Twee mannen bij één grote paradox

Kardinaal Simonis zou morgen spreken bij de opening van de expositie van kruisigingen door de Spaanse schilder Antonio Saura in het Cobra Museum in Amstelveen. De naaste familie van Saura had grote bezwaren: zij ziet de in 1998 overleden kunstenaar als een fervent tegenstander van de kerk. De kardinaal heeft zich meteen bescheiden teruggetrokken, maar zijn waardering voor Saura en diens kruisiging blijft.

Antonio Saura: 'Crucifixión 3-85, olieverf op doek, 1985. Particuliere collectie.

Meer dan zeventig keer heeft de Spaanse schilder Antonio Saura (1930-1998) het drama van de kruisiging uitgebeeld. In olieverf, vaak ook in tekeningen. Niet dat dat veel uitmaakt: Saura gebruikt zelden kleur en voert de tragedie negen van de tien keer in somber zwart, grijs en wit op. Die sobere kleurstelling maakt het dramatisch effect alleen maar groter. Centraal staat steeds het lijden van een door helse pijnen verwrongen mensfiguur die genadeloos aan een kruis is genageld. Inspiratie voor dit thema vond Saura al vroeg bij zijn grote voorbeeld Velasquez.

Net als Picasso, die zich na de Tweede Wereldoorlog door de beroemde Spaanse schilder uit de 17de eeuw liet inspireren voor een reeks 'herscheppingen', koos Saura een kruisiging die tegenwoordig in het Museo Reina Sofia in Madrid is te zien. Tussen de twee moderne meesters bestaan trouwens meer overeenkomsten: Saura hanteert dezelfde expressionistische stijl die we van Picasso's Guernica kennen, het beroemde schilderij dat het bombardement memoreert op het weerloze Noord-Spaanse stadje.

Kardinaal Simonis (1931) is van kinds af aan vertrouwd met de voorstelling van het kruis. ,,Het kruis hing overal, in de woonkamer en de slaapkamers. En toen ik naar school ging, zag ik het daar ook. Ik kan me goed herinneren dat ik diep onder de indruk was geraakt van het lijden van degene die ik daar aan het kruis zag hangen. Toen ik daar eens iets over zei, hoorde ik van mijn vader en moeder dat Christus zich met zijn dood heeft gegeven voor de mensheid. Zoveel heeft Jezus van ons gehouden, zeiden ze, dat hij voor die liefde zijn leven gaf. Voor een kind is dat een geweldige paradox. Maar ik zie die paradox ook terug in het werk van Saura. Hij heeft'', aldus de kardinaal ,,daar duidelijk mee geworsteld.''

,,Wat ik van het werk van Saura vind? Ik zie Saura als een abstract expressionist. Het expressionisme spreekt me wel aan. Het abstracte minder. Het brengt ideeën in beeld die niet zo eenduidig zijn. Er moet, en ik vind dat echt een nadeel, te veel bij worden uitgelegd. Ik houd meer van realistische kunst, van beelden die aan de werkelijkheid zijn ontleend. Als je van abstract werk de achtergronden kent, krijgt het beslist meer waarde, maar dan wordt het ook wel heel subjectief. Ik vraag me dan ook af wat Saura bezield heeft om het kruis in zoveel gestalten weer te geven. Ik denk dat de persoon Saura door die paradox geraakt is. Enerzijds ziet hij in het kruis de werkelijkheid en de afschuwelijkheid van het lijden als het symbool van de ondergang. Aan de andere kant weet hij ook dat niemand een grotere liefde kent dan degene die zijn leven geeft voor zijn vrienden. En dan wordt het kruis de hoogste uiting van liefde, een echte offerliefde.''

Simonis vervolgt: ,,In de Romeinse tijd was het sterven aan het kruis natuurlijk een vreselijk gegeven. Het was een slavendood en dat zegt wel iets over wat men met de kruisdood van Jezus wilde uitdrukken. Maar je ziet dat de kruisdood de weg tot de opstanding wordt. Je vraagt je af, waarom wordt de opstanding, de verrijzenis dan niet afgebeeld? Ik denk dat het om een bovennatuurlijk gegeven gaat, dat boven de geschiedenis uitstijgt. Als kunstenaar krijg je daar eenvoudig geen greep op. Misschien dat daarom ook het kruis dat zo realistisch in de aarde staat geplant heel werkelijkheidsgetrouw werd verbeeld.''

Simonis bladert tussen verschillende afbeeldingen van Saura's kruisigingen. ,,Ik zie nog iets anders meespelen, nog een andere symbolische betekenis van het kruis. Veel van zijn kruisen zijn nogal breed in verhouding tot de standpaal. In het christendom staan die verhoudingen ergens voor. Het verticale deel van het kruis staat voor de verbinding tussen hemel en aarde, de liefde van God tot ons en van ons tot God. De horizontale balk symboliseert de liefde van de mensen onderling. Er woedt sinds zo'n veertig jaar een discussie in het christendom, waarin veel aandacht uitgaat naar de intermenselijke liefde, naar de horizontale balk dus. In die opvatting maakt de transcendente God in den hoge plaats voor God tussen de mensen, de liefde voor God gaat op in de onderlinge liefde. Dat vind ik in strijd met het eerste gebod, waarin je de Heer zult liefhebben met heel je hart en je verstand zelfs. Pas na de liefde voor de Heer komt als tweede gebod 'Bemin je naaste als jezelf'. Voor veel christenen is het eerste gebod in het tweede gebod opgegaan. Ik vind dat verkeerd, God persoonlijk is mijn eerste naaste. De staander van het kruis wijst mij op de verticale band die ik persoonlijk met God moet hebben. Naastenliefde hoort daar wezenlijk bij, maar ze wordt letterlijk en figuurlijk gedragen door de verticale balk. Zo is het kruis een geweldig symbool van het eerste en het tweede gebod. Kijkend naar zijn werk denk ik dat Saura ook worstelde met de betekenis van het verticale en het horizontale.''

Simonis vindt de wijze waarop Saura de kruisigingen weergeeft, goed passen in een eeuwenlange ontwikkeling. ,,De oudste kruisen die we kennen hadden weliswaar een brede horizontale balk, maar waren langwerpig van vorm. Ze waren vaak versierd met edelstenen, mozaïeken en ook met voorstellingen van druiventrossen. Het corpus ontbrak steevast en daarmee was het kruis een symbool van triomf, een teken van vrede, van vruchtbaarheid. En het had in de druiven ook een verwijzing naar de eucharistie. Pas als in de Middeleeuwen het corpus aan het kruis verschijnt, wordt het lijden realistischer uitgebeeld. Christus hangt dan overigens nog niet aan het kruis, hij staat erop. In de tijd rond Franciscus ontstaat de belangstelling voor de realiteit van het gebeuren. Toen is ook de kerststal met de kribbe ontstaan. Men probeerde de voorstellingen van de geboorte, de dood en de verrijzenis zo levensecht mogelijk weer te geven. Aan het kruis kon je zien dat er een mens hangt te sterven. Saura zegt door een kruisiging van Velasquez te zijn geïnspireerd. Velasquez gaf Christus zeer getourmenteerd weer, je ziet een mens aan het kruis die aan het einde is. Ook Saura drukt verwrongenheid uit en schildert het lijden met een geweldig mededogen. Het is alsof hij zegt 'Hij is geen mens meer maar een worm'. Dat spreekt mij meer aan dan de met edelstenen bezette kruisen. Toen ik in 1971 bisschop werd, kreeg ik een prachtig kruis ten geschenke. Tegenwoordig kun je dat, als je je bewust bent van alle armoede, moeilijk meer dragen. Jaren geleden heb ik voor slechts 17000 lire, zo'n 17 oude guldens, in Rome een borstkruis gekocht dat ik nog steeds en graag dagelijks draag. Je ziet daarop Christus echt als een worm aan het kruis en tegelijk is hij heel menselijk.''

,,Maar'', zegt Simonis, ,,ik zie nu steeds vaker in de kerk kruisen zonder corpus. Misschien komt dat wel voort uit een heilige schroom om het lijden af te beelden. Maar er ligt ook een taboe op, we zien het lijden nu eenmaal niet graag. Voor een aantal christenen is de kern van het christendom slechts een idee, iets dat niet werkelijk heeft plaatsgehad. Gods menswording verwordt dan tot een mythe en ook het kruis is dan een idee. Daar ben ik tegen, want het Woord is werkelijk vlees geworden. Christus' lijden heeft in alle realiteit plaatsgehad.''

Voor de kardinaal is het niet zo vreemd dat Saura en met hem kunstenaars als Joseph Beuys en Antoni Tapiès vaak teruggrijpen op het kruissymbool: ,,Jazeker, er is een natuurlijke relatie tussen kunst en godsdienst. God is de oorsprong van alles wat waar is, wat zuiver is, wat mooi is. Kunst dekt dat alles, daarin gaat het om zaken die mooi zijn, goed zijn, zuiver zijn. Ideeën die het gewone overstijgen, dat leidt zeker tot kunst. Waar woorden tekort schieten, proberen we beelden om wat ons ten diepste bezighoudt weer te geven.''

Op de vraag of hij begrip kan opbrengen voor de aversie van Saura tegen het instituut kerk, dat in de Franco-tijd niet opstond tegen het regime, zegt de kardinaal: ,,Ik blijf zijn werk voor meer interpretaties vatbaar vinden. Het is wel degelijk mogelijk dat hij uiting geeft aan een persoonlijk soort vervolging die mensen hebben ervaren in de tijd van het Franco-regime. Veel mensen in Spanje voelden zich beknot in hun vrijheid, in hun bestaan. Denk verder aan de vreselijke tijd van de Spaanse Burgeroorlog. Als Saura in zijn werk verholen kritiek op de kerk had, dan kan ik me dat heel goed voorstellen. Maar, er wordt door ons ook veel in zijn werk gelegd wat we niet precies weten. Eigenlijk moest je het hem zelf kunnen vragen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden