Tweespalt om een versneden schilderij

Twee eeuwen bestond het doek van Jan Steen ongeschonden. Daarna begon een roerige geschiedenis, die morgen een vervolg krijgt bij de rechtbank in Den Haag.

Henny de Lange

Een salomonsoordeel moet de rechter in Den Haag morgen vellen over een schilderij van Jan Steen. Dat cliché hoor je wel vaker bij rechtszaken. Maar in deze kwestie dringt zich wel heel sterk het bijbelse verhaal op over koning Salomo die voorstelt om een kind in tweeën te hakken om zo een ruzie te beslechten tussen twee vrouwen die allebei claimen de moeder te zijn. Alleen gaat het hier niet over een kind, maar over een van de topstukken van het Nederlands openbaar kunstbezit: het schilderij ’De huwelijksnacht van Tobias en Sarah’ uit het Haagse Museum Bredius. Het schilderij behoort tot de 202 kunstwerken die de Nederlandse staat in 2006 heeft overgedragen aan de erfgenamen van de Joodse kunsthandelaar Goudstikker. Dat het nu nog steeds te zien is in het Haagse Museum Bredius en er een rechter aan te pas moet komen om de overdracht mogelijk te maken, heeft te maken met de wonderlijke voorgeschiedenis van dit schilderij.

Jan Steen schilderde het doek in de zeventiende eeuw, maar twee eeuwen later werd het in tweeën gesneden. Het linker deel, van Tobias en Sarah voor het bruidsbed, kwam in 1931 terecht in de handelsvoorraad van Goudstikker. In mei 1940 verongelukte Goudstikker aan boord van het schip waarmee hij met vrouw en zoontje naar Engeland vluchtte voor de nazi’s. Zijn schilderijen kwamen na de oorlog in handen van de Nederlandse staat. Het rechter stuk van het schilderij, met daarop de aartsengel Rafaël en de draak, was al in 1907 gekocht door kunstverzamelaar Abraham Bredius, die zijn collectie na zijn dood in 1946 naliet aan de gemeente Den Haag. In zijn testament had hij bepaald dat de gemeente zijn kunstverzameling bijeen moest houden en tentoonstellen voor het publiek. En zo gebeurde het ook. Het grootste deel van de collectie-Bredius is te zien in het gelijknamige museum. In het Mauritshuis, waarvan Bredius directeur is geweest, hangen ook 25 schilderijen uit zijn nalatenschap, waaronder enkele Rembrandts.

Nadat was ontdekt dat het schilderij van Jan Steen was versneden en het andere deel in bezit was van de Staat, als onderdeel van de collectie-Goudstikker, werd besloten de delen te herenigen en te restaureren. Sinds 1996 hangt het doek in Museum Bredius, maar de vraag is nu: hoe lang nog? Veel hangt af van de uitspraak van de Haagse rechtbank. Overdracht van het schilderij aan de Amerikaanse schoondochter en erfgename van Goudstikker, Marei von Saher is pas mogelijk als de rechter instemt met het verzoek van de gemeente Den Haag om de bepaling in het testament van Bredius op te heffen, dat het schilderij altijd in Den Haag moet blijven.

In deze zaak hebben de Nederlandse staat en de gemeente Den Haag steken laten vallen, constateert jurist en kunsthistoricus Robbert Nachbar. Hij is secretaris van de Stichting tot bescherming en behoud van het Nederlands openbaar kunstbezit, waarin zich prominenten uit de museumwereld hebben verzameld. Onder hen oud-directeur Frits Duparc van het Mauritshuis en Henk van Os en Wim Pijbes, respectievelijk de voormalige en huidige directeur van het Rijksmuseum. De stichting dient morgen een verweerschrift in, samen met de nazaten van Abraham Bredius, in een poging het schilderij voor Nederland te behouden. De Staat had nooit zomaar haar helft van het schilderij mogen weggeven aan Von Saher, zegt Nachbar. Den Haag had dat deel (berekend op 76 procent van het doek) kunnen kopen van Von Saher voor bijna 2 miljoen euro en zo het schilderij kunnen behouden, maar het heeft zich daar onvoldoende voor ingezet, meent Nachbar. Een woordvoerder van de gemeente bestrijdt dat. Er zijn informele contacten geweest met diverse fondsen, maar die hebben niet tot concrete toezeggingen geleid. De gemeente wil nu haar deel van het schilderij (24 procent) verkopen aan Von Saher voor 600.000 euro. Maar de bepaling in het testament van Bredius staat dat in de weg.

Aan de rechter om uit te maken wat zwaarder moet wegen: de beslissing van de staat om recht te doen aan de erfgenamen van Goudstikker of de laatste wil van Bredius. Het schilderij opnieuw in tweeën delen? Dat zou de rechter ook nog kunnen opperen, in navolging van Salomo die tot een oordeel komt als hij ziet hoe de twee vrouwen reageren op zijn voorstel het kind in tweeën te hakken. De vrouw die hem smeekt het kind dan maar aan de ander te geven, als het maar blijft leven, is in de ogen van Salomo de echte moeder. Robbert Nachbar: „Als de rechter dat zou vragen, zouden wij als stichting zeggen: geef het schilderij dan maar aan mevrouw Von Saher. Maar of zij dat ook zou zeggen, waag ik te betwijfelen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden