Tweede leven voor een Joodse dodenakker

De grootste Joodse begraafplaats van Nederland was verzakt, vernield en vergeten. Nu is een deel gerestaureerd. 'Eindelijk eerherstel.'

Tussen de bebouwing van de Indische buurt en het Flevopark in Amsterdam ligt een omheinde en overwoekerde groenstrook van acht hectare. Wie er op een droge septemberdag rondloopt, voelt de veengrond onder zijn voeten veren. In een regenperiode zijn goede laarzen gewenst. Wie niet oppast, struikelt over een stuk zerk dat net door de groenvoorziening van Stadsdeel Oost uit de sloot is gevist. Slechts een eenvoudig bordje dat door de spijlen van het hek te lezen is, maakte tot voor kort duidelijk wat hier is te zien: Begraafplaats Zeeburg van de Joodse gemeente.

Volgende maand is het driehonderd jaar geleden dat de eerste dode hier werd begraven. De Stichting Eerherstel Joodse Begraafplaats Zeeburg grijpt dit jubileum aan om dit stuk geschiedenis van Joods Amsterdam bekendheid te geven. Ze heeft een deel van de vervallen begraafplaats gerestaureerd, een nieuw toegangshek laten maken en de geschiedenis laten onderzoeken en vastleggen door historicus Bart Wallet van de Vrije Universiteit, specialist Nederlands Joodse geschiedenis. De gemeente Amsterdam heeft de begraafplaats vorige week erkend als monument. Want dit omvangrijke terrein, vond burgemeester Van der Laan, heeft sociaal-historische betekenis voor zowel de Joodse gemeenschap als de stad Amsterdam.

Als student maakte Marcel Mock, bestuurslid van de Stichting Eerherstel, eind jaren zeventig bij toeval kennis met de begraafplaats. "Ik zag nauwelijks verschil met het Flevopark ernaast", zegt hij. "Op het overwoekerde land speelden kinderen en vreeën stelletjes. Toen zag ik stenen liggen met Hebreeuwse letters. Ik realiseerde me dat het grafzerken waren, en heb contact gezocht met de secretaris van de joodse gemeente."

Niet lang daarna schreef Boudewijn Büch in Het Parool verontwaardigd over de verwaarlozing van de begraafplaats. Het resulteerde in een beter hekwerk en bredere sloten om het terrein. Geplande nieuwbouw voor de VU op het terrein ging niet meer door.

Maar daarmee was het voor Mock nog niet klaar. Vanaf 2007 klopte hij aan bij vrijwilligers, het stadsdeel en subsidiegevers, met als doel eerherstel voor deze nog steeds omvangrijke dodenakker.

Eeuwigdurende grafrust

Zeeburg is de begraafplaats voor armen. Bart Wallet schrijft in zijn boek over de begraafplaats: 'Uit de beroepenlijst van degenen die begraven zijn, blijkt dat de lagere sociale klassen ruim vertegenwoordigd zijn. Beroepen als snijder, pakkendrager, rokkenstikker en turfkruier werden vaak beoefend in de arme Asjkenazische gemeenschap van Amsterdam. Daarnaast zien we ook beroepen in de handel en verkoop zoals visboer en drogist. In de negentiende eeuw kwamen daar de arbeiders in de (diamant-)industrie bij.'

"Joodse graven worden niet geruimd", vertelt Wallet. Want de overledenen moeten bij de komst van de Messias kunnen verrijzen uit hun graf. Voor deze eeuwigdurende grafrust is veel ruimte nodig. Daarom liggen Joodse begraafplaatsen meestal buiten de stad. De Sefardische (Portugese) Joden hadden hun begraafplaats 'Beth Haim' in Ouderkerk aan de Amstel en de iets bemiddelder Asjkenazische Joden kochten vanaf 1642 een plek op hun dodenakker in Muiderberg. Maar Muiderberg was duur. Het vervoer per paard en wagen of per trekschuit, de tijd die dat kostte en de tol die betaald moest worden, was voor armen niet te betalen.

Het werd tijd voor een plek dichter bij de stad Amsterdam. Waar het water van het IJ en de Zuiderzee tegen de dijk klotste, kocht de Hoogduitse gemeenschap in 1714 voor 5000 gulden een veenpolder. Op het hoogtepunt had de joodse gemeente 18 hectare grond in bezit. De stad Amsterdam onteigende rond 1900 land voor nieuwbouw van de Indische Buurt. Omdat Zeeburg daarna niet meer kon uitbreiden en vol raakte, werd in 1914 een nieuwe Joodse begraafplaats ingewijd in de Diemerpolder. Midden jaren vijftig moest een deel van Zeeburg wijken voor de aanleg van een nieuwe brug en werden bij hoge uitzondering en met rabbinale toestemming de daar liggende graven naar Diemen overgebracht. Wallet: "Dat heeft de gemeente Amsterdam ruim twee miljoen gulden gekost."

Voor de overgebleven graven in Zeeburg waren de omstandigheden op de begraafplaats niet ideaal. Vrijwel iedere winter staan de velden onder water, en soms kan er niet eens begraven worden. Het terrein is te groot om goed te beheren en buurtkinderen als schrijver Bertus Aafjes (zie kader met citaat) spelen begin twintigste eeuw dan ook gewoon tussen de zerken. Tot de sluiting door de Duitse bezetter in 1943 wordt op Zeeburg begraven, daarna valt het terrein ten prooi aan verwaarlozing en vernielingen. De beheerder is in 1945 in Sobibor vermoord. Wallet: "De houten zerken die niet in de natte grond zijn weggezakt of weggerot zijn volgens de overlevering opgestookt in de kachels van de aangrenzende Indische buurt. Eén houten zerk is bewaard gebleven en staat nu thuis bij een buurtbewoner."

Op Zeeburg liggen ook veel kinderen begraven. Wallet schrijft: 'Het is veelzeggend dat de eerste begrafenis in 1714 die van een kind is. De kindersterfte is hoog en Zeeburg wordt de plek waar kinderen tot bar mitswa-leeftijd begraven worden. In 1875 is de gemiddelde leeftijd van de begravenen heel jong, namelijk 14,4 jaar. De kinderen komen vaak uit arme gezinnen die extra kwetsbaar waren doordat ze vaak in ongezonde levensomstandigheden verkeerden. Ook is elke mazelen- of cholera-epidemie in de begraafboeken te herkennen. In de eerste honderd jaar worden 35.000 mensen begraven, de schattingen zijn dat er in totaal tot nu toe 150.000 mensen begraven zijn.'

De Stichting Eerherstel stelt sinds twee jaar in de zomer elke eerste zondag van de maand (tot en met oktober) de begraafplaats open voor het publiek. Er zijn nieuwe informatieborden geplaatst, bij het Flevopark en bij het nieuwe toegangshek van de begraafplaats aan de drukke Valentijnkade. De groenvoorziening van de gemeente Amsterdam houdt nu de opgeknapte begraafplaats bij.

Beter aanzien

Zeeburg staat weer op de kaart, vindt Marcel Mock: "Ruim zeven jaar geleden troffen we hier een vervallen, geheel verwilderd en overwoekerd terrein aan. Het was nauwelijks nog te herkennen als begraafplaats. Het moest dringend een beter aanzien krijgen en eindelijk eens in ere worden hersteld. Het is de grootste Joodse begraafplaats van Nederland, en één van de grootste in West-Europa. Die mocht niet teloorgaan."

In het boek van Bart Wallet schrijft Marcel Mock in het voorwoord: 'Le dor wador, van generatie op generatie, het doorgeven van oude waarden en geschiedenis raakt de kern van het jodendom.'

Bart Wallet: Zeeburg. Geschiedenis van een joodse begraafplaats 1714-2014. Uitgeverij Verloren, 220 blz; euro19.

www.eerherstelzeeburg.nl

Vaklieden en vrijwilligers

Ruim honderd grafstenen van de Joodse begraafplaats Zeeburg zijn in het afgelopen jaar gerestaureerd. Het restauratiebedrijf verzamelde waar mogelijk bij elkaar horende stukken, verlijmde delen, plaatste zerken rechtop, in lijn en met goede fundering. Op initiatief van de Stichting Eerherstel hadden voorafgaand daaraan Joodse en Marokkaanse jongeren samen de ergste begroeiing verwijderd. Via de Stichting voor Boete en Verzoening hebben orthodoxe christenen de veelal Hebreeuwse grafletters weer zwart geschilderd. Ook hebben professionals vrijwillig hun expertise ingezet, zoals landmeters die alles in kaart hebben gebracht.

Het meest geheimzinnige gebied tussen ons

huis en de zee was het joodse kerkhof,

gelegen aan het zwarte weggetje [...]

Op het kerkhof plukten wij bossen geurige

vlier en keken verbaasd naar het onleesbare

Hebreeuws en de Davidster op

de verzakte en omgevallen grafstenen.

Bertus Aafjes, uit: In de Nederlanden zingt de tijd

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden