Twee keer herdenken

De koning droeg een keppel. De tent was blauw uitgelicht. De poort bijna warm van baksteen. De hellepoort. Erachter, buiten, was het wit van sneeuw, en in het wit getekend de lijnen van het spoor, met rangeerwissels, afbuigend naar de Rampe. Dat daar een Duits woord voor was. Rampe.

Ik zit voor de tv. Twintig jaar geleden was ik er ook, daar in Auschwitz, verslaggevend. 1995. Vijftig jaar na de bevrijding van het kamp.

Wat een verschil met nu.

Twee herdenkingen waren er toen. Eén van de Joden op de 26ste januari, en één van de Polen en de staatshoofden, op de 27ste. Die Joodse herdenking was er uit protest tegen het programma zoals de Poolse regering onder president Lech Walesa dat voor de officiële herdenking had opgesteld. Dat programma was 'oecumenisch', met veel aandacht voor de Poolse politieke gevangenen en verzetsmensen die in het Stammlager van Auschwitz waren vermoord.

Geen tent. Gure wind buiten.

Eén gast was bij beide herdenkingen aanwezig. De bedremmelde Duitse bondspresident Roman Herzog, in blauwe mantel, en breedgerande blauwe hoed. Om hem dromden ze heen, de voorzitters van talloze Joodse organisaties, Europees Congres, Wereldcongres, raden, het internationaal Auschwitz-comité, de Knesset; ook Elie Wiesel was onder hen.

Ze liepen opeen gepakt over het kampterrein, op hun beurt omstuwd door de internationale media die hen struikelend over de spoorlijnen trachtte te volgen. Ik zag hoe Ignatz Bubis, voorzitter van de centrale raad voor de Joden in Duitsland, een cameralens van zich afsloeg en uitriep: "Hebben jullie dan nergens respect voor?" Chaos, omdat de Polen bij de poort waren achtergebleven.

De volgende dag, bij de officiële herdenking, waren er de staatshoofden en regeringsleiders. Beatrix en Claus. Strakke regie. Veiligheidsmensen in burger overal. Toespraak Walesa. Kransleggingen bij het monument tussen de resten van Crematorium II en Crematorium III.

Gure wind.

Hoe anders was het gisteren.

Een ernstige Poolse president horen zeggen dat de nazi's zijn land in een grote Joodse begraafplaats hadden veranderd. Ronald Lauder, voorzitter van het Joods Wereldcongres, horen zeggen dat in plaats van het aan Auschwitz gekoppelde 'nooit meer' nu 'steeds meer' gezegd moet worden - ten aanzien van het groeiend antisemitisme in Europa.

En de Joodse overlevenden te horen spreken.

Misschien maakte van hen Roman Kent, geboren Roman Kniker, in Lodz, in 1929, nog de meeste indruk. In 1946 naar Amerika geëmigreerd. Hij sprak Engels met een accent waar zijn afkomst doorheen schemerde.

Daar stond hij, in die grote blauwe tent, met staatshoofden en regeringsleiders, door verdriet overmand toen hij zei: "Wij overlevenden willen niet dat ons verleden de toekomst wordt van onze kinderen". Hij zei het tweemaal, door applaus onderbroken.

En een elfde gebod wenste hij zich, als indringende aanvulling op de tien bestaande.

"Wees nooit een omstander."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden