Twee uur les voor Rohingya-kinderen, maar voortgezet onderwijs is er niet

Leraar Nobi Hossen geeft les aan kinderen in het Projapoti leercentrum in een vluchtelingenkamp in Cox’s Bazar, Bangladesh. Beeld Ate Hoekstra

In het Projapoti-leercentrum klinkt een vrolijk rijmpje uit de kelen van een twintigtal jonge Rohingya kinderen. Terwijl buiten een hoosbui de paden verandert in een modderpoel, wordt er in het klaslokaal gelachen, gedanst en geklapt.

Even later zitten de kinderen op de vloer om woordjes op te dreunen; een soort aap-noot-mies, maar dan in het Burmees. "De kinderen zijn vrolijk als ze hier zijn", vertelt lerares Rupsa Akter tussen de lessen door. "Ik denk dat ze het echt leuk vinden om hier naartoe te komen, en dat ze hier veel kunnen leren."

De kinderen in dit leercentrum wonen sinds ongeveer negen maanden in Bangladesh. Ze zijn met hun families gevlucht uit de Burmese deelstaat Rakhine, nadat het Burmese leger een brute vergeldingsactie tegen de Rohingya-moslims begon waarbij dorpen werden platgebrand, vrouwen werden verkracht en vermoedelijk duizenden mensen zijn vermoord. Zo'n 900.000 Rohingya hebben in vluchtelingenkampen in het Bengaalse grensdistrict Cox's Bazar een schuilplaats gevonden.

Ongeveer 54 procent van de gevluchte Rohingya is jonger dan achttien jaar. Hulporganisaties proberen hen van onderwijs te voorzien. Maar hoewel de behoefte aan educatie groot is, is de financiering beperkt en werpt zowel de Bengaalse als de Burmese overheid flinke blokkades op. In de vluchtelingenkampen zijn daarom geen officiële scholen, maar alleen leercentra waar kinderen tussen de vier en veertien jaar oud twee uur per dag les krijgen.

In het Projapoti-leercentrum leert Nobi Hossen de kinderen Engels, Burmees en rekenen. Ook hij ontvluchtte vorig jaar het geweld in Rakhine. "Als de kinderen straks terugkeren naar Burma, zullen ze onderwijs nodig hebben om mee te kunnen doen met de maatschappij", zegt de leraar.

Stateloosheid

De impact is echter gering. Van de ruim 500.000 kinderen gaat momenteel maar een kwart iedere dag naar het leercentrum, waar het onderwijs zich beperkt tot basiszaken als rekenen, taal en liedjes zingen. Voortgezet onderwijs is er niet en voor kinderen ouder dan veertien jaar zijn er geen opties.

Ook de stateloosheid van de Rohingya heeft een grote impact. Hoewel de Burmese overheid officieel zegt dat de Rohingya terug mogen keren, worden zij door veel Burmezen gezien als indringers uit Bangladesh. Burma legde de Rohingya de afgelopen jaren tal van restricties op en werkt er niet aan mee dat kinderen in de vluchtelingenkampen hetzelfde lesprogramma kunnen volgen als op scholen in Burma.

En Bangladesh op zijn beurt wil niet dat de vluchtelingen het officiële Bengaalse lesprogramma volgen. “Dat zou namelijk kunnen suggereren dat je de kinderen voorbereidt om in het land te blijven”, zegt Robert Edward Dutton, een onderwijsspecialist van Unicef in Cox’s Bazar. 

Hulporganisaties zitten daardoor in een lastig pakket. Want wat te doen als de Rohingya voor lange tijd in Bangladesh blijven? Grootscheepse repatriëring is nog niet aan de orde. Dutton: "Er zal hoe dan ook meer structuur moeten komen. Dat is politiek lastig in Bangladesh, maar we moeten aan de lange termijn denken. Want zelfs al ben je vluchteling, dan nog heb je recht op onderwijs."

Verboden terrein

Ook is er gebrek aan geld. Hulporganisaties zeggen ruim 40 miljoen euro nodig te hebben om onderwijs in de kampen mogelijk te maken. Begin mei was daarvan slechts 14 procent gefinancierd. 

In Burma kregen veel Rohingya-kinderen helemaal geen onderwijs. Na bloederige rellen in 2012 wierp het leger in deelstaat Rakhine strenge restricties op en moesten de Rohingya veel bewegingsvrijheid inleveren. Voor veel kinderen werd de school verboden terrein.

Voor de 8-jarige Tareq is het Projapoti-leercentrum de eerste school die hij van binnen ziet. De jongen leert sinds enkele maanden rekenen, lezen en de Burmese taal. Een droom voor de toekomst heeft hij ook al. "Als ik later groot ben, wil ik leraar worden", vertelt hij.

Leraar Nobi Hossen glimlacht bij de woorden van Tareq. Hij verloor zelf zijn broer door het geweld in Burma en weet als geen ander wat de Rohingya hebben meegemaakt. Hij probeert de situatie desondanks zonnig in te zien. "Hier zijn we in ieder geval veilig."

Weeskinderen

In de vluchtelingenkampen in Bangladesh wonen grofweg 900.000 Rohingya vluchtelingen. 530.000 van hen zijn kinderen en jongeren. Volgens een onderzoek van Unicef hebben zeker zesduizend van hen één ouder verloren en hebben drieduizend kinderen helemaal geen ouders meer. De meesten van hen wonen nu bij andere familieleden. Volgens William Kollie, een kindbeschermingspecialist van Unicef, is het aannemelijk dat het werkelijke aantal wezen hoger ligt. Hun toekomst is nog onzekerder dan die van andere Rohingya. Adoptie zou voor deze groep een oplossing kunnen zijn, maar dat is in de praktijk moeilijk, aldus Kollie. In Bangladesh is het namelijk alleen Bengaalse staatsburgers toegestaan een kind te adopteren.

Lees ook: Geen Rohingya die nu al terug durft naar Burma

Nieuwe afspraken met de Verenigde Naties over terugkeer naar Burma overtuigen gevluchte Rohingya nog lang niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden