Twee opera's van Gluck op één avond is te veel van het goede

Opera
Koor van De Nederlandse Opera, Les Musiciens du Louvre, solisten olv Marc Minkowski met 'Iphigénie en Aulide' en 'Iphigénie en Tauride' van Gluck in regie van Pierre Audi op 7/9 in Muziektheater Amsterdam. Daar t/m 22/9. Via Radio 4 op 24/9. www.dno.nl

Drie heuse diva's bij De Nederlandse Opera! Dat komt weinig voor. Het is zelfs zó bijzonder dat DNO met de drie wereldsterren als lokkertje reclame maakt. Het is zo ongeveer de eerste keer dat het niet op sterren gerichte gezelschap zich in advertenties laat voorstaan op de zangers die het in huis heeft.

De drie zingen in de twee Iphigeneia-opera's van Gluck, die DNO-chef Pierre Audi graag op één avond wilde samenbrengen. Anne Sofie von Otter en Véronique Gens zijn moeder en dochter in 'Iphigénie en Aulide' (1774), en Mireille Delunsch doet de titelrol in 'Iphigénie en Tauride' (1779). Maar hoe mooi ze gedrieën ook zingen, ze kunnen de lange, lange avond niet van een dodelijke verveling redden.

Het idee om de twee opera's pal naast elkaar te zien is op papier erg interessant. Voor Gluck waren het dan wel twee totaal verschillende opera's, maar zijn grote bewonderaar Wagner ondernam al eens pogingen om met een verandering van het slot van de 'Aulide'-opera de voortgang naar 'Tauride' aannemelijker te maken. Audi gebruikt die Wagner-oplossing niet, maar probeert door scenische spiegeling en beeld-rijm de opera's aan elkaar te verbinden. De vijftien jaar die tussen beide verhalen ligt, wordt slechts sporadisch aangeduid, en dat blijft problematisch. Die periode wordt overigens door DNO volgende maand behandeld middels 'Elektra' van Richard Strauss.

Gluck, dat is hogeschoolopera. Een soort dressuur voor toppaarden, alles keurig en nobel, zonder vurig opvlammende emoties, de hartstocht ingehouden. Bij echte dressuur resulteert die beperking in schuim rondom de paardenbek, bij Gluck in uniformiteit. De muziek is bij vlagen geniaal, dan weer gekmakend gelijkvormig. Die gelijkvormigheid wordt versterkt door twee hele opera's achter elkaar te moeten consumeren. De meerwaarde op papier blijkt in het theater juist een handicap.

Tegen half twaalf - de uitvoering is om half zeven begonnen - is de concentratie verdwenen. Die almaar herhaalde verzuchtingen 'Juste Ciel!', 'Dieux cruels!' en 'Hélas!' - het is gewoon te veel van het goede.

De enscenering werkt ook al niet mee. Een on-Audiaanse regie met wel erg anekdotische soldaten, een weinig dynamisch decor en spuuglelijke clichékostuums (Gens ziet er uit als een Milva). Het decor (orkest op de bühne met daarachter tribunes voor koor en publiek) werkt in het ruime Muziektheater wel beter dan in Brussel, waar deze productie in 2009 zijn première beleefde.

Ondanks de genoemde diva's is de ster van de avond Marc Minkowski, die met zijn Musiciens du Louvre wél voor spanning zorgt. De geniale Gluckmomenten worden door hem nog genialer door een uitgekiende frasering en subtiele dynamische verschillen.

En er is over de gehele linie heel mooi gecast. Von Otter maakt haar status met een nobele en koninklijke interpretatie meer dan waar. Delunsch en Gens zijn aan elkaar gewaagd als de beide Iphigeneia's. Schitterend ook Frédéric Antoun (Achille), Jean-François Lapointe (Orestes) en Yann Beuron (Pylade). Mooist van al misschien nog wel de samenzang van de zes priesteressen in Tauris: zes jonge Nederlandse zangeressen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden