Tweede kans voor eerste hulp

interview | Eerstehulpposten moeten zich meer gaan specialiseren, stellen de ziekenhuizen en de zorgverzekeraars. Ze willen de bestaande hulpposten waar patiënten direct terecht kunnen, wel laten bestaan.

Ik denk dat we het daar toch wel over eens zijn, André?"

"Dat denk ik ook, Yvonne. Het is belangrijk dat we samen optrekken om de kwaliteit van de zorg te verbeteren."

Ze zijn het ongekend eens, voorzitter Yvonne van Rooy van de Vereniging van Nederlandse Ziekenhuizen en haar collega André Rouvoet van Zorgverzekeraars Nederland, de koepel van verzekeraars. Twee partijen die zich in het verleden wel eens verschillend uitlieten over het huidige stelsel van spoedhulp. Ach, van de 105 posten voor spoedeisende hulp in Nederland kunnen er best een stel dicht, redeneerde de voorganger van Rouvoet eerder. Dat bespaart geld. Een uitspraak waarover de ziekenhuizen bepaald not amused waren.

Want een eerstehulppost is belangrijk voor een ziekenhuis. Een fors deel van de patiënten komt op die manier binnen - denk aan het gebroken been, de ernstige snijwond of hartproblemen. En waar veel mensen bij de spoedeisende hulp denken aan televisieseries als ER - blauwe zwaailichten boven ambulances met daarin patiënten met complexe en levensbedreigende aandoeningen - is de werkelijkheid saaier. Negen van de tien bezoekers op de hulppost heeft de intensive care allerminst nodig. De ziekenhuizen publiceren vandaag een aantal onderzoeken, waaronder een van de Erasmusuniversiteit, waaruit blijkt dat de ER-aanpak voor grote groepen patiënten niet opgaat (zie kader).

"Zomaar een aantal posten sluiten, zou voor iedereen slecht uitpakken. Het levert uiteindelijk geen geld op maar kan wel onderbezetting opleveren in het ene ziekenhuis en overbezetting in het andere", zegt Van Rooy. Ze is blij dat ook de zorgverzekeraars inmiddels zo denken. "Voortschrijdend inzicht, zal ik maar zeggen."

André Rouvoet is al een half jaar geleden voortgeschreden. In februari dit jaar publiceerden de verzekeraars een visie op de spoedeisende zorg, waarin niet geld maar de kwaliteit centraal staat. "De vraag hoeveel posten er dicht zouden moeten, vind ik de minst interessante. Waar het ons om gaat, is dat per regio de complexe acute zorg wordt geconcentreerd. Zodat mensen misschien soms wel een kwartier langer moeten rijden, maar daar wel direct de goede hulp krijgen. Er zijn nu nog grote verschillen in kwaliteit per regio, het kan beter. Op sommige plaatsen zullen spoedposten dicht kunnen, of niet altijd open hoeven zijn. Maar hoeveel dat er zullen zijn, dat zien we dan wel weer. Neem de regio Den Haag, daar zijn ziekenhuizen al in overleg over concentratie. Dat gaat in goed overleg." Van Rooy: "Een kleiner ziekenhuis als het Bronovo heeft heus niet alle specialismen in huis. Die taakverdeling, die bestaat al, die kan verder uitgebouwd." Maar zal een individueel ziekenhuisbestuur niet altijd proberen om de spoedpost zo breed mogelijk te houden, zodat alle specialisten hun klanten blijven krijgen? "Dat valt echt wel mee", zegt Van Rooy. "Ziekenhuizen hebben tegenwoordig lijstjes van wat ze níet doen en die zijn vaak langer dan de lijstjes met wat ze wel doen. Wij willen geen blauwdruk maken. In de stad is dit een ander verhaal dan op het platteland. En het hangt ook af van de bevolkingssamenstelling van een regio, of er bijvoorbeeld veel ouderen wonen." Moet je eigenlijk niet alle spoedposten sluiten die weinig bezocht worden? Er zijn posten waar per uur slechts één patiënt langskomt. Rouvoet: "Je moet in ieder geval kijken of je daar nog mensen naartoe moet sturen met aandoeningen die er bijna nooit voorkomen. Volume is niet bepalend, maar speelt wel een rol."

Met specialisatie op de noodhulp blijven ook de zorgkosten beperkt, zegt Rouvoet. "Patiënten die gespecialiseerde hulp nodig hebben, komen eerder op de goede plaats terecht. Wij verwachten gezondheidswinst en daarmee ook besparingen. Het scheelt tijd en het scheelt levens. Voor een eenvoudiger spoedzorg verwachten we nog meer van de huisartsenposten naast of in ziekenhuizen. Die moeten ervoor zorgen dat mensen niet onnodig naar de spoedeisende hulp gaan."

"Dat is al de taak van die posten", zegt Van Rooy. "Huisartsen moeten niet zomaar doorsturen naar het ziekenhuis."

Rouvoet: "Het gebeurt nog wel te vaak dat mensen de huisarts overslaan."

Die 'zelfverwijzer' - die op de stoep staat van de spoedeisende hulp met een vinger die niet eens gekneusd blijkt te zijn 'oh, moest ik eigenlijk naar de huisartsenpost? Welke post zegt u?' - die blijft een doorn in het oog van de verzekeraars. Want blijft het in deze nieuwe opzet nog wel duidelijk, weet de burger nog waar hij moet wezen met al die posten die verschillende specialisaties hebben? "Dat lijkt mij niet de taak van de burger zelf; mensen in de ambulance weten waar ze moeten zijn", zegt Rouvoet. "Het is wel de taak van ziekenhuizen om burgers in hun regio de komende tijd goed uit te leggen waarvoor ze nog terecht kunnen, en waarvoor niet", zegt Van Rooy. "En laten we niet onderschatten dat vooral ouderen, die vaak niet in staat zijn veel te reizen, behoefte houden aan hulp dichtbij." Rouvoet: "Als we de complexe noodhulp concentreren, kunnen we de basiszorg gespreid blijven houden." Beiden roemen de opkomst van zaken als het 'spoedplein', een nauwe samenwerking tussen huisartsenpost en spoedeisende hulp.

Zijn Van Rooy en Rouvoet het plots zo roerend eens omdat ze minister Schippers (volksgezondheid) de wind uit de zeilen willen nemen, en bijvoorbeeld geen sluiting van noodposten afgedwongen willen zien? Van Rooy: "We hebben net met haar afgesproken dat de ziekenhuisbehandelingen niet 2,5 procent gaan stijgen, maar 1 procent. Ziekenhuizen nemen dus al flink wat voor hun rekening. Een extra ingreep op de spoedzorg lijkt mij dus niet aan de orde." Rouvoet: "Helemaal mee eens. Op deze manier besparen we al in de zorg."

Klein of te klein leed?
Slechts een klein deel van de bezoekers op de spoedeisende hulp behoort tot de zogeheten 'hoog-urgente' patiënten die onmiddellijk naar de intensive care moeten om de dood te voorkomen. Onderzoekers van het Instituut voor Beleid en Management in de Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit liepen een tijd mee op de spoedhulp. Zij onderscheiden nog drie andere soorten bezoekers. Zo zijn daar de 'ongeplande opnames en klein leed'. Neem de vijfjarige waar een spiegel op is gevallen en die volzit met kleine snijwondjes. De ouders schrokken zich rot, maar de wondjes zijn niet levensbedreigend en kunnen rustig worden schoongemaakt. Dan is er ook nog de 'socio-medische verwaarlozing', zoals de oudere man die zich slecht voelt en wiens familie het zwaar heeft om hem thuis te houden, terwijl de spoedarts geen medische noodzaak vindt om hem te houden. Derde categorie is het 'te kleine leed', zoals de man met een bloedneus die de huisartsenpost heeft overgeslagen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden