Tweehonderd cd's en toch grote gaten

'Deze editie is een monument voor het 20ste-eeuwse pianospel en een bron van inspiratie voor het volgende millennium.' Dat beweert Philips-producer Tom Deacon in het voorwoord van elk deeltje uit de serie 'Great Pianists of the 20th Century'. Indrukwekkend is de lijst van pianisten zeker, met trekkers als Sergei Rachmaninov, Alfred Cortot, Vladimir Horowitz, Clara Haskil, Myra Hess, Glenn Gould, Dinu Lipatti, Vladimir Ashkenazy, Maurizio Pollini of Krystian Zimermann. Alleen al de sampler geeft een uitvoerig en levendig beeld van het 20ste-eeuwse pianospel, vanaf de oudste pianist in het gezelschap, de Pool Ignace Paderewski (geboren in 1860) tot en met de jongste, de Rus Jevgeny Kissin (geboren in 1971).

Gelukkig heeft Philips niet geschroomd ook opnamen uit te kiezen van oorspronkelijke 78-toeren platen, die commercieel minder aantrekkelijk zijn dan de hedendaagse digitale opnamen. De oude, doorgaans ijler klinkende en krakende schellakplaten zijn bij het overzetten naar de cd niet digitaal opgepoetst, waardoor de authenticiteit van de opname niet is aangetast. Dit bleek me na vergelijking van het Rachmaninov-deel met de heruitgave op lp door RCA Victrola. Het getuigt van respect voor de oude opnamen dat deze intact gelaten zijn, met de nostalgisch aandoende onvolkomenhen er bij.

Van de overige nog te verschijnen delen met historische opnamen kan men veel verwachten van de opnamen van vertegenwoordigers uit het zogenoemde Gouden Tijdperk van het pianospel, de periode tussen 1910 en 1940 met grootheden als Ignaz Friedman, Leopold Godowsky, Josef Hofmann en Benno Moisewitsch. Interessant is ook dat van sommige pianisten die tot in onze tijd speelden, ook zeer oude opnamen werden gebruikt: Claudio Arrau, die in 1991 op 88-jarige leeftijd stierf, is te beluisteren in opnames die lopen van 1927 tot 1976. Je volgt zo de metamorfose die zijn spel onderging.

Van historisch en muzikaal belang zijn ook de opnamen uit de Franse school, zoals van Alfred Cortot (1877 - 1962), Robert Casadesus (1899 - 1972) en Samson François (1924 - 1970), naast uiteraard die van de eerste 'moderne' pianisten, onder wie Artur Schnabel (1882 - 1951), Edwin Fischer (1886 - 1960) en Wilhelm Backhaus (1884 - 1969) een voortrekkersrol hadden.

De hoeveelheid historische opnamen ten spijt, blijft het pianospel uit de periode van vóór 1950 toch nog behoorlijk onderbelicht, zeker vergeleken bij de hoeveelheid opnamen uit de tweede helft van de eeuw. Bij een kritische beschouwing zijn er zelfs zoveel lacunes, dat het de vraag is in hoeverre er wel van een 'monument voor de 20ste eeuw' gesproken mag worden.

Waar zijn bijvoorbeeld de laatste leerlingen van Franz Liszt, zoals Emil von Sauer, Arthur Friedheim, Frederic Lamond en Moritz Rosenthal, die tot vlak voor de dood van hun meester in 1886 bij hem in Weimar studeerden? Waar is Ferruccio Busoni, die werd beschouwd als de 'opvolger' van Liszt of diens geniale leerling Egon Petri, met zijn ongeëvenaarde toonkwaliteit? Hoewel geboren in de 19e eeuw vierden deze virtuozen triomfen tot diep in onze eeuw; er is voldoende fonografisch materiaal van hen. Ook uit andere scholen ontbreken essentiële namen: wat was de Franse school bijvoorbeeld zonder pianistenmaakster Marguerite Long (1874 - 1966)?

Nederlandse pianisten werden kennelijk te licht bevonden. Niet alleen ontbreekt Philips-bestseller Wibi Soerjadi, maar ook drie van zijn oudere Hollandse collega's, die zonder meer een grote internationale betekenis hadden: Chopin-specialist Dirk Schüfer, alleskunner Cor de Groot en Hans Henkemans, die (op Philips) ongelooflijk mooie opnamen van Debussy en Mozart heeft nagelaten.

Onbegrijpelijk is de afwezigheid van Béla Bartók (1881 - 1945), die niet alleen als componist van grensverleggende pianomuziek, maar ook als uitvoerend kunstenaar van enorme betekenis is geweest. Dat is te horen op zijn complete opnamen die in 1981 door Hungaroton op 13 lp's werden uitgebracht.

Van de componist Bartók werden wél de nodige werken opgenomen, maar over het algemeen is de hele 20ste-eeuwse pianoliteratuur ondervertegenwoordigd, wat nogal vreemd is in een serie die over 20ste-eeuws pianospel gaat! Avantgarde is er niet op te vinden, laat staan de stukken voor geprepareerde piano van John Cage. Zelfs Olivier Messiaen ontbreekt volledig! Het nieuwste stuk, een Barcarolle van Ned Rorem, stamt uit 1949; uit de tweede helft van de eeuw zijn in het geheel geen werken opgenomen; het merendeel van de 'hedendaagse' stukken betreft werk van Debussy, Ravel, Rachmaninov en Prokofjev. Dit zegt veel over de verknochtheid van de pianisten aan het ijzeren repertoire en over de smaak van het grote publiek.

Natuurlijk was het onmogelijk en zinloos voor de samenstellers om in deze serie compleetheid na te streven. Toch hadden Deacon en zijn adviseurs, onder wie pianist Alfred Brendel, in het bestek van 200 cd's een zuiverder en gevarieerder overzicht kunnen geven. De afwezigheid van enkele van bovengenoemde namen is des te schrijnender omdat diverse andere pianisten in verscheidene delen van de serie voorkomen zoals het geval is met Claudio Arrau, Vladimir Horowitz, Wilhelm Kempff, Julius Kütchen, Alicia de Larocha en Artur Rubinstein.

Bovendien bevinden er zich onder de pianisten uit de moderne tijd nogal wat die zich - met alle respect - niet kunnen meten met bovengenoemde oudere collega's. De serie had het ook kunnen stellen zonder Daniël Barenboim, Christoph Eschenbach, André Watts of Ingrid Haebler.

In de keuze van de huidige pianisten geldt dat er tientallen anderen van een gelijksoortige of betere klasse te bedenken zijn die met hetzelfde recht ook in de serie opgenomen hadden kunnen worden. Ik denk dan bijvoorbeeld aan Lazar Berman, Aldo Ciccolini, Grigory Sokolov of Louis Lortie. Het ziet er naar uit dat de keuze toch ook sterk bepaald werd door de meewerkende platenmaatschappijen en de pianisten zelf: zo weigerde Ivo Pogorelich, omdat hij het niet eens was met de repertoirekeuze.

De consument hoeft overigens niet te treuren over de ontbrekende pianisten, want hun opnamen zijn voor het merendeel op andere labels verkrijgbaar. Hoe fraai verzorgd en interessant de Philips-serie ook moge zijn, ik zou iedere pianoliefhebber toch willen adviseren: stel zelf uw discotheek van 20ste-eeuwse pianisten samen in de platenwinkel. Dan zal blijken dat 'Great Pianists of the 20th century' vaak voordelig geprijsde aanvullingen biedt op wat verkrijgbaar is, maar dat de serie niet alleenzaligmakend is. Wie de dikke 4000 gulden ervoor over heeft om de serie compleet te kopen, haalt zeker iets moois in huis, maar voor een werkelijk inzicht in wat de 20ste eeuw aan pianospel opleverde, zijn er nog heel wat bezoeken aan een platenzaak nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden