Twintig jaar na de oorlog

Azra is in 1994 met haar man naar Nederland gekomen. Ze is een moslima uit Bosnië, maar haast zich te zeggen dat die religie geen rol speelt. Een hoofddoek draagt ze niet. Ze staat in onze woonkamer en de tranen schieten in haar ogen.

Azra maakt wekelijks ons huis schoon. Meestal komt ze lachend binnen en grijpt meteen naar stofzuiger, dweil en emmer. Dit keer niet. Dit keer brengt ze de oorlog mee. Ook al is die alweer twintig jaar geleden.

In 1994 ontvluchtte ze de etnische zuiveringen die tussen 1992 en 1995 in haar land woedden. Srebrenica was het tragische dieptepunt na jaren van moorden en plunderingen. Ze had ze gezien, de brandende huizen, ze had familie verloren.

In 1997 kwam ook Harun, de jongere broer van haar man, naar Nederland, samen met zijn vrouw Amela en hun tweejarige dochter Amina. Harun had gevochten tegen de Bosnische Serviërs. Een stille, rustige man die niet veel sprak. Hij werkte hier in een diervoedingsfabriek. In 1998 wordt hun zoon Nelmin geboren. Amina en Nelmin gaan in Nederland naar school. Tot die nacht in oktober 2003.

Dan maakt ineens, uit het niets, Harun een einde aan het leven van zijn vrouw. Azra moet haar identificeren, ze spreekt het beste Nederlands. Wat ze ziet, schokt haar. De politie-inspecteur zegt: "Ik doe al 25 jaar moordzaken, maar zoiets heb ik nog nooit gezien". Harun heeft 118 maal op Amela ingestoken. "Meestal komen zulke daders na tien of twintig keer bij zinnen", zegt de inspecteur.

Harun is doorgegaan tot hij niet meer kon. Wel heeft hij een half uur na zijn daad de politie gebeld. De kinderen, zegt Azra, hebben het allemaal gezien.

Amina van zeven, Nelmin van vijf.

Harun krijgt zes jaar cel en psychiatrische behandeling. De kinderen gaan via jeugdzorg terug naar Bosnië, waar hun opa en oma, de ouders van Amela, voor hen gaan zorgen. Azra en haar man zijn door de gebeurtenissen totaal overrompeld. Eén keer nog ontmoeten de broers elkaar, in de cel in Vught. Harun zegt dat hij al jaren aan wanen leed. Dat zijn vrouw vreemdging. Amela was erg mooi.

Later zou de kleine Amina zeggen dat haar ouders thuis veel huilden. En dat zij en haar broertje dan ook moesten huilen.

In juni dit jaar krijgt Azra bericht uit Bosnië. Nelmin, 17 inmiddels, is erg ziek. Al maanden heeft hij voor zijn grootouders verborgen gehouden dat zijn ballen zijn opgezwollen, tot ze hem in een trainingsbroek zien. "Is het wel goed daar beneden?", vraagt oma. "Ja",'zegt Nelmin. Pas tegenover zijn zusje bekent hij dat het mis is. Er groeit een grote tumor bij zijn prostaat, die zich uitzaait naar lymfeklieren. Zijn ballen lijken wel meloenen. Hij kan nauwelijks lopen. In Bosnië zeggen artsen dat hij alleen in het buitenland geholpen kan worden.

Azra helpt hem naar Utrecht te komen. Haar tranen komen als ze vertelt van het moment waarop de eerste chemo via een slangetje in zijn lijf komt. Ze spreekt chemo uit als 'hemo'. Het klinkt als 'hemel'. Amina is ook meegekomen. Ze is dag en nacht bij haar broer.

"Ze hebben alleen elkaar", zegt Azra.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden