Twee Israels onder vuur van Hezbollah en werkloosheid

KIRJAT SJMONA - "Zet het maar als kop boven je artikel." Nissim Azoelai klinkt boven iedereen en alles uit. "De Hezbollah is niet ons grootste probleem. Het is de werkloosheid!" De trappen van het winkelcentrum in Kirjat Sjmona vormen het decor van deze boze uitroep. Een groepje mannen staat er de tijd te verdrijven op deze grauwe zaterdagmorgen, net als op de meeste andere dagen van de week.

Kirjat Sjmona ligt aan de voet van hoge gebergten, in het noordwesten van Galilea, in het topje van de vinger die Libanon in steekt. Verleden week kwamen, voor het eerst in elf jaar, weer de projectielen over het gebergte heen en troffen ze de stad. Een raket raakte het dak van het centrale busstation, nauwelijks enkele minuten nadat vier bussen naar het zuiden waren vertrokken. Een andere raket sloeg in op enkele meters van een kleuterschool, precies nadat de juf de kinderen van de speelplaats had geroepen.

Verkiezingszorg

Twee wonderen dus in Kirjat Sjmona verleden week. Ze trokken tientallen verslaggevers, en ze brachten premier Jitschak Shamir en oppositieleider Jitschak Rabin naar het stadje, met in hun kielzog andere ministers en aspirant-ministers, die hun gevoelens van bezorgdheid en solidariteit kwamen uiten en meer van dat soort zaken waar politici zich aan wijden in een verkiezingsjaar. De heren lieten echter een spoor van bitter wrok na. "Die lieden verschijnen alleen als er Katjoesja-raketten vallen" , zegt Maimon. "Waar zijn ze als we onze kinderen te eten moeten geven?"

Werkloosheid is al lange tijd een probleem in Kirjat Sjmona. Maar de laatste jaren is het een plaag geworden die de moraal ondermijnt en knaagt aan het sociale weefsel van de stad. "Ga in de ochtenduren naar het bureau voor werkloosheid; de halve stad zit er" , zegt Oren, die net zijn diensttijd achter de rug heeft. In feite treft de werkloosheid 7 procent van de 22 000 inwoners. Dat kan veel erger in Israel. Maar in Kirjat Sjmona reikt de invloed van de werkloosheid verder dan de droge statistieken uitwijzen.

"Deze plaats is niet op een logische manier ontwikkeld" , klaagt een jongeman. "Ze beginnen een fabriekje en sluiten het twee jaar later. En dan staan we weer op straat." Sommige van de mannen klagen dat ze hun banen kwijt zijn geraakt aan de Droezen van de nabij gelegen Golanhoogte. Die werken voor minder dan het minimumloon. De 3 800 nieuwe immigranten zijn een ander doelwit van de ontstemming.

"Ik was chef van een afdeling in een fabriek" , zegt Maimon. "Toen ontsloegen ze me en voor mijn salaris (vijftienhonderd gulden in de maand) hebben ze nu vier Russen aangenomen, omdat de regering het eerste jaar het salaris van de immigranten betaalt!"

Een koor van onenigheid welt op. "Het klopt, ze hebben hier een heleboel Russen neergezet, ze hebben zelfs een nieuwe buurt voor ze gebouwd" , legt een oudere man uit. "Maar die Russen zitten ook allemaal zonder werk."

Verderop is een kiosk als enige open om de bezoekers te bedienen, die alle gevaren ten spijt naar het noorden zijn getrokken voor een uitje te midden van de wilde bloemen en watervallen, die de winterregens hebben gebracht.

"Natuurlijk zijn we bang" , zegt de kioskeigenaar zachtjes, haast treurig. Mijn kinderen zijn getraumatiseerd. We gaan slapen met de lichten aan, omdat die van zes doodsbang is in het donker."

Maar niet alleen het trauma van de raketbeschietingen baart deze vader van vier zorgen. "Onze kinderen zijn de vergeten kinderen van dit land" , peinst hij hardop. "Niemand investeert in ze. Er zijn geen bezigheden om ze van de straat te halen. Je weet wat ze zeggen over de Israeliers: als een brug het begeeft en er een auto naar beneden stort, maken ze de brug niet. Nee, dan bouwen ze er een hospitaal naast. In plaats van dat ze hier allerlei programma's hebben voor de kinderen, behandelen ze slechts de gevolgen van de verwaarlozing."

Leegloop

"Hoe kan je nou verwachten dat er iets van die kinderen terechtkomt" , mengt een voorbijganger zich in het gesprek, "als ze niet genoeg te eten hebben en niet een rustig hoekje om huiswerk te maken. En er bovendien katjoesja's over hun hoofden vliegen? Vergis je niet" , waagt hij zijn profetie, "als er iemand geraakt wordt of gedood, trekken de mensen weg, net zoals elf jaar geleden. Deze stad loopt dan leeg."

Luttele kilometers verder straalt Israels meest noordelijke plaatsje, Metoela, een en al standvastigheid en welvaart uit. Metoela is een eeuw oud en vooral het laatste decennium gegroeid. Moderne woningen omringen nu de al oudere laagbouw, veelal het bezit van de telgen uit het geslacht van de vroege pioniers. Twee decennia geleden telde Metoela 350 inwoners, was het het prototype van provincialisme. Nu wonen er tweeduizend mensen, een mengeling van boeren, zakenlui, hoger opgeleiden en nieuwe immigranten, meest professionele rolschaatsers en circusartiesten die werken in het plaatselijke sportcentrum.

Nazaten

Met Kirjat Sjmona heeft Metoela een ding gemeen: de Katjoesja's. De nazaten van de pioniers, Israels adel, geven openlijk toe bang te zijn. "Een ieder die je vertelt dat we er aan gewend zijn, liegt" , zegt Avramik Feiner, eigenaar van een souvenirzaakje aan de Libanese grens.

"Als er een Scud in aantocht is, word je eerst gewaarschuwd en kan je naar de schuilkelder of een afgeplakte kamer. Maar met Katjoesja's zijn er geen waarschuwingen. Mensen zeggen dat ze "het fluiten van de dood" horen. Maar als je dat hoort, weet je al dat je veilig bent, is het gevaar al geweken, want dan vliegt de raket over je heen en slaat hij ergens anders in. Je hoort het niet als er een precies op je neerkomt."

Deserteurs

Die eeuwige onzekerheid belet de inwoners van Metoela niet naar een schaatsvoorstelling te gaan van enkele nieuwe immigranten. Nog een attractie vormt het 'solidariteitsbezoek' van Sjlomo Lahat en Eli Landau, de burgervaders van Tel Aviv en Herzliya. Precies een jaar geleden haalde Lahat zich de woede op de hals van zijn inwoners, toen hij tijdens de Scud-aanvallen ze voor deserteurs uitmaakten, omdat ze weg waren gevlucht. Door zijn aanwezigheid laait het onderwerp weer op.

"Vrienden uit Tel Aviv belden ons om te vragen of we bij ze wilden logeren" , vertelt Ina Shechtman uit Zjitomir in de Oekraine. Ze is nu elf maanden in Israel. "We waren bezorgd voor de kinderen, die op school waren tijdens een van de raketaanvallen. Maar we geloven niet dat we nu weg moeten rennen."

"Katjoesja's zijn net als belasting en reservisten-dienst" , legt Jaakov Hason uit. Zijn familie gaat vele generaties terug in Metoela. "Het is iets wat je gewoon moet doorstaan. Wij vormen niet de zachte onderbuik van Israel. We zijn elf jaar geleden niet op de vlucht geslagen en we vluchten nu ook niet."

Oude stigma's

Het zijn twee plaatsjes met twee stemmen. In het verleden plachten de Israeliers ook over twee Israels te spreken: het ene Israel was dat van de Europese stichters, 'het tweede Israel' van de immigranten uit de Arabische landen. In de jaren tachtig zou dat onderscheid zijn verdwenen, met de 'oosterlingen' als meerderheid, die hun partij aan de macht hielpen en tot middenklasse werd.

In de verre uithoeken van het land leven de schaduwen van de oude stigma's voort, lijken er nog steeds twee Israels te zijn: dat van Metoela en dat van Kirjat Sjmona. De scheidslijn mag dan eerder economisch dan etnisch zijn, hij is nog even scherp aanwezig. Zelfs Katjoesja's kunnen de kloof niet dichten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden