Twee reuzenschoenen in een bed

Junibacken opent op 8 juni van dit jaar. De toegangsprijs is ¿12,50 voor kinderen, ¿17,50 voor volwassenen. De Scandinavische vliegmaatschappij SAS heeft een aanbieding die in ieder geval loopt tot 30 september: voor ¿750 p.p. een retourvlucht inclusief twee overnachtingen en een passe partout voor musea en openbaar vervoer. Kinderen tussen 2 en 12 jaar betalen voor dit arrangement ¿454 p.p. als ze op de kamer van de ouders slapen (tot 2 jr ¿69 en 12-18jr ¿506). Verlenging van het arrangement is mogelijk.

De ooit zo struise Astrid Lindgren is klein geworden van ouderdom. Ze woont nog steeds in haar eigen flat in Stockholm, en redt zichzelf zo goed en zo kwaad als dat gaat. Voor eten heeft ze nauwelijks belangstelling meer. Alleen voor taartjes. Of we zelf de koffie erbij willen zetten. De Nederlandse Marit Törnqvist (32) kent de weg in Astrids keuken. De laatste tijd komt ze hier regelmatig om de gang van zaken te bespreken rond de nieuwe kinderattractie in het centrum van Stockholm: Junibacken. Deze 'ode aan de boeken van Astrid Lindgren' wordt op 8 juni hoogstpersoonlijk door de koning van Zweden geopend.

REUSACHTIGE KIJKDOOS

Twee jaar geleden werd Marit Törnqvist, bekend van illustraties in Nederlandse en Zweedse kinderboeken, benaderd door de Zweedse theater- en filmregisseur Staffan Götestam met de vraag of zij tekeningen kon maken voor een sagolekhuset, zoals dat in het Zweeds heet: een verhalen-speelhuis. Het moest een soort reusachtige kijkdoos worden, met scènes uit verhalen van Lindgren, waar je met een treintje doorheen zou rijden. Een jaar lang maakte Marit schetsen, illustraties in kleur en gecompliceerde bouwtekeningen. Daarbij was natuurlijk een terugkerend probleem hoe je in 's hemelsnaam figuren tekent die al wereldberoemd zijn geworden door illustraties van andere tekenaars. Michiel van de Hazelhoeve (die in Zweden Emil heet) is al lang geleden haarscherp vormgegeven door Björn Berg. En de vrouwelijke tekenaar Ilon Wikland heeft de gestaltes van bijna alle figuren van Astrid Lindgren op haar naam staan: Madieke, Karlsson van het dak, Ronja de roversdochter, de gebroeders Leeuwenhart. Aan de andere kant: Pippi Langkous heeft al veel gezichten gekregen en het is maar net met welk sproetenkoppie je bent opgegroeid. De oorspronkelijke Zweedse Pippi lijkt in de verste verte niet op die van de Nederlandse illustrator J. Huizinga of op die van Karl Hollander. En sommige kinderen kennen alleen de Pippi uit de speelfilm. In Junibacken wordt het het Pippi-dilemma opgelost door in Villa Kakelbont, dat als speelhuis wordt nagebouwd, één kamer te maken waar de kinderen alleen door een raam naar binnen kunnen kijken. Daar zien ze, behalve de nodige interessante attributen, een bed met een kussen waarop twee grote schoenen omhoogsteken. Geen kind ter wereld zal niet begrijpen dat daar Pippi Langkous ligt te slapen.

Op deze manier heeft Marit steeds gezocht naar een manier om een figuur te suggereren, eerder dan naar een nieuwe creatie. Maar nu is dan de fase aangebroken waarin haar tekeningen in een driedimensionale vorm worden gegoten. Ondertussen onderhoudt de Nederlandse illustrator nauw contact met de moeder van al die bekende kinderverhalen. Samen met haar schrijft Marit de teksten die de bezoekertjes straks op hun reis door Junibacken - via luidsprekers in de wagons - te horen krijgen.

“Aanvankelijk voelde Astrid er weinig voor haar naam te verbinden aan wéér een kinderpark”, vertelt Marit. “Er is tenslotte al een 'Lindgren's-wereld' in Zweden, een soort grote speeltuin. Ze vond het eigenlijk wel genoeg zo. Maar toen we haar er van konden overtuigen dat het in geen geval een plat pretpark zou worden, heeft ze toegestemd. Ze heeft wel bedongen dat 'zolang de wereld draait' Junibacken in Stockholm enig in z'n soort moet blijven. Dat ze er niet na haar dood handig nog een paar in Tokio en Florida neerzetten.”

JONG TALENT

Cola en hamburgers worden dus geweerd in Junibacken, en er komt een tentoonstellingsruimte voor jong teken- en schrijftalent. Vooral dat laatste vindt Astrid Lindgren erg belangrijk. “Het gaat niet meer om mij”, zegt ze. “Andere schrijvers moeten nu aandacht krijgen.”

Nog steeds worden er op het adres van de Zweedse vedette per week minstens vijf boeketten bezorgd, en minimaal één prijs. Volgens Marit Törnqvist is Lindgren voor de Zweden veel méér dan een gevierd schrijfster. Ze is zo ongeveer de kurk van hun identiteit: “Als ze hier kerstfeest vieren, lijkt het wel alsof ze haar boeken naspelen. Iedere Zweed onder de veertig is met haar werk opgegroeid. In de jaren zestig las

VERVOLG OP PAGINA 5

Marit Törnqvist bouwt de wereld van Astrid Lindgren na VERVOLG VAN PAGINA 1

Astrid al haar boeken voor op de radio, waardoor zelfs de meest afgelegen wonende kinderen haar boeken kennen. Ik herinner me nog levendig de zomer dat ik iedere ochtend aan de radio gekluisterd zat, luisterend naar De gebroeders Leeuwenhart.''

Marit Törnqvist, geboren in Zweden, groeide op in Holland als dochter van een Nederlands schrijfster en een Zweedse letterkundige. De zomers bracht het gezin door in vaders moederland - in de provincie SmÃ¥land, in een huis waarin je alle verhalen van Astrid Lindgren moeiteloos kunt situeren. Na haar opleiding aan de Amsterdamse Gerrit Rietveld academie, was het eerste kinderboek dat ze - voor een Zweedse uitgever - mocht illustreren er uitgerekend één van Astrid Lindgren: 'Een kalf valt uit de hemel'. Twee jaar later, in '89 volgde 'Kalle de kleine stierenvechter'. Beide boeken werden door de Zweedse pers bejubeld. Daarna besloot Marit niet nog meer werk van Lindgren te illustreren, omdat ze bang was anders uitsluitend als verlengstuk van de wereldberoemde schrijfster gezien te worden. Een uitzondering maakte ze voor het korte verhaal 'In schemerland', dat prompt in Nederland werd bekroond met een Vlag en Wimpel. Ze tekende voor verschillende Nederlandse uitgevers van kinderboeken, en schreef zelf 'Klein verhaal over liefde'. Hoewel haar huidige, meer poëtische manier van tekenen onvergelijkbaar is met de virtuoze precisie uit het begin van haar carrière, heeft ze de opdracht voor Junibacken vooral aan die twee eerste boeken te danken. Marit: “Dat begrijp ik wel. Ik teken als Hollandse vanuit een soort verlangen naar mijn jeugd-vakantieland. Mijn tekeningen zijn daardoor misschien wel Zweedser dan Zweeds.”

MILJOENENPROJECT

Nu is Marit dan, met een omweg van een paar jaar, weer terug bij de oude schrijfster. Terug bij een oude liefde, kun je haast zeggen. Want Marit was niet alleen als kind dol op Astrids boeken, ze heeft ook herinneringen aan de bezoekjes die de schrijfster bracht aan het zomerhuis van de familie Törnqvist. Ze sprongen samen in het hooi - Astrid moet toen al in de zestig geweest zijn. Het contact liep destijds via Marits moeder, die Lindgrens boeken in het Nederlands vertaalde.''

Ze is weliswaar trots dat ze als jonge illustrator gevraagd is voor zo'n project met internationale allure, maar ze had van het begin af aan ook haar bedenkingen. En nog steeds: “Ik merk wat het is om bij zo'n miljoenenproject betrokken te zijn: de helft van mijn tijd ben ik bezig met 'kwaliteitsbewaking'. Ik wil niet meewerken aan een platte Disney-kermis, maar als je niet oplet wordt het dat wel. Hoe vaak ik niet te horen krijg: 'Ah joh, dat zien die kinderen toch niet' En dan komt er weer een voorstel om op iets te bezuinigen: 'De handjes en voetjes van de poppen kunnen we toch wel uit een mal gieten?' Dan moet ik hemel en aarde bewegen om erdoor te krijgen dat álle onderdelen van de poppen met de hand gemaakt moeten worden. Zulke details zijn essentieel. Maar de vervlakking ligt voortdurend op de loer.”

Marit woont en werkt in Nederland, maar bivakkeert nu al anderhalf jaar in een appartement in Gamla Stan, het oudste gedeelte van Stockholm. Tijd om van de stad te genieten gunt ze zich niet. Ze werkt van zes uur 's ochtends tot negen uur 's avonds.

“Na al die tijd verzinnen en tekenen, is het zo spannend om nu al die bedenksels in het echt terug te zien,” vertelt ze. “Door mijn onervarenheid heb ik gewoon getekend wat ik leuk vond. Zonder er bij stil te staan of het wel uitvoerbaar zou zijn. Ik wist ook absoluut niet dat ik rekening moest houden met het feit dat er er om de vijf meter ruimte moest zijn voor een nooduitgang. Gelukkig werk ik nu samen met de beste decorbouwers uit de Zweedse theaterwereld, en die vinden voor alles een oplossing.”

Junibacken wordt - voor honderd miljoen Zweedse kronen, ongeveer 25 miljoen gulden - gebouwd in een voormalige loods van de Koninklijke Marine op het eiland DjürgÃ¥rden, midden in Stockholm. Op dit eiland, dat vroeger jachtgebied van de koninklijke familie was, wemelt het niet alleen van musea, maar ook van eigenaardige villa's uit de vorige eeuw. Daartussen, aan de rand van het water, komt Junibacken. Het is er beslist niet de enige attractie die leuk is voor kinderen. Op loopafstand ligt 'De Vasa', een oorlogsschip uit 1628 en even verder is het Biologiska Museet, een ouderwets panorama met opgezette dieren. Verder bevinden zich in een straal van een kilometer het enorme openluchtmuseum Skansen, een circus en een ouderwetse speeltuin. Met Junibacken erbij lijkt Stockholm het summum voor kinderen te worden. Vooral 's zomers, als je ook nog in de haven kunt zwemmen en op zalm vissen.

MADIEKE

De naam van het nieuwe kinderparadijs is ontleend aan de boeken over de zesjarig Madieke. Daarin is Junibacken de naam van het huis waarin het meisje met haar familie woont. Maar Junibacken staat ook symbool voor die ene, vertrouwde en ideale plek die altijd een belangrijke rol speelt in de boeken van Astrid Lindgren, en die meestal sterk lijkt op het dorpje in Zuid-Zweden waar de schrijfster zelf opgroeide. In de boeken over de ondeugende Michiel heet deze plek de Hazelhoeve, voor de minstens zo ondeugende Lotta is het De Kabaalstraat. Soms heet die droomplek Bolderburen, dan weer is het 't eiland Zeekraai. Altijd is er in Lindgrens verhalen zo'n ideaal oord waar de zomers warm zijn en de winters sneeuwrijk. Een omgeving met verstopplaatsen en hoekjes om te mijmeren. Nooit ontbreken er spannende schuren en geheimzinnige zolders, of kabbelende riviertjes en picknickweides. Het jaar verloopt er seizoengetrouw volgens Zweedse tradities: met verkleedpartijen rond Pasen, dansen rond de midzomerboom, kreeften vangen in augustus en peperkoeken bakken met Kerstmis. Dit soort typische Lindgren-ingrediënten zitten ook in Junibacken. Voor de doorgewinterde kenners van het werk heeft Marit bij haar enscenering allerlei smakelijke details bedacht. Zo is er, vlak voordat de kinderen in het treintje stappen, een loket met gevonden voorwerpen voor oplettende lezertjes: de knuffel Bamsi van Lotta uit de Kabaalstraat, de paraplu van Madieke en het petje van Michiel. Het station waar de kinderen instappen is een verkleinde nabootsing van het station uit Astrids geboortedorp. Marit Törnqvist: “Het is natuurlijk de bedoeling dat kinderen die niet vertrouwd zijn met al die boekenfiguren zó door een verhaal in Junibacken worden gepakt dat ze na afloop denken: dat boek moet ik hebben.”

Als de kinderen eenmaal op weg zijn in hun treintje, horen ze de stem van Astrid Lindgren. Voor anderstaligen zijn er speciale wagons met teksten in het Engels, Duits, Fins en - dankzij Marits bemoeienis - ook in het Nederlands. Acht minuten duurt de reis door de Zweedse boeken en dat is volgens kenners van het genre buitengewoon lang. In Disney duurt de uitvoerigste spectakelrit nog geen vier minuten.

In een atelier in een buitenwijk van Stockholm worden op dit moment allerlei scènes voor de grote kijkdoos apart opgebouwd: levensechte straten en huizen op kleine schaal, handzame bomen en vluchtende minikippen. Het huis waar straks de gebroeders Leeuwenhart uit het raam zullen springen ziet er realistisch uit, maar volgens Marit is dit nog niets: “Je moet het je helemaal aangekleed voorstellen, met planten voor de ramen en krakelingen in de etalage van de bakkerswinkel. En vergeet het licht niet. Alleen met licht kunnen we straks een felrealistische brand uitbeelden.”

In een hoek van de werkplaats liggen dozen vol kunststof bladeren en bloemen. Ieder blaadje wordt eerst bewerkt met een brandwerende stof, voordat ze stuk voor stuk op maat worden geknipt. Ergens zit een jongen - met een vogelencyclopedie naast zich - raven ter grootte van een lucifersdoosje te maken. De eksters zijn al klaar. Twee poppenmaaksters zijn in de weer met een soort buigzaam piepschuim, dat in verband met brandgevaarlijkheid alleen voor de handen en voeten gebruikt mag worden. Aan de muur hangen piepkleine kledingstukjes. “Ik wist van poppen vooral”, vertelt Marit, “dat ik er een heleboel lelijk vind. Ik wilde geen karikaturen, met van die grote hoofden en bolle ogen. Pas toen ik op een keer in een poppentheater zat en daar net èchte mensjes zag - met handjes en voetjes en vriendelijke gezichtjes, toen kon ik aan onze poppenmaaksters uitleggen hoe ik ze wilde hebben.”

TIMMERSCHUURTJE

Op een tafel naast het poppenatelier ligt een bende oud gereedschap om straks het timmerschuurtje van Michiel mee in te richten. Namaken werd ingewikkeld, dus kocht Marit de hele inboedel van een boer in SmÃ¥land. Terwijl een van de medewerkers een dakgootje aan een typisch geel Zweeds houten huis hangt, wijst Marit: “Die dakgoot klopt, hoor. Zo zagen ze eruit in de vorige eeuw. Dat heb ik allemaal uitgezocht. Ik wilde Junibacken zo maken, dat je het ook kunt zien als een reis door de geschiedenis van Zweden. De Gebroeders Leeuwenhart zijn gesitueerd in de middeleeuwen, Emil en Madieke aan het begin van deze eeuw, Ronja in de Vikingtijd. En in de scènes van Karlsson krijg je in vogelvlucht een beeld van de stad Stockholm.”

De twintig scènes in Junibacken zijn doordrenkt van zoveel details, dat het voor de reiziger bijna onmogelijk is om alles tegelijk in zich op te nemen. “Dat is ook de bedoeling”, zegt Marit. “Net als met de boeken van Astrid Lindgren: iedereen moet er iets anders uit kunnen halen. Ik hoop dat kinderen, als ze na afloop van de tocht uit het treintje stappen, zoveel gezien hebben dat ze een beetje met hun hoofd moeten schudden: Brrr... alsof ze gedroomd hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden