Boekrecensie

Twee kenners duiken in de geschiedenis van de Notre Dame: de een degelijk, de ander braaf

Beeld AFP/Guillot

Een jaar na de verwoestende brand bewandelen twee boeken over de Notre-Dame dezelfde historische paden. De kathedraal kwam er ook in het verleden steeds weer bovenop.

De Nederlandse architect Rem Koolhaas bracht op zijn vierde zijn eerste bezoek aan Parijs. Zijn grootvader nam hem mee om hem de stad en haar monumenten te laten zien. Misschien werd daar wel het eerste zaadje voor zijn latere carrière geplant. “Ik stond versteld. Toen we de Notre-Dame bezochten liet opa me elk stukje van de kathedraal zien. Hij legde alles uit, waardoor de kathedraal heel vertrouwd voor me werd.” Als jonge tiener las Koolhaas Victor Hugo’s ‘De klokkenluider van de Notre-Dame’. “Ik begreep dat de Notre-Dame zowel een symbool was als een provocatie, een uiting van moderniteit. Hoe kon iets wat zo oud was zo modern zijn?”

Koolhaas’ uitspraken zijn te vinden in ‘Notre-Dame. De ziel van Parijs’ van de Franse journaliste Agnès Poirier. Het boek verschijnt precies een jaar na de brand in de beeldbepalende kerk, en vervlecht de historie van het gebouw met die van een stad en een land. De Britse romanschrijver Ken Follett doet in ‘Notre Dame. Een beknopte geschiedenis van een beroemde kathedraal’ ongeveer hetzelfde, zij het in een derde van het aantal pagina’s. De schrijvers gaan grotendeels langs dezelfde honken, onder meer de ontstaansgeschiedenis en totstandkoming, Napoleons kroning tot keizer, Victor Hugo en zijn doorbraakboek, architect/ restaurator Eugène Viollet-le-Duc, en de aanslag op Charles de Gaulle bij zijn terugkeer naar het bevrijde Parijs in 1944.

Royalty's naar het fonds

Beiden hebben hun eigen speciale band met het godshuis. Follett maakte als auteur onder meer furore met ‘Pilaren van de aarde’, een roman over kathedralenbouw. Poirier, die werkt voor Europese en Amerikaanse media, zag vanuit haar Parijse keukenraam de ‘felgele spiralen van rook de lucht in kringelen’.

Follett schreef in opdracht van zijn Franse uitgever. Het sympathieke aan zijn boek is dat opbrengst en zijn royalty’s naar het fonds voor de herbouw van de Notre-Dame gaan. Het nadeel van zijn ‘beknopte geschiedenis’ is dat die meer op een lang essay lijkt dan een echt boek. Wat betreft informatiewaarde voegt het weinig toe aan wat is blijven hangen van alle media-aandacht net na de brand. Wat evenmin helpt is de wijze waarop Follett zelf af en toe opduikt: van een foto van de auteur in gesprek met de hoofdarchitect van de herbouw, tot zijn trots op het bezit van een van de schetsen van Viollet-le Duc.

Poirier figureert alleen heel even in haar boek bij haar beschrijving van de avond van de brand. Daarna laat ze de geschiedenis het werk doen, ondersteund door gedegen bronnen­onderzoek en gesprekken met relevante zegslieden.

Sociaal werkstuk

Zo invloedrijk als Hugo’s ‘De klokkenluider van de Notre-Dame’ zal haar boek bij lange na niet worden. Die roman bood naast een spannend verhaal ook een steekhoudend pleidooi voor een waardige behandeling en verantwoorde restauratie van de kathedraal. Zonder Hugo bijvoorbeeld geen Viollet-le-Duc. Het boek fungeerde als een extra waker over de Notre-Dame.

Het gebouw zelf, dat deels teruggaat tot de twaalfde eeuw, draagt geen handtekening. Wie verantwoordelijk was voor het eerste ontwerp zal waarschijnlijk altijd onduidelijk blijven. Poirier vindt dat in dit geval wel passend – vanwege het zweet en de levens van velen die aan de bouw werkten, maar evengoed vanwege het verdere verloop van de geschiedenis. Deze kerk is geen individueel, maar een sociaal werkstuk, dat tot in alle hoeken de geschiedenis van stad en land ademt.

De Notre-Dame blijft volgens de auteur een gebouw van en omgeven door paradoxen. “Naast problemen van statica en dynamica moesten ook goddelijke mysteries worden opgelost”, schrijft ze. “Zowel bouwers als geestelijken werden geïnspireerd door goddelijke gratie, maar ook door wetenschappelijke feiten. De Notre-Dame imponeert de bezoeker met dat huwelijk van verlichte geesten, het aardse en het gewijde, maar ook met de eenheid van plechtigheid en sereniteit in haar ornamenten en de sobere, majestueuze kwaliteiten van haar lijnen.”

Ten tijde van de Derde Republiek (1870-1940) regelde Frankrijk de scheiding tussen kerk en staat op stringente wijze. Voor bevoogdende geestelijken bleef maar beperkt plaats. Vrijdenkerij kreeg ruim baan. De clerus werd voortdurend bespot, maar de Notre-Dame bleef daarbij buiten schot. Het instituut kerk had aan gezag verloren, maar het monument behield zijn troostende en bemoedigende functie als nationaal symbool. Nog vrij recent luidden de klokken van de kathedraal voor de bij een aanslag omgekomen tekenenaars van het satirische tijdschrift Charlie Hebdo, toch atheïsten bij uitstek.

Op de avond van de brand zakten oude en jonge Parijzenaars op hun knieën om hardop te bidden voor het behoud van het kerkgebouw. En in het ontkerkelijkte Frankrijk met zijn volk dat scepsis behoorlijk hoog in het vaandel draagt, waren toch veel mensen ontroerd bij die aanblik.

Forse beschadigingen

Historisch overzicht helpt om de brand van vorig jaar iets te relativeren. De Notre-Dame liep al eerder forse beschadigingen op. Tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) sneuvelden glas-in-loodramen, het doksaal, de koor­afsluiting en het koorgestoelte. Toen in 1793 omliggende monarchieën de prille Franse republiek bedreigden, werden alle klokken, bronzen kunstvoorwerpen en zelfs het lood van lijkkisten omgesmolten tot kogels. In ­dezelfde revolutionaire tijd werd de kerk zelfs tijdelijk Tempel van de Rede (even het enig toegestane geloof in Frankrijk).

Steeds kwam de Notre-Dame er weer bovenop. Ook nu lijken er voldoende financiële middelen en urgentiegevoel beschikbaar. Het gevaar zit ’m hooguit in hedendaagse architecten die hun statement willen maken. Onmiddellijk na de brand regende het wilde ideeën: onder meer voor een glazen serre, een zwembad en een bos op het dak van de kathedraal. Bijvoorbeeld voor het herstel van de ingestorte torenspits zien sommigen iets nieuwerwets voor zich.

Rem Koolhaas werpt zich er alvast voor: “Een modern gebaar is niet passend. Het is essentieel dat we Viollet-le-Ducs voortreffelijke werk en filosofie behouden. Maar ik ben optimistisch. Ik ben er zeker van dat Frankrijk de Notre-Dame integer zal behandelen.” 

Oordeel: Ken Follet voegt weinig nieuwe informatie toe

Beeld -

Ken Follett
Notre-Dame. Een beknopte geschiedenis van een beroemde kathedraal
 Vert. J. van der Meer, W. Oostendorp Meulenhoff; 64 blz. € 11,99

Oordeel: gedegen bronnen-onderzoek

Beeld -

Agnès Poirier
Notre-Dame. De ziel van Parijs
Vert. R. NeugartenSpectrum; 250 blz. € 22,99

Lees ook:

‘De kans dat de Notre-Dame niet gered kan worden, is 50 procent’

De door brand grotendeels verwoeste Notre-Dame in Parijs is zo kwetsbaar dat er een kans van 50 procent is dat het monument niet kan worden gered, zegt rector-aartspriester Patrick Chauvet.

Zes maanden later zit het nog niet mee, met de restauratie van de Notre-Dame

 Het is precies een half jaar na de brand in de Notre-Dame. De invloed van de ramp op het katholieke leven in Parijs blijkt groter dan gedacht. Intussen stagneert de restauratie door regeldrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden