Twintig jaar pc-geschiedenis is vergelijkbaar met het opvoeren van een brommertje: snel, sneller, snelst. Is, achteraf gezien, de pc nu echt zo revolutionair? Nee. De computerpioniers uit de jaren zeventig deden niets anders dan het werk van anderen kopiëren en vervolgens aanpassen. Bill Gates liet zich bij het programmeren van het roemruchte besturingssysteem MS-DOS inspireren door het werk van anderen. En hij was lang niet de enige. De toon die toen werd gezet, wordt vandaag de dag zonder blikken of blozen aangehouden. Je kunt er dan ook schaamteloos rijk mee worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden