Tweelingen / De dubbele natuur

Onderzoek onder tweelingen naar de erfelijke achtergrond van ziekten en gedrag, leert dat natuurlijke gelijkheid minder ver reikt dan je op grond van genetische logica zou verwachten.

Tweelingenonderzoek biedt hooguit enige troost. Of je nu verlegen van aard bent of opvliegend, je mag de schuld van je genen aftrekken. Maar je moet wel een knap statisticus zijn, wil je het genetische rekenwerk rond tweelingen volledig begrijpen.

Zou je Johnny en Rijk een tweeling mogen noemen? Snip en Snap misschien? Nee, verre van, want ongelijkheid in aard was juist de kracht van die belegen duo's. Ze zaten dan ook niet met een vleesband aan elkaar vast, zoals de befaamde tweeling uit Siam, Chang en Eng, geboren in 1811. Hun vleselijke verbondenheid liet geen twijfel mogelijk: die kwamen uit één ei.

Zij moesten wel een heel erg uniforme tweeling zijn. Maar zie de verschillen: Chang, kleiner dan broer Eng, was groter in whiskyverbruik en feller van temperament dan de rustige Eng. Geen wonder dat Chang zijn oog op Adelaide Yates had laten vallen, ruim voordat de bedaarde Eng wat in haar zus Sarah begon te zien. Zo zaten de broers ook aan elkaars uiteenlopende karakters vast: hoe moest het 's avonds, als Chang weer trek had in whisky maar Eng nog werd opgehouden door zijn verslaving aan nachtelijke poker-sessies?

Ze waren bijna één lijf, en toch zo verschillend. Kijk naar de portretten op de tentoonstelling Tweelingen in kunst en wetenschap in het Teylers museum in Haarlem -van de bejaarde broers Andrew en William Mitchell en de 90-jarige Therese en Cecilie- en je kunt dat verschil amper geloven: hier zie je de natuur dubbel.

Maar onderzoek naar de erfelijke achtergrond van ziekten en gedrag, waar tienduizenden tweelingen in figureren, leert dat natuurlijke gelijkheid minder ver reikt dan je op grond van genetische logica zou verwachten. Twee-eiige tweelingen hebben gemiddeld de helft van elkaars genen gemeen, net zoals broers en zussen. Eeneiige tweelingen zijn genetisch identiek. Vergelijking van het lichamelijk en geestelijk wel en wee van twee- en eeneiige tweelingen zou dus aan het licht kunnen brengen bij welke ziekten en gedragingen de genen een opdringerige rol spelen.

Krijgen eeneiige tweelingen vaker allebéi een specifieke aandoening dan twee-eiigen, dan doet de identieke erfelijke bagage van die eeneiigen zich schijnbaar gelden. Hetzelfde lijkt op te gaan als sommige eeneiigen vaker beiden aan de drank raken of crimineel worden dan twee-eiigen.

Zou het kunnen dat niet hun DNA maar hun omgeving daarin doorslaggevend is, doordat eeneiige tweelingen meer op elkaars lip de wereld verkennen dan twee-eiigen? In tweelingenstudies tracht men die valkuil te omzeilen door ook de handel en wandel van eeneiigen die gescheiden van elkaar zijn opgegroeid te vergelijken met die van twee-eiigen. Soms ontdek je dan bizarre gelijkenissen bij eeneiigen: bijvoorbeeld een gedeelde voorliefde voor bungeejumpen, terwijl de een in Californië opgroeide en de ander in Boston. En de broers van elkaars bestaan niet eens wisten.

Zulke anekdotes ten spijt, leveren tweelingenstudies vaak meer bescheiden bewijs voor de dictatuur van onze genen. Beroemd is het tweelingenarsenaal uit Minnesota, en ook het tweelingenregister van de Vrije universiteit in Amsterdam blaast een behoorlijke partij mee in dit onderzoek. Op de tentoonstelling in Teylers kun je uit het relaas over de ruim 28000 twee- en meerlingen uit dit register opmaken in hoeverre rook- en drinkgedrag, onze lijfelijke toestand, intelligentie en gemoed mede door het DNA worden geregeerd.

Verwacht er niet te vernemen dat roken of moorden erfelijk is: alles is erfelijk, zoals het feit dat we twee benen hebben. Het gaat er eerder om te ontdekken in hoeverre individuele verschillen in deze eigenschappen ook nog tot in detail door onze genen wordt vastgelegd. Of juist door omstandigheden in de omgeving waarin we opgroeien.

Dan blijkt bijvoorbeeld dat onze genen naarmate we ouder worden meer en meer beslissend zijn voor de verschillen in IQ. En dat andere genen ons tegendraadse, agressieve of meer bedremmelde gedrag in onze peuterjaren sterk sturen, maar dat daarna omgevingsinvloeden -de stem van vader en moeder voorop- de genen gaan overschreeuwen.

Hoeveel sigaretten u gaat roken? Het staat in uw genen geschreven. Maar óf u gaat roken weer niet. Bescheidenheid is gepast bij dit onderzoek, al is het belangrijk om de stille hand op de achtergrond te ontdekken. Dat probeerden Canadese psychologen onlangs in het Journal of Personality and Social Psychology (vol.80, nr.6) nu eens niet door de genetische invloed op ziekten en gedrag te doorgronden maar op de houdingen en opvattingen van enkele honderden een- en twee-eiige tweelingen.

Hoe stonden ze tegenover de doodstraf en vrijwillige euthanasie, tegenover een ritje door het spookhuis of de achtbaan? Tegenover koffie of bier, en tegenover het castreren van criminelen? Voor wat het waard is: in elke attitude blijkt de sturende hand van het DNA herkenbaar, zij het soms marginaal.

Laten we zeggen dat tweelingenonderzoek enige troost kan bieden. Of je nu verlegen van aard bent of opvliegend, je mag de schuld van je genen eraf trekken. Al moet je wel een knap statisticus zijn, wil je het genetische rekenwerk rond tweelingen begrijpen. Eigenlijk zijn de tweelingenstudies van de fotograaf wel zo fascinerend. Vooral als diens lens inzoomt in de baarmoeder, om de variërende stadia in beeld te brengen waarop verschillende tweelingen kunnen ontstaan. Of om te laten zien hoe de twee elkaar soms in de moeder al verstikken of juist omhelzen.

Tweelingen in spe bewijzen in Teylers weer hoe wonderlijk het is dat de embryonale groei zo vaak goed gaat. Dat zal Jean Libbera (1884) niet beamen. Zijn tweelingbroer Jacques kwam van vlak onder Jeans borstkas naar buiten groeien, althans een deel van zijn romp. Een arts meende op röntgenfoto's het rudimentaire hoofdje van Jacques in Jeans lichaam te kunnen ontdekken. Tot begin vorige eeuw zat er handel in zulke misstappen van de natuur, als je tenminste een bewijs van echtheid van de dokter kon overleggen.

Bij parasitaire tweelingen als Jean en Jacques schud je je hoofd: ongelijker kan een symbiose niet zijn. Teylers laat de beroemdste weer eens opdraven. Enkele portretten verder ben je weer bij de siamese tweeling Eng en Chang. Die waren weliswaar ook niet hetzelfde, maar in zekere zin toch erg gelijk: ze verstonden allebei de kunst om het samen, 63 jaar aan elkaar, te rooien, zelfs nadat Chang vier jaar voor hun dood een hersenbloeding kreeg.

Je begrijpt het niet als je erover nadenkt. Een levenlang zonder moment voor jezelf, noch op het toilet, noch in de schemer op het balkon. Geen moment van intimiteit zonder gluurder, in bed bij Sarah of bij Adelaide. Ja, Chang en Eng kregen 21 kinderen -Eng 11, Chang 10-, en er zat geen tweeling bij.

Op de dag van hun geboorte in 1811 vermeden vroedvrouwen dit dubbele hummeltje aan te raken. Ze mochten eens vervloekt raken. Een geschrift over de geboorte van de Hongaarse siamese tweeling Helena en Judith vermeldde ooit als mogelijke oorzaken de toorn van God, inbeelding of verrotting. Je kon er beter afblijven.

De koning van Siam had het ook niet op Eng en Chang. Ze moesten maar dood, maar hun moeder stond hen niet af en wist het tweetal tevens te beschermen voor het lancet van enkele artsen. Maar op hun 14de zag ze er geen brood meer in en verkocht Chang en Eng aan een Britse koopman met dollartekens in de ogen. Tot die tijd hadden de jongens, na de dood van vader toen ze 6 waren, hun kostje bij elkaar gescharreld met de verkoop van eendeneieren.

De Britse koopman Robert Hunter bracht hen beroemdheid in Amerika en Engeland, en een gage van tien dollar per maand, later opgetrokken tot vijftig. Hunter zelf beurde duizend per maand voor hun optredens. Die ongegeneerde handel stak natuurlijk, en Chang en Eng verklaarden zich op hun 21ste, in 1832, eigen baas. Zeven jaar lang trokken ze van theater naar theater en toonden er de harmonie in hun bewegingen. Minder harmonisch ging het er bij hen boven aan toe, reden voor beide mannen om maar weinig met elkaar te praten.

Wat een bijzondere twee-eenheid: waagde een dokter een van de twee stiekem te kietelen, dan kon de ander er nors op reageren met 'Ophouden, ja!'. De dokters onderzochten de vleesband, die zo stijf als kraakbeen aanvoelde. Te hard mochten ze er niet op drukken, bleek uit een experiment waarbij Chang en Eng flauwvielen. Moeder had hen als kleine jongens al bevolen om die vleesband langzaam op te rekken, zodat ze op den duur niet alleen tegenover maar ook naast elkaar konden staan.

Doodmoe van alle gesjouw gaven ze in 1839 op advies van een invoelende arts er de brui aan. Ze vestigden zich in North Carolina en gingen boeren, onder de naam Chang en Eng Bunker. En toen kwamen Adelaide en Sarah in hun leven, al moesten beide zussen bidden en smeken bij hun ouders. Die konden tenslotte niet anders dan toegeven: het was echte liefde.

Jaren van land- en slavenbeheer volgden. En vele kinderen. Tot het van redelijke rijkdom naar armoede ging. Gekibbel kon niet uitblijven, eerst tussen de gezusters, later ook tussen de broers. Er moesten twee huizen aan te pas komen, en de week werd in tweeën gehakt. Uiteindelijk besloten Chang en Eng dat ook bij henzelf te proberen, nadat Chang in een woeste bui zijn wederhelft met een mes had bedreigd. De chirurg die de scheiding moest klaren, legde het scalpel klaar en vroeg: ,,De band doorsnijden of gelijk jullie hoofden er maar af? Veel zal het in resultaat niet uitmaken.''

Wel beloofde hij de tweeling onmiddellijk te scheiden als een van de twee overleed. Helaas, hij was er niet bij die koude januarinacht in 1874, toen Chang het leven er letterlijk uit had gedronken. Eng schijnt met een schreeuw wakker te zijn geworden naast zijn overleden broer. De dood zou spoedig oversteken, wist hij. Stierf hij vier uur later door een shock of door de giffen uit het dode lijf van zijn broer? Niemand weet het. Dertig jaar later voegde Adelaide zich bij hen in hun graf. Sarah niet, ze staat weliswaar gegraveerd op de grafsteen van dit wonderlijke klavertje vier, maar ligt elders. Eindelijk alleen.

Tweelingen in kunst en wetenschap. Tot en met 25 november in Teylers museum, Spaarne 16, Haarlem. Open dinsdag t/m zaterdag van 10.00-17.00, zondag van 12.00-17.00 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden