Tweede leven op het operatoneel

Kunstenaars vertellen in de serie De Schepping hoe hun werk tot stand komt. Vandaag 'Gurre-Lieder', dat Arnold Schönberg schiep voor de concertzaal. Regisseur Pierre Audi en dirigent Marc Albrecht herscheppen dit opus als een werk voor de bühne.

Concentratie. Regisseur Pierre Audi is naar de rand van de orkestbak gelopen. Op de bok staat dirigent Marc Albrecht. Audi staat vlak achter hem en geeft Albrecht als het ware rugdekking. Mooi beeld. Het is de eerste keer dat de muzikaal directeur van De Nationale Opera samen met zijn chef-dirigent aan een voorstelling werkt. De twee overleggen op deze repetitiedag nog even, assistenten met headsets op geven commando's aan elkaar door en dan dooft ineens alle licht. De silhouetten van Audi en Albrecht zijn nog net zichtbaar - als twee nachtelijke boeien.

In het aardedonker rimpelen de eerste maten van Arnold Schönbergs 'Gurre-Lieder' de zaal in. De musici van het sterk uitgebreide Nederlands Philharmonisch Orkest spelen in deze duisternis hun niet eenvoudige noten uit het hoofd - geen sinecure. Op een enorm voordoek zorgt een kleurrijke video voor een visuele vertaling van de muzikale rimpelingen.

Hier ontvouwt zich waarlijk iets nieuws. De muziek is dan wel een eeuw oud, wordt af en toe in de concertzaal gespeeld, maar is nog nooit in scenische beelden omgezet. Als het voordoek opgaat, zijn we plotseling in de wereld die Audi zich bij Schönbergs noten heeft voorgesteld en die door Christof Hetzer (decor en kostuums) en Jean Kalman (licht) voor hem in tastbare zaken vertaald zijn.

"Alles klopt, het is een miskende opera, een opera manqué", had Pierre Audi al weken eerder enthousiast uitgeroepen. In zijn werkkamer heeft hij omstandig uitgelegd hoe hij 'Gurre-Lieder' van de concertzaal naar het operatoneel wil vertalen. Hoe hij van de losse verzameling ballade-achtige liederen op gedichten van de Deen Jens Peter Jacobsen een coherent theatraal drama gaat maken. Schönberg gaf zijn notoir lastige en kolossale compositie - waar hij met tussenpozen van 1901 tot 1911 aan werkte - geen genre-aanduiding, maar hij vatte 'Gurre-Lieder' op als een grootse vocale symfonie, vergelijkbaar met de al even uit zijn voegen gegroeide Achtste symfonie van Gustav Mahler uit 1906.

"De liefde die Schönberg voor Mahler had, klinkt in deze muziek door", zegt Audi. "Eigenlijk is 'Gurre-Lieder' de opera die Mahler had willen schrijven. In een ver verleden heb ik met Hartmut Haenchen gefilosofeerd over de mogelijkheid van een scenische productie van Mahlers Achtste symfonie. Die is er om allerlei redenen niet gekomen. Nu dus wel deze andere kolossale symfonie. Wij spelen hier overigens de versie van Schönbergs student Erwin Stein, die de enorme hoeveelheden musici en koorzangers terugbracht tot handzamer aantallen. Dat maakt uitvoeringen praktischer en betaalbaarder. Maar nog steeds is dit een kostbare productie, waarvoor we de twee eerste rijen stoelen hebben moeten weghalen om de orkestbak uit te kunnen breiden.

"Wist je dat Schönberg hier in 1921 twee uitvoeringen van 'Gurre-Lieder' heeft gedirigeerd in het Concertgebouw", gaat Audi op stoom verder. "Met het Concertgebouworkest en het Toonkunstkoor. Het zou mooi zijn als daar foto's van gemaakt zijn. Wonderbaarlijk vind ik het dat nog nooit iemand anders op dit idee is gekomen, want het ligt zo voor de hand. Na alles wat we van Schönberg hier gedaan hebben, vormt dit een onverwacht maar heel passend sluitstuk. Ik had in eerste instantie bedacht dat Christoph Schlingensief dit voor ons moest gaan regisseren, maar zijn vroegtijdige dood heeft dat verijdeld. Toen heb ik zelf de taak op me genomen. Het wordt mijn vierde Schönberg-opera na 'Erwartung', 'Die glückliche Hand' en 'Von heute auf morgen'. Niet veel regisseurs kunnen mij dat nazeggen. Dan blijft voor mij alleen nog 'Moses und Aron' over, maar dat hebben we hier gedaan in de legendarische productie van Peter Stein en Pierre Boulez. 'Gurre-Lieder' is de eerste samenwerking tussen Marc en mij."

Van donker naar licht

Een dag na de hierboven aangehaalde repetitie vertelt dirigent Albrecht dat ze het spelen van de eerste maten in totale duisternis op dat moment voor het eerst uitprobeerden.

"De orkestmusici wisten van niets, we deden het zomaar. Dat is zo fijn van het Nederlands Philharmonisch Orkest, dat ze niet te beroerd zijn om te experimenteren. Ik denk dat dat donkere begin een heel mooi effect kan zijn. De toonsoort waarmee 'Gurre-Lieder' begint is Es-groot, dezelfde als waarmee Wagners 'Das Rheingold' opent. In Bayreuth begint 'Das Rheingold' altijd in complete duisternis en natuurlijk staat aan het eind van 'Götterdämmerung', de laatste opera van de cyclus, de wereld compleet in brand.

"De duisternis waarmee wij Schönbergs Wagnercitaat omkleden heeft nog een andere betekenis. Ook 'Gurre-Lieder' gaat van absolute donkerte naar verzengend, haast gevaarlijk zonlicht. Aan het eind moet je als het ware verblind worden door het C-majeur dat Schönberg daar uitschreeuwt. Dat gaan van donker naar licht geeft aan dat het in 'Gurre-Lieder' niet over een simpele driehoeksverhouding gaat - bijna een banaliteit in opera - maar over iets veel groters. Net als in Wagners 'Ring' gaat het over de geboorte van een nieuwe wereld. Het is als met dat ene paneel van Jheronimus Bosch' vierluik 'Visoenen uit het hiernamaals' dat in het Dogepaleis in Venetië hangt. Daarop voeren engelen de uitverkorenen voor de hemel naar een enorme tunnel van licht."

Het idee om 'Gurre-Lieder' scenisch te doen is afkomstig van Albrecht, die zich al zo'n twintig jaar af en aan met de compositie heeft beziggehouden.

"Al toen ik mijn eerste vaste aanstelling had - in Darmstadt - dirigeerde ik het stuk. Later ook in Straatsburg en in Parijs. Tijdens het dirigeren kwamen er voortdurend beelden op in mijn hoofd, vooral tijdens de orkestrale tussenspelen. Helemáál filmisch werd het voor mij als de Waldtaube komt vertellen dat Tove dood is. Dat is een echt element uit de Griekse tragedie: een bericht van een bode. Heel theatraal. En natuurlijk zit in de mannenkoren, in de strijd van Waldemar tegen God, een heleboel beweging, conflict en drama. Ik stelde mij altijd voor dat een extra theatrale laag de compositie goed zou kunnen doen. In een concertopstelling, met zangers in hun zwarte avondkledij vóór het orkest, kan het soms saai uitpakken. Pierre en ik hebben al in 2010 over dit project nagedacht, maar toen hoorden we dat men in Kopenhagen ook ideeën in die richting had. Toen dat daar uiteindelijk toch niet doorging, hebben we het weer opgepakt."

"De beelden die ik vroeger altijd in mijn hoofd had zijn anders dan degene die Pierre bedacht heeft, dat kan bijna niet anders. Je moet allereerst een structuur vinden om de liedteksten te transformeren naar dialogen. Je ziet immers personages op het toneel. De onfortuinlijke geliefden Waldemar en Tove spreken tegen elkaar, dat moet de rode draad zijn. Ik ben blij dat Pierre de uitdaging aannam. Het toneelbeeld vind ik fantastisch, mooi op een grimmige manier. Het idee van een droom die langzaam verandert in een nachtmerrie vind ik heel goed bedacht. Het past ook bij het jaar 1913 toen 'Gurre-Lieder' met groot succes in Wenen in wereldpremière ging. Daar, in Wenen, veranderde de droom ook al snel in de nachtmerrie van de Eerste Wereldoorlog."

Audi kreeg bij 'Gurre-Lieder' associaties met het schilderij 'De schreeuw' van Edvard Munch. "Die sfeer van Munch, maar ook van Strindberg, die wilden we oproepen. Een Scandinavische, Noordse sfeer die past bij de teksten van de Deen Jacobsen. Met Christof Hetzer bedacht ik een architectonisch ontwerp, een leegstaand gebouw, een wereld waarin de natuur een belangrijke rol speelt. In het tweede deel verandert die plek in een soort surrealistische Beckett-wereld, een soort Ierse pub waar men de vreemdste verhalen kan aanhoren.

"Door het stuk nu op toneel te zetten, leer je ook een hoop over de muziek. De orkestrale tussenspelen zijn net als bij Wagner bedoeld als bruggen tussen de verschillende scènes. De eerste veertig minuten gaan over de verboden liefde tussen Waldemar en Tove, een liefde die vanaf het begin gedoemd is te mislukken. Dergelijke passies gedijen beter in het hoofd dan in het echte leven. Een relatie met een ingebouwde doodswens. 's Nachts ben je nog in liefdesextase en de volgend ochtend ga je al uit elkaar, zoiets.

"Koning Waldemar is voor mij een soort King Lear. Bij hem zit ook alles in zijn hoofd, ook hij gaat door een persoonlijke hel. Ik ontdekte verder verwantschappen met Monteverdi's 'Orfeo', de opera die we nu toevallig een dag later in première brengen. 'Orfeo' is ook een opera die opgebouwd is uit liederen, met weinig interactie tussen de personages. En zoals de boodschapster in 'Orfeo' komt melden dat Euridice dood is, zo verschijnt hier de Waldtaube met dezelfde onheilstijding. Daarna daalt Waldemar in zijn eigen onderwereld af. Als je het verhaal gewoon vertelt en de muziek daarvoor optimaal gebruikt, dan merk je dat alles logisch in elkaar steekt.

"We hebben voor een vrouwelijke Sprecher gekozen. Ik wilde daar graag de Duitse actrice Barbara Sukowa voor hebben, maar dat lukte uiteindelijk niet. Het is mooi om een vrouw te hebben, vooral naar het eind toe als het geweld van alleen maar mannenstemmen toeneemt. We laten haar aan het begin van deel I en deel III twee andere gedichten van Jacobsen voordragen zodat haar aandeel wat groter wordt.

"We openen het seizoen met deze bijzondere productie en dat doen we niet voor niets. Je moet als gezelschap blijven zeggen: 'Dit zijn wij, dit is wat wij doen'. Er komen in ieder geval een heleboel mensen uit het buitenland naar hier om het te zien. Het zou mooi zijn als onze 'Gurre-Lieder', een soort nieuwe wereldpremière van het werk, een internationaal leven kan krijgen."

'Gurre-Lieder' van Arnold Schönberg gaat vanavond in première in De Nationale Opera & Ballet. Het Nederlands Philharmonisch Orkest staat onder leiding van Marc Albrecht. Pierre Audi regisseert. www.dno.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden