Review

Twee ratten liggen in de gootsteen van een huis

Alles is veel voor wie niet veel verwacht. Het leven houdt zijn wonderen verborgen, tot het ze, opeens, toont. Deze woorden, die voor de dichter J.C.Bloem van toepassing waren op de Amsterdamse Dapperstraat, gelden ook voor het Belgische plaatsje Watou, dat ver weggestopt in West-Vlaanderen de argeloze bezoeker verbijstert.

Hoe is het mogelijk dat in zo'n afgelegen gat zo'n fantastische 'Poëziezomer' georganiseerd wordt? Hoe is het mogelijk dat er uit 39 landen beeldend kunstenaars werk in Watou komen maken, of werk naar Watou laten transporteren om het op een bijzondere plek tentoon te stellen? En hoe, vraagt de bezoeker zich af, is het mogelijk dat dit al voor de twintigste keer gebeurt?

,,Kijk'', zegt Qwy Mandelinck, de bedenker en organisator van dit jaarlijkse experiment, terwijl we van zijn oude pastorie naar de eerste locatie slenteren, ,,her en der zie je nog sporen van eerdere zomers. Zoals daar, tegen de muur van die stal, een inmiddels beroemd gedicht van Hugo Claus over de ezels. Dat is geïnspireerd op de ezels die hier in de weide stonden. De bedoeling van Watou is altijd geweest het werk van dichters en beeldend kunstenaars te laten botsen met het Vlaamse landschap.''

,,Die botsing is belangrijk. Een gedicht moet nooit een illustratie zijn bij een beeld, of de zogenaamde uitleg van een installatie. Ik gruwel bij de gedachte aan een praatje bij een plaatje. Het is de bedoeling dat poëzie verstoffelijkt, dat de woorden vereenzelvigd worden met de materialen. Ik wil de scharnieren van de twee kunstvormen in elkaar draaien en zo meer openheid creëren tussen de poëzie, de beeldende kunst, en het landschap.''

,,Ik heb de indruk dat dit lukt. Bezoekers vertellen mij dat de gedichten die hier geassocieerd zijn geweest met een bepaalde plek, of een bepaald beeld, die associatie behouden. Het gedicht blijft verbonden met Watou.''

Aanvankelijk koos Mandelinck poëzie van schrijvers die hun oeuvre min of meer voltooid hadden. Maar gaandeweg de jaren is de poëzie moderner geworden. Voor de beeldende kunst geldt iets vergelijkbaars. Lange tijd zocht Mandelinck het artistieke landschap van Nederland en Vlaanderen af, maar sinds zijn samenwerking met Jan Hoet, de directeur van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent (Smak), is de internationalisering een feit. ,,Dat was drie jaar geleden. Ik zat met Hoet te tafelen, en zei: 'Jan, ik heb een droom. Ik wil dat de grootste kunst van Smak naar Watou komt.' 'Ik ben akkoord', zei Hoet. In één klap was de wereld in Watou.''

Dit jaar wordt nauwelijks gebruik gemaakt van de vaste collectie van het Smak. Negentig procent van de werken is in het dorp gemaakt. De kunstenaars lieten zich inspireren door de eigenheid van het dorp, de uitgestrekte weiden met op de achtergrond de Mont Noir of de ligging in een overgangszone tussen België en buurland Frankrijk. ,,In januari gaan de uitnodigingen de deur uit, in maart, april komen uit alle windstreken kunstenaars naar Watou om een ruimte te kiezen en aan het werk te gaan. Klinken er ineens negen talen in dit plaatsje.''

Uitgangspunt van het zomerevenement in Watou was dit jaar het woord 'Stormcenter'. ,,Een term uit de economie,'' verduidelijkt Mandelinck. ,,Het blijkt dat kleine gebieden vaak opmerkelijke prestaties leveren. Alsof ze haarden van onrust herbergen, die een onverwacht arsenaal van creativiteit losmaken. Dit idee moet ook voor de kunst gelden. Kijk naar Ierland, een klein land dat vier Nobelprijswinnaars heeft voortgebracht.''

,,In Watou zie je deze gedachte op allerlei manieren terugkomen. We hebben werk van een aantal vluchtelingen. Zij komen natuurlijk uit bijzonder onrustige gebieden. Het is wrang vast te stellen, maar zonder de politieke omstandigheden die hen dwongen te vluchten, hadden zij volslagen andere kunst gemaakt.''

Sterke illustratie van deze uitspraak vormt een stuk muur van Bojan Sarcevic, dat te zien is op de tweede locatie die we bezoeken. Sarcevic vluchtte een paar jaar geleden met zijn ouders naar Parijs. Zijn muur draagt als titel 'World corner', het is een symbool van beschutting, geborgenheid. ,,Onmiddellijk wist ik dat bij dit beeld een gedicht van Esther Jansma paste: 'De manier is steeds anders, een vuist/ balt zich en valt, uit water lekt langzaam/ de kanker van schimmels, maar daarna/ is altijd hetzelfde weg: samenhang'.''

Buiten is het warm geworden. De terrassen van het plaatsje zitten vol. Het zilver rinkelt in Watou, hier onderhoudt de kunst de mensen. Rond 1900 bestond het plaatsje uit 4000 inwoners, nu nog uit zo'n 1200. Maar door de 'Poëziezomer' heeft het een gedaantewisseling ondergaan. De horeca bloeit, Watou telt nu zo'n 38 hotelkamers. ,,Gemiddeld komen er zo'n twintigduizend bezoekers, waarvan zo'n vijfentwintig procent Nederlanders die op doorreis naar Frankrijk, of terugtocht naar Nederland een paar dagen in Watou blijven.''

Het publiek van Watou blijkt kunstminnend, ze lezen gemiddeld zo'n drie dichtbundels per jaar en bezoeken zo'n vier tentoonstellingen over moderne kunst. ,,Het zijn trouwe bezoekers, die jaar in jaar uit terugkeren.''

Eén van hen, een vrouw van middelbare leeftijd, schiet Mandelinck aan: ,,U zou toch iets aan de bewegwijzering moeten doen. Wij komen elk jaar, we komen vanuit Oostende, en telkens is het weer zoeken.'' Mandelinck belooft er werk van te maken.

We lopen verder en zien een walgelijk treffende illustratie van de wijze waarop de plek van invloed is op het uiteindelijke resultaat. Het betreft twee keramieken ratten van Carolein Smit.

,,De beesten liggen in de gootsteen van een oud woonhuis. Erboven de kraan waaruit gewoonlijk helder water stroomt maar die nu is dichtgedraaid. En moet je zien hoezeer die dode ratten contrasteren met de tegeltjes van het oude aanrecht.''

,,Bij deze beesten heb ik een gedicht gekozen van Piet Gerbrandy. Dat begint met de regels: 'In ruimten kruipen spinnen tussen buizen./ Ik wil het beest verslaan dat mij vergalt'. Dat leek de werking van de walgelijkheid te versterken.''

Totaal anders beïnvloedt de omgeving het werk van Avery Preesman, een Nederlander die op Curaçao geboren is en vorige week nog onderscheiden werd op de Premio del Golfo, een Europese biënnale voor kunstenaars onder de 35. ,,Toen Preesman in het dorp was wezen kijken, wist hij dat hij aan het werk wilde in een stal waar vroeger honderd koeien stonden. Hij maakte twee enorme wandsculpturen van hout en beton. Het werk is geïnspireerd door de grijze kusten van Curaçao. De sculpturen zijn net onder de ramen bevestigd, waar we nieuw glas hebben ingezet. Daardoor valt het Vlaamse landschap naar binnen, precies op die grijze kustlijn. Of, anders gezegd, daardoor gaat die grijze kust over in dat glooiende land.''

De avond valt, we besluiten een urenlange rondleiding bij een vijver op de hoeve, waar het ontroerende gedicht 'Veerkind' van Willem Jan Otten gegoten is in een stuk polyester. ,,Van de winter zei Otten tegen mij: 'Je telt als dichter pas mee wanneer je op drie podia hebt opgetreden: Poetry International, De nacht van de poëzie in Utrecht, en Watou.''

Over de stille vijver klinkt een stem: 'Een kind gaat voor het eerst alleen het water op,/ in tegenlicht, onder hoogspanningskabels, roeiend/ in een notendop.' ,,Watou is elke dag anders. In een museum heeft het weer geen invloed, hier wel'', mijmert Mandelinck. ,,Luister: 'Een zon die zakt, zijn vader op de wal die vist.'''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden