TWIJFEL AAN CDA ALS PARTIJ VAN DE ZINGEVING

Civis Mundi, februari; 010 - 418 2580; ¿ 12,50.

JAAP DE BERG

Zou Couwenberg zelf in dit scenario geloven? Er is reden voor enige twijfel. Ik ontleen die aan het tijdschrift dat de oud-hoogleraar staats- en bestuursrecht zelf beheert en redigeert: Civis Mundi ('Wereldburger'). Ook daarin bespreekt hij de evangelische pretenties van het CDA. Niet zonder scepsis citeert hij voorzitter J. H. Helgers, die - 2 000 jaar na de eerste aankondiging van die strekking - tekenen van het koninkrijk Gods wil oprichten. “Waaruit die tekens praktisch politiek bestaan, wordt echter niet toegelicht.”

Het CDA zou ook het onderwerp 'zingeving' op de politieke agenda willen zetten. Historisch vindt Couwenberg dat wel verklaarbaar. Hij herinnert zich de tijd waarin KVP-leider Romme 'een christelijk bestel van de grond af (wilde) opbouwen'. Van liberalen en socialisten verwachtte Romme daartoe geen substantiële bijdrage, want die keken niet verder dan het tijdelijke en hadden geen weet van 's mensen eeuwige bestemming. Dat zo'n vergezicht - alsmede de begeerte om het politiek te vertalen - anno 1996 het CDA kan bezielen, lijkt Couwenberg uit te sluiten. “De christen-democratische politiek is zodanig geseculariseerd dat het de vraag is of het CDA nog in staat is, de zingevingsproblematiek als politiek thema inhoud en betekenis te geven.” Trouwens, wat zouden beleidsmakers daarmee aanmoeten? Ze zijn, vrij vertaald, te veel gefocust op het efficiënt oplossen van praktische problemen; hun denkraam biedt nauwelijks ruimte voor morele en spirituele inzichten zonder onmiddelijk politiek nut.

PROF. TILLICH IS EEN BEETJE HARDHOREND

Het themanummer van Civis Mundi waarin Couwenberg en andere zeer- tot hooggeleerden hun opvattingen ontvouwen, heet 'Zingeving als specifiek modern probleem'. De titel lijkt me geen vondst van een spiritueel reclamebureau. Toch is de inhoud zeer de moeite waard voor iedereen die verlegen zit om een breed en bevattelijk overzicht van het onderwerp. Wat omvat 'zingeving'? Is 'zinvinding' niet een betere term? Hoe komt het dat zin een schaars artikel is geworden, terwijl onze voorouders in dit opzicht kennelijk geen klagen hadden? In hoeverre leent het thema zich voor een vruchtbare gedachtenwisseling tussen christenen, atheïsten en agnosten? Moet je een religieuze antenne hebben om zin te ervaren? En wat valt er dan allemaal onder 'religieus' - mag je dat begrip zover uitrekken als Meerten ter Borg doet of dek je dan essentiële verschillen toe? Allemaal vragen die Civis Mundi in vaak helder proza probeert te beantwoorden. Helemaal zonder academische steno lukt het nog niet, soms struikelt de zinzoeker over 'de mens als reflexief project', 'de erosie van konsensfühige Deutungsschemata' en vergelijkbaar koeterwaals, maar over het algemeen hebben de heren zich ingehouden.

Misschien niet de scherpzinnigste, maar zeker de meest onderhoudende bijdrage levert P. B. Cliteur, hoogleraar filosofie en oud-voorzitter van het Humanistisch Verbond. Hij predikt een geharnast atheïsme en doet het voorkomen alsof zijn argumenten krachtig genoeg zijn om christelijke vrienden en kennissen, onder wie Antoine Bodar, Henk Woldring en Gerrit Manenschijn, hun godsgeloof te ontnemen.

Cliteur verdeelt de Nederlandse bevolking ruwweg in vijf groepen. In volgorde van zijn voorkeur: 1. atheïsten, 2. theïsten (mensen die 'in het bestaan van een specifieke God geloven'), 3. heidenen, 4. agnosten en 5. levensbeschouwelijke oplichters.

Als atheïsten beschouwt hij mensen die de argumenten voor het bestaan van God zorgvuldig gewogen en te licht bevonden hebben. Ze zijn dus dun gezaaid. Ze mogen niet verward worden met de aanzienlijk talrijkere categorie van moderne heidenen, die inzake godsdienst en geloof van toeten noch blazen weten. Cliteur heeft men hen te doen. Niet alleen zijn ze cultureel behoeftig, ze voldoen niet aan een essentiële voorwaarde voor een brevet van atheïsme: inzicht in wat een theïst probeert over te brengen.

Aan twee van de vijf groepen heeft Cliteur, kort samengevat, een bloedhekel. Agnosten - die zich bij de vraag naar het bestaan van God van stemming onthouden - vindt hij 'intellectuele luiwammesen'. Maar waar hij pas echt gallisch van wordt, dat zijn de als theoloog vermomde beoefenaars van een hogere begrippengymnastiek die doen alsof je het etiket 'God' zo'n beetje overal op kunt plakken. Hun godsbeeld lijkt soms evenveel op dat van tweeduizend jaar christelijke theologie als - om een vergelijking in de geest van Cliteurs betoog te kiezen - onze landsvrouwe op een bord koninginnesoep.

Als voorbeelden van zulke theologische 'taalvervuilers en obscurantisten' figureren Paul Tillich, die 'God' omschreef als 'een symbool voor waar het ons uiteindelijk om te doen is', en J. A. T. Robinson met zijn 'God' in de gedaante van 'de ultieme realiteit'. Wat Cliteur in hen en hun soortgenoten vooral tegenstaat, is dat ze zijn atheïsme niet serieus nemen. Ze sjoemelen zó met hun godsbegrip dat iedere atheïst eraan moet geloven, Cliteur incluis, want “ook ik geloof toch in een ultieme realiteit”. Daar wordt hij dermate onpasselijk van dat hij “zo'n Tillich wel bij zijn oor (zou willen) pakken om daar hard in te schreeuwen: 'Ik hèb geen God, Tillich'. Prof. Tillich is namelijk, net als Professor Zonnebloem uit Kuifje, een beetje hardhorend.”

De enige groep tegenstanders met wie Cliteur het goed vinden kan, zijn degenen die het verst van hem af lijken te staan, de die-hards van theïstische signatuur. Model voor hen staat de VU-hoogleraar S. Griffioen. Een van diens collega's aan de VU, W. Stoker, probeert in Civis Mundi aannemelijk te maken dat tussen zulke uitersten geen respectvol gesprek op voet van gelijkwaardigheid mogelijk is. Cliteur is het daar volstrekt mee oneens. Wie diametraal tegenover hem staat en zelf ook wars is van warrige dialogen en 'onwaardige compromissen', is voor hem juist de ideale gesprekspartner. Misschien speelt hij als schaker - zijn redeneerwijze doet de vergelijking aan de hand - ook liever remise dan dat hij een makkelijke overwinning behaalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden