Twee vrouwen trokken de kar in Annapolis

Zelden refereert Condoleezza Rice in het openbaar aan haar jeugd als zwarte in Alabama. In Annapolis bleef het doodstil toen ze haar verhaal deed.

Twee vrouwen stonden centraal in de conferentie over het Midden-Oosten: Condi Rice en Tsipi Livni, de Amerikaanse en Israëlische ministers van buitenlandse zaken. Het was hun baby, hun idee de partijen bijeen te brengen om het vredesproces nieuw leven in te blazen. Of ze daarin geslaagd zijn moet nog blijken. Maar toen de camera’s eenmaal de zaal uit waren gewerkt, zorgden zij voor de meest indringende momenten.

Een Amerikaanse diplomaat en de Nederlandse staatssecretaris Frans Timmermans waren ooggetuigen en vertelden het verhaal aan de Washington Post.

Livni opende haar toespraak met een uitdaging aan de afgevaardigden van de Arabische landen rond de tafel: „Waarom wil niemand mij de hand schudden, waarom wil niemand dat hij gezien wordt als hij met me spreekt? Hou op me als een paria te behandelen”, sprak ze tot de Arabische ministers onder wie de Saoedische prins Saoed.

Voor de Israëlische televisie vertelde Livni later die dag dat ze „er nu eenmaal niet de persoon naar is, om mensen naar de wc te achtervolgen om ze te ontmoeten.”

Tsipi Livni is een vrij gesloten figuur. In tegenstelling tot de meeste van haar Israëlische collegae geldt ze als integer en geniet ze – daarom – grote populariteit. Het raakt bij haar een persoonlijke snaar als ze gemeden wordt. Haar vader behoorde tot de leiders van rechts en werd jarenlang verguisd door de almachtige heersers van de Arbeiderspartij. Livni zelf heeft een politieke verschuiving doorgemaakt: van aanhangster van een Groot Israël (inclusief alle Palestijnse gebieden) naar het idee van twee staten voor twee volken. Haar geslotenheid en zakelijkheid deelt zij met Rice, met wie ze een hechte band heeft gesloten.

Maar Rice is gevoelig voor vernederingen. Zij groeide op in het diepe zuiden van de VS. Ze was een jaar oud toen Rosa Parks weigerde op te staan voor witte passagiers in de bus in het nabijgelegen Montgomery. Parks gaf daarmee de aanzet voor de strijd die Martin Luther King zou gaan leiden. „Ik wil niet vergelijken”, benadrukte de minister in Annapolis. Maar vervolgens vertelde ze over de bomaanslag op een kerk door witte separatisten, waarbij een klasgenootje werd gedood.

„Net als de Israëliërs weet ik hoe het voelt om ’s avonds te gaan slapen met de angst voor een bomaanslag, angstig in je eigen buurt te zijn, angstig naar je kerk te gaan. Maar”, zo vervolgde ze, „als zwart kind in het Zuiden, dat niet mocht drinken uit bepaalde waterfonteinen en eten in bepaalde restaurants, begrijp ik ook de gevoelens en emoties van de Palestijnen. Ik weet hoe het voelt als ze je zeggen dat je niet op een bepaalde weg mag rijden, dat je niet door de wegversperring mag, omdat je Palestijn bent. Ik ken het gevoel van vernedering en machteloosheid. Deze pijn aan beide zijden duurt al te lang voort.”

In de zaal in Annapolis was het doodstil terwijl ze sprak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden