Column

Tweestrijd VVD-PVV is goed voor Wilders

Premier Mark Rutte in debat met PVV-fractievoorzitter Geert Wilders tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Beeld anp

De kans is reëel dat de Kamerverkiezingen de komende vijf maanden uitdraaien op een tweestrijd tussen VVD en PVV wie de grootste partij wordt en daarmee de sleutel van het Torentje in handen krijgt. Uitgaande van de verkiezingsdynamiek in de laatste veertig jaar lijkt dat vanzelfsprekend, maar in dit geval is iets bijzonders aan de hand.

Het zou de eerste keer zijn dat een partij die vijandig staat tegenover de democratie zoals we die kennen, zich direct mengt in de strijd om de spilpositie in ons bestel. Tot nu toe zijn stelselvijandige partijen (de theocratische SGP, de communistische CPN en de nationaal-socialistische NSB) nooit verder gekomen dan de marge van het krachtenveld.

Die positie bevestigde de waarneming van de historicus Huizinga dat het Nederlandse volk in zijn bestaan voor sterke uitingen van politiek extremisme onvatbaar is gebleken. Uit de omvang van de PVV zou je kunnen afleiden dat die vatbaarheid is toegenomen. Het is echter ook mogelijk dat de aard van deze partij wordt bemanteld door de term 'populistisch'.

Populisme
Om die reden pleit de Duitse politieke denker Jan-Werner Müller, internationaal befaamd vanwege zijn studie naar het populisme, ervoor spaarzamer met dit etiket om te gaan en het niet te plakken op elke partij of beweging die opponeert tegen de zittende macht. In Nederland worden PVV en SP dikwijls onder de noemer van 'populisme' geplaatst, omdat zij zich beide keren tegen de zogenaamde 'elite'. Müller vindt dat onterecht.

Een cruciaal onderscheid is volgens hem dat partijen als de PVV, anders dan de SP hier, Syriza in Griekenland of Bernie Sanders in de Verenigde Staten, beweren 'namens het volk' te spreken. Dat maakt ze in zijn ogen tot een gevaar voor de liberale democratie, die juist uitgaat van verscheidenheid aan religies en overtuigingen en haar ankerpunt vindt in het recht en niet in 'het volk'.

Misleidend
Müller vindt de aanduiding 'populistisch' te eufemistisch voor partijen die de pluraliteit verwerpen, en ook misleidend omdat er de suggestie vanuit gaat dat deze politici dicht bij het volk (populus) staan. Niets is minder waar, zij gaan niet uit van het volk in al zijn diversiteit maar bepalen wie tot het volk behoort en wie niet. Waarom zouden zij daar in de macht anders over denken dan in de oppositie?

Dit is niet alleen hier, maar zelfs in Amerika, kraamkamer van de moderne democratie, een ernstige kwestie, die de existentie van onze democratie raakt. Maar dat wil nog niet zeggen dat die moet worden uitgevochten in een tweegevecht tussen Rutte en Wilders, een soort Clinton-Trump in het klein. Dit is voer voor alle partijen.

Tegen het verengen van de verkiezingen voor de volksvertegenwoordiging tot een race om het Torentje is in ons coalitieland al veel in te brengen. Maar dat geldt nog meer nu het krachtenveld zo sterk is genivelleerd dat de grootste partij net zo goed kan worden aangeduid als de 'minst kleine'.

Dat was nog anders in 1977, toen de PvdA voor het eerst het premierschap tot inzet maakte van Kamerverkiezingen. De PvdA zelf veroverde in dat jaar 53 zetels, maar greep niettemin door overmoedigheid in de formatie naast het Torentje. Sindsdien heeft wel telkens de grootste partij de premier geleverd en is dat gewoonteregel geworden. De claim op deze functie berust wel op een steeds smallere basis. Kok had in 1994 maar 37 zetels achter zich, voor Rutte waren zes jaar terug 31 zetels al voldoende.

Macht van het Torentje
Nu VVD en PVV met scores onder de dertig zetels in de peilingen net iets boven het maaiveld uitsteken, krijgt de race om het Torentje een te geforceerd karakter. Schijnbaar goed voor media en opiniepeilers die tuk zijn op een horserace in Angelsaksische stijl, maar uitgaande van de Nederlandse verhoudingen volledig uit het lood. De macht van het Torentje was al betrekkelijk, maar is de laatste jaren nog betrekkelijker geworden doordat Rutte was aangewezen op steun van buiten de coalitie.

Een van de effecten van een tweestrijd VVD-PVV zou zijn dat Wilders van een politicus in de marge transformeert tot kandidaat-premier. Het Britse sensatieblad The Daily Express schreef dat hij favoriet is om de volgende premier van Nederland te worden. Of deze waarneming realiteitswaarde heeft of niet, deze positie werkt wel statusverhogend en draagt bij aan de normalisering van de PVV.

De PVV is geen gewone partij, ook geen gewone protest- of oppositiepartij die, zoals de liberale aartsvader Thorbecke verlangde, program tegenover program stelt. Rutte zei in het tv-programma 'Zomergasten' dat hij Wilders als zijn voornaamste tegenstander ziet. Maar hij zal zichzelf de vraag moeten stellen in wiens voordeel het is als hij de electoraal altijd lucratieve strijd om het Torentje exclusief met deze politicus aangaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden