Twee Japanse moeders vertellen over hoe hun zonen zich letterlijk dood werkten

Kazumi Maeda heeft in haar huis een altaar ter nagedachtenis aan haar zoon Hayato, die zelfmoord pleegde. Beeld Reylia Slaby

Karoshi is het Japanse woord voor ‘dood door overwerk’. Twee moeders die hun zoon verloren, vertellen hoe het zo ver kon komen.

Ik wil voorkomen dat het vaker misgaat’. Michiyo Nishigaki is tegen wil en dank het gezicht van de strijd tegen karoshi in Japan. De kordate vrouw van 74 jaar, voormalig lerares handenarbeid en techniek, begon een petitie, sprak op conferenties en symposia, gaf lezingen en was de drijvende kracht achter een wetswijziging. Allemaal om te voorkomen dat meer moeders moeten doormaken wat haar is overkomen.

Haar zoon Naoya, een ingenieur, ging in 2002 werken voor een dochterbedrijf van elektronicabedrijf Fujitsu. Een jaar later werd hij op een bijzonder project gezet, de ontwikkeling van een standaard voor digitale tv. “Hij werkte van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Volgens het bedrijf werkte hij honderd uur per maand over, soms wel honderdvijftig.” Nog meer, denkt Nishigaki.

“Een keer kwam hij pas ’s ochtends thuis, bleef een half uurtje, en ging weer aan het werk tot ’s avonds laat. Toen werkte hij ongeveer 36 uur achter elkaar, met een korte pauze.” Hij sliep weinig en ontwikkelde depressieve klachten, meldde zich ziek maar ging weer aan het werk na een bezoek aan de dokter. Die schreef antidepressiva voor.

“Hij was een getalenteerde inge­nieur, die van zijn werk hield”, vertelt Nishigaki. Maar de omstandigheden waarin hij werkte waren nauwelijks leefbaar. Hij had een bed in een slaapzaal bij de fabriek. Zoals veel Japanse moeders stuurde zij hem etenswaren op. Maar hij stopte met koken en at ­alleen nog wat koekjes en snacks tussendoor.

Twee keer per jaar kwam haar zoon naar huis, met Nieuwjaar en in de zomer. “Ik zag dat hij veranderde.” Dat werd vooral duidelijk toen haar vader overleed en Naoya terugkwam voor de begrafenis. “Mijn zoon wilde nog even slapen voor de wake begon. Maar ik kreeg hem niet meer wakker, hij mompelde: ‘Laat me maar’.”

Michiyo Nishigaki. Beeld haruna.akashi

Dodenmars

Het ging echt mis toen hij voor een nieuw project naar Tokio werd overgeplaatst. Daar werkte hij met ongeveer tweehonderd mensen in een kleine ruimte. “Ze zaten met drie mensen op klapstoeltjes achter een bureau. Het was er te vol en te warm.” Vaak sliepen ze achter hun bureau, als het te laat werd om met de metro naar huis te gaan.

Nishigaki laat een nieuwsbrief van het bedrijf zelf zien, waarin met trots wordt verteld dat de werknemers zich opofferen voor het project. “Hij voelde zich verantwoordelijk”, verklaart zij de toewijding van haar zoon. “De deadline stond vast, ze moesten verder. Ze noemden het zelf de dodenmars.”

Zij zag dat het niet meer ging. “Hij werd fysiek instabiel, hij viel om. Ik zei: Stop ermee, kom terug naar Kobe. Maar hij was bang om werkloos te worden, in die tijd was het niet makkelijk om een baan te vinden. Hij zei: ‘Ik probeer het nog een keer’.”

Foto's van Michiyo Nishigakis zoon. Beeld haruna.akashi

Blog

In januari 2006 nam hij te veel antidepressiva en slaappillen in en overleed, op zijn 27ste. Zijn moeder twijfelt nog altijd of hij dat bewust deed. “Achteraf zag ik dat hij een blog bijhield. Daarin schreef hij: ‘Ik weet niet of ik er over vijf jaar nog ben’. Maar ook dat hij niet dood mocht gaan, omdat ik dan alleen zou zijn.” Ze moet even snikken.

“Vroeger ging hij vaak uit met vrienden”, herinnert Nishigaki zich. Ze laat jeugdfoto’s zien, van een vrolijk jonge­tje dat vaak grappen uithaalde en lastig kon zijn. “Op school zei de juf dat ze problemen met hem had. Hij maakt iedereen aan het lachen”, vertelt Nishigaki, die er zelf om moet grinniken.

Kazumi Maeda Beeld Reylia Slaby

“Hij vond zijn werk leuk, hij deed wat hij graag deed. Ik wou dat hij een gewoon leven had kunnen leiden, met een vrouw en kinderen.” Ze laat haar ketting zien, met een diamantje. “Die heeft hij voor me gekocht, van zijn eerste salaris.” Ze doet hem altijd om als ze lezingen geeft. “Dan heb ik het gevoel dat hij er toch bij is.”

“Waarom werken Japanners ook zo hard?” Ze zoekt naar een antwoord. “Onze mentaliteit is: hard werken is gezond, daar word je gelukkig van.” Vastberaden: “Ik wil voorkomen dat het vaker zo misgaat. Werknemers moeten zelf beseffen dat een bedrijf misbruik van ze kan maken. En bedrijven moeten voorkomen dat hun mensen ziek worden.”

Met 550.000 handtekeningen trok Nishigaki in 2009 naar het Japanse parlement. “Ik reisde acht maanden lang doordeweeks naar Tokio en ging dan voor de deur van het parlement staan. Soms moest ik uren wachten voor ik iemand kon spreken.” Lachend: “Ik raakte zelf bijna overwerkt.” Maar de nieuwe wet tegen karoshi kwam er.

Een foto van Michiyo Nishigakis zoon. Beeld haruna.akashi

‘Ik ben nutteloos’

Kazumi Maeda (44), een voormalig schoonheidsspecialiste, heeft vier kinderen, twee uit haar eerste huwelijk en twee uit het tweede. Haar tweede kind, Hayato , maakte op zijn twintigste een einde aan zijn leven. Hij werkte extreem hard en werd slecht behandeld. Zijn dood is erkend als een geval van ­karoshi.

“Terwijl hij eindexamen deed werden jongeren geworven voor een fabriek voor koekjes en chocola, Goncharoff”, vertelt Maeda. “Iedereen zei: ‘Dat is een goed bedrijf’. Dus hij was blij dat hij daar kon werken. Hij werkte heel hard en dat deed hij graag. Hij was grappig en ging heel leuk om met kinderen, ook met het jongere broertje en zusje die hij er later bij kreeg.”

Hayato begon heel jong bij de fabriek, toen hij zestien jaar was. Hij woonde thuis. “We hadden een sterke band”, zegt zijn moeder. “Ik vroeg hem hoe het ging op zijn werk en hij vertelde dat zijn chef hem negeerde, niet eens goedemorgen zei.” Het bleek de voorbode van meer ellende.

“Ze moesten met vijftien man een grote machine bedienen, die chocola uitprint voor op koekjes. Er was een leidinggevende, maar die ging weg. Toen moest mijn zoon dat overnemen, ook al was hij nog heel jong. Alles wat fout ging weten ze aan hem. Hij kreeg ook de slechtste medewerkers in zijn ploeg.”

Valentijnsdag

Hayato maakte lange uren. “Hij ging voor zeven uur van huis en dan nog zei zijn baas: ‘Wie denk je wel dat je bent, je bent te laat’.” In drukke tijden, zoals voor Valentijnsdag, werkte hij zeker honderd uur extra per maand, bovenop zijn normale uren.

Maeda zag dat hij veranderde. “Hij kwam vaak verdrietig thuis, moest dan ook huilen terwijl hij dat eerder bijna nooit deed. Een jaar voor zijn overlijden bleek dat hij een depressie had. In die tijd begon hij ook minder te eten.” Maar hij werkte door.

“Hij voelde zich verantwoordelijk”, verklaart zijn moeder. “Hij was toegewijd en wilde andere mensen geen last bezorgen. Ik vroeg wel: Waarom stop je niet? Maar hij zei dat hij niet wist of hij een andere baan zou vinden. Soms zei hij dat hij zou stoppen, maar hij deed het niet.”

Ze probeert te verklaren hoe het zo mis kon gaan. “Ik denk dat hij het ­gevoel kreeg dat hij niet aan zijn lot kon ontsnappen. Dat hij dacht: Ik ben nutteloos. Hij zei niet dat hij dood ­wilde, maar hij klaagde veel over zijn werk.”

Ouderwets

Op 24 juni 2016 sprong Hayato voor de trein, op het station waar hij iedere dag overstapte. “Ik was aan het werk en werd gebeld door mijn man. Dat kan niet, riep ik, en ging erheen. Daar kregen we zijn spullen te zien.”

“Ik had vaker moeten zeggen dat hij moest stoppen”, zegt Maeda. “Ik had hem moeten dwingen.” Maar ze is vooral boos op het bedrijf. “Ze denken daar heel ouderwets, iedereen moet hard werken en als het niet gaat moet je jezelf dwingen. Die houding moet echt veranderen.”

Ze is ook boos omdat zijn werkgever geen verantwoordelijkheid wilde nemen. “Het bedrijf loog, ze zeiden dat het niet aan hen lag en dat het zijn eigen verantwoordelijkheid was. Ik heb ook gehoord, van zijn vrienden die er werken, dat er niets is veranderd.”

De arbeidsinspectie boog zich over de dood van Hayato, alle betrokkenen deden hun verhaal. “Dat duurde negen maanden en toen verklaarden zij dat dit een geval van karoshi was.” Toch kreeg Maeda geen compensatie, omdat de werkgever niet meewerkte.

Met haar zoontje van zeven tegen zich aan, die zit te tekenen, vertelt Maeda hoe zij het probleem ziet. “Voor Japanners is dienstverlening heel belangrijk, je moet altijd het beste doen voor de klanten. Maar we moeten niet zo overdrijven. Mensen forceren zichzelf. Ik hoop dat ik een steen in de vijver ben, die voor rimpelingen zorgt zodat er iets verandert.”

Foto's van Michiyo Nishigakis zoon. Beeld haruna.akashi

Harde werkers zijn minder gezond

Japan kent bijna de langste werktijden ter wereld, alleen Zuid-Korea scoort iets hoger. Bijna de helft van de mannen werkt gemiddeld meer dan tien uur per dag, 17 procent haalt meer dan twaalf uur. Voor vrouwen is dat 5 procent. Nederland staat onderaan in de statistieken van de Oeso, de club van rijke industrielanden.

Al dat werken en ook nog kort slapen heeft invloed op de gezondheid van de Japanners. De harde werkers krijgen vaak hart- en vaatziekten en ook hun geestelijke gezondheid heeft te lijden. Uit onderzoek waarin werknemers langdurig zijn gevolgd, blijkt dat zij die veel uren maken eerder met een depressie kampen.

In november 2014 kwam er een nieuwe wet, die vastlegt dat de overheid zich moet inspannen tegen karoshi. Maar de toegestane maximale werktijd is nog altijd te lang, vinden veel betrokkenen. De wet kent weinig verplichtingen voor werkgevers, en politici staan onder grote invloed van het bedrijfsleven.

Een overheidsorganisatie, vergelijkbaar met de arbeidsinspectie, bepaalt of een overlijden een geval van karoshi is. Dat kan in twee gevallen worden vastgesteld: als de werknemer zelfmoord heeft gepleegd, of als hij is overleden aan hart- en vaatziekten.

Nabestaanden kunnen een uitkering krijgen: een maandelijkse toelage voor partners of kinderen, voor ouders een bedrag in een keer. Het geld komt uit verzekeringspremies die de werkgevers betalen, de hoogte wordt bepaald aan de hand van het laatste inkomen. Erkenning krijgen is niet eenvoudig. Per jaar worden ongeveer honderd gevallen officieel erkend, een klein deel van het aantal aanvragen.

Volgens de politie stappen ongeveer tweeduizend mensen per jaar uit het leven vanwege werkgerelateerde problemen. Daar komt zeker een vergelijkbaar aantal bij met hart- en vaatziekten. Veel nabestaanden dienen geen aanvraag in, bijvoorbeeld omdat het te veel werk is.

Shoko Kuroda, hoogleraar economie aan de Waseda Universiteit, verklaart waarom karoshi in andere delen van de wereld niet zo’n kwestie is. “Europeanen werken minder uren en ze namen vaker vrije dagen op.” Zit het harde werken dan in de Japanse aard? Niet per se, want Japanse expats in Europa houden de daar gebruikelijke tijden aan en dat bevalt hun wel.

De bedrijven Fujitsu en ­Goncharoff is om een reactie gevraagd, maar zij hebben niet gereageerd.

Beeld uit de fotoserie ‘Tokyo Compression', over metroreizigers in Japan. Beeld Michael Wolf

Tokyo Compression

In steeds hetzelfde kleine metrostation in Tokio fotografeerde de Duitse fotograaf Michael Wolf de gezichten en lichamen van forensen, platgedrukt tegen de ruiten van overvolle treinstellen. In zijn serie ‘Tokyo Compression’ roept Wolf de vraag op: kan de mens in de moderne megapolis zijn identiteit en waardigheid behouden?

Lees ook: 

Jonge Japanners willen ook weleens vrij

Nog steeds maken veel Japanse werknemers absurd lange dagen. Maar in het land dat een apart woord heeft voor ‘dood door overwerk’ staat de jongere generatie niet meer te trappelen om letterlijk dag en nacht te buffelen voor een bedrijf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden