Twee is te weinig

Nederland discussieert over de behandeling van transseksuele kinderen. Mogen zij hormonen krijgen, of zelfs een ander lichaam? Of zijn ze geholpen met een andere cultuur?

Je hebt mannen, je hebt vrouwen, en je hebt een probleem als je daar niet precies toe behoort. Wij, in onze westerse cultuur, kennen officieel twee categorieën en niet meer. De natuur wel. Andere culturen ook. Maar wij praten niet graag over 'tussenvormen'. Ja, wel over transseksuelen, en helemaal als het kinderen zijn. Dan ontstaat er meteen een sensationeel sfeertje. Maar dat zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen, toch? Dat je een categorie M hebt, en een categorie V, en dat slechts een van die twee van toepassing is, is voor de meesten van ons onproblematisch, en daarmee vanzelfsprekend.

“Ik vind die bipolariteit helemaal niet zo vanzelfsprekend”, zegt Anna Aalten. Als antropoloog, gespecialiseerd in sekse en cultuur, heeft zij daarvoor te veel gezien van 'de enorme variëteit waarin wij mensen wereldwijd voorkomen'. “Er bestaan geen eigenschappen die specifiek aan mannen en vrouwen gebonden zijn, weten we sinds antropologisch onderzoek uit de jaren dertig. Dat is inmiddels wel doorgedrongen. Maar over sekse-identiteit hebben we in het westen merkwaardig rigide ideeën.

“In de westerse samenleving wil men duidelijkheid: je bent of het een, of het ander. Er moet gekozen worden. Voor transseksuelen kan dat problematisch zijn. Kinderen die het niet zo duidelijk weten, krijgen het erg moeilijk in de puberteit. Op een gegeven moment zullen zij misschien heel sterk voelen: ik wil me laten transformeren tot het andere geslacht. Maar willen ze dat echt zelf, of wordt het maken van een keuze hun opgedrongen door onze cultuur?

“Voor een kind is het best voorstelbaar dat het een piemeltje heeft maar zich een meisje voelt. Maar al snel merkt zo'n kind dat het als afwijkend wordt gezien, omdat wij daar geen categorie voor kennen. Wij benoemen dat letterlijk als 'verkeerd': iemand is in het 'verkeerde' lichaam geboren. We hebben daar alleen een medische definitie voor: transseksueel.”

Er zijn culturen, zegt Aalten, die wél een derde en soms zelfs vierde 'gender' kennen. Zo bleek uit een historisch antropologisch onderzoek dat de Zuni's, een Indianenstam in Nieuw Mexico, zogenaamde two spirited people of berdaches

kenden: mensen die de twee geslachten in zich verenigden. Het beroemdste voorbeeld daarvan was We'wha, die een vooraanstaande positie bekleedde als ambassadeur van zijn/haar volk. We'wha had het lichaam van een man, maar dat is eigenlijk niet relevant. Hij gaf gewoon de voorkeur aan een vrouwenleven, vrouwenwerk en vrouwenkleding.

“Uit dit onderzoek bleek”, zegt Aalten, “dat ook in die cultuur, met zijn strikte sociale scheiding tussen mannen en vrouwen, er mensen waren die sterk neigden naar de andere sekse. Zoals een jongetje dat altijd bij de vrouwen rondhing en het liefst wilde weven. In sommige Indiaanse culturen had men een ritueel om zo'n kind te testen, bijvoorbeeld door de hut in brand te steken. Voor de ingang werden dan een pijl en boog en een weefgetouw neergelegd, en vervolgens keek men waar het vluchtende kind op af rende.”

Bleek het ernst met de ambities van het jongetje voor het leiden van een vrouwenleven, dan werd hij gerekend tot een 'derde sekse'. Aalten: “Binnen die Indiaanse stam was zo iemand niet deviant, omdat er gewoon een categorie voor bestond. Nu viel er in de Zuni-cultuur natuurlijk ook niets 'om te bouwen'. Transseksuele operaties zijn bij ons een optie geworden doordat we daar sinds eind jaren veertig de technische mogelijkheden voor hebben, en we gebruiken die techniek omdat sekse in onze cultuur een van de belangrijkste indelingscriteria is.”

India kent de 'hijra': mannen die, net als sommige hindoeïstische goden, hun sekse willen overstijgen door zich ritueel te laten castreren. Er zijn een geschatte miljoen hijra in India. De 'tomboy' op de Filippijnen wordt daar gedefinieerd als 'een vrouw met het lichaam van een vrouw, maar het hart van een man'. Aalten: “Men denkt daar in meer variaties dan twee. Een tomboy valt op vrouwen, maar ze wordt niet 'lesbisch' genoemd. Tomboys zijn vaak in 'stoere' beroepen werkzaam _ bij de politie of in de bewaking.” In Afrikaanse landen als Kenia komt het vrouwenhuwelijk voor: vrouwen die andere vrouwen ten huwelijk vragen, de bruidsschat betalen en vervolgens tegelijkertijd als 'vrouw' en 'echtgenoot' door het leven gaan. Tot voor kort kende men op de Balkan de 'gezworen maagden': vrouwen die volledig als man leefden, met instemming van hun familie, mits zij eeuwig maagd beloofden te blijven.

In West-Europa echter is sekse al eeuwen een duaal begrip en niet, zoals in sommige andere culturen, een soort continuüm. Eigenlijk is het héle westerse denken doordrenkt van het denken in tegenstellingen sinds pakweg de zeventiende eeuw. Iets is zwart of wit, goed of kwaad, links of rechts, lichaam of geest, man of vrouw. En daar zit niets tussen.

“Traditioneel”, zegt Aalten, “zijn de rollen van mannen en vrouwen in het westen strikt gescheiden. Dat was tot voor kort ook in wetten vastgelegd. Dat maatschappelijke verschil had aanvankelijk geen biologische legitimatie nodig. Wel werd het vrouwenlichaam als een minder geslaagde versie van het mannenlichaam gezien.

“De ideeën over sekse ontlenen mensen voor een belangrijk deel aan hun religie. Het hindoeïsme kent mannelijke goden, vrouwelijke goden, en hermafrodiete goden. Onze godsdienst verhaalt niet van meerslachtige goden en mensen. Wij hebben God de Vader, en Hij schiep Adam _ en Eva uit diens rib.”

Toen er in het Westen langzamerhand gedachten over vrijheid, gelijkheid, broederschap en emancipatie opkwamen, werd het steeds moeilijker om de minderwaardigheid van de helft van de mensheid te rechtvaardigen. De wetten emancipeerden mee, vrouwen mochten studeren en stemmen. Maar ondertussen waren de medische en biologische wetenschap met steeds meer 'fundamentele' verschillen tussen mannen en vrouwen op de proppen gekomen. De scheiding tussen mannen en vrouwen, die even leek te wankelen, was hersteld, zij het op andere gronden.

En dus vinden wij dat mannen en vrouwen 'nu eenmaal' van elkaar verschillen, al wordt daar sinds de tweede feministische golf netjes achteraan gezegd dat die biologische verschillen natuurlijk worden aangedikt door 'opvoeding' en 'socialisatie'. Aalten, geërgerd: “Juist het verschíl tussen mannen en vrouwen vormt voortdurend het uitgangspunt van biologisch onderzoek. Overeenkomsten tussen de seksen worden niet interessant gevonden.

“Transseksualiteit zou je kunnen zien als een ondermijning van dat man-vrouw-denken. Iemand die zegt: 'Ik hoor niet in dit lichaam, mijn borsten zijn afschuwelijk', bevestigt dat sekse-identiteit níet aan het lichaam gekoppeld is. Transseksuelen zijn daar het levende bewijs van!” Maar mensen kómen toch maar in twee soorten voor? Het is toch de biologie die 'bipolair' is georganiseerd? Nee, zo duidelijk is dat helemaal niet. Er zijn vele tussenvormen mogelijk, die wij nu als 'afwijkingen' of 'aandoeningen' benoemen. Er worden hermafrodieten geboren, die zowel eileiders als teelballen hebben. Er zijn mensen met het Turnerssyndroom, die slechts één X-chromosoom of gemengde chromosomen hebben en onvruchtbaar zijn.

Ongeveer honderd keer per jaar worden kinderartsen in Nederland geconfronteerd met een pasgeborene waarbij aan de uitwendige geslachtsorganen niet duidelijk is te zien of het een jongetje of een meisje is. Het kind heeft zogeheten 'ambigue genitaliën'. Een meisje kan bijvoorbeeld ter wereld komen met een adreno-genitaal syndroom. De bijnier maakt dan te veel mannelijke hormonen aan, waardoor de uitwendige geslachtsorganen veranderen. Haar clitoris kan dusdanig vergroot zijn dat die op een penis lijkt. “Met een hormoonmeting en/of een chromosomenbepaling kan meestal binnen een dag vastgesteld worden of we met een jongetje of een meisje te maken hebben”, zegt kinderarts/endicronologe Henriëtte Delemarre van het VU-ziekenhuis. “Afhankelijk van de onderliggende oorzaak moet zo'n kind daarna soms levenslang medicijnen blijven gebruiken, en mogelijk geopereerd worden.”

Daar hoor je nooit iemand over. “Het feit dat niet direct een uitspraak gedaan kan worden of de baby een jongetje of een meisje is, ligt heel gevoelig”, aldus Delemarre. “Daarom zeggen wij ook nooit, wanneer we het niet zeker weten, dat het bijvoorbeeld een jongetje is. Want als dan uit de test blijkt dat je te maken hebt met een meisje, kunnen de ouders hun hele leven twijfel blijven houden.”

Het zijn medici die tegenwoordig beslissen of iemand man of vrouw is, of mag worden, verzucht Karin Spaink in haar boek M/V. Over onze gangbare opvattingen over sekse, geslacht en seksuele voorkeur schrijft zij: 'De uiterste houdbaarheidsdatum ervan is allang verstreken.' Inderdaad lijkt het onbehagen hierover te groeien. Er manifesteren zich steeds meer (belangen)groepen zoals Berdache, een zelfhulpgroep van veertig ouderparen die 'genderdysfore' kinderen hebben. Waaronder jongetjes die enkel meisjeskleren, make-up en meisjesspeelgoed willen, en meisjes die stellig beweren dat ze eigenlijk een jongetje zijn. ”Onze kinderen”, zegt woordvoerster Els Schijf van Berdache, “moeten dwars tegen het gangbare cultuurpatroon in zien te leven.”

Er bestaat een beweging met de veelzeggende naam Rene(e), en een vereniging Het Jongensuur. Dat is een groep mensen die geboren zijn als vrouw, maar zich daar niet comfortabel bij voelen. Zij voelen zich man noch vrouw, en beschouwen zich dus niet als transseksueel. Als een soort derde sekse, veeleer. Met nadruk wordt daarbij gezegd dat die niet gezien moet worden als nieuw, derde 'hokje', maar als een soort glijdende schaal tussen de twee seksen in. Mensen die zich 'androgyn, genderdysforisch, een hzij, een derde-seksemens, travestiet, transseksueel, multiseksueel of gewoon ruimvoelend en nieuwsgierig' noemen, kunnen zich abonneren op Het Continuüm. Een tijdschrift met als motto: 'Buiten de genderpolen bestaan er zeeën van ruimte.'

“Ik heb moeite”, zegt ook antropoloog Aalten, “ met een samenleving die zoveel consequenties en beperkingen verbindt aan het man-of-vrouw-zijn. En die dat ook altijd wil weten. Overal moet je opgeven of je een man of een vrouw bent. Die sekse-registratie is waanzin! Als juridische categorie is het overbodig geworden sinds zowel mannen als vrouwen mogen stemmen, werken en erven; sinds de dienstplicht is afgeschaft en het homohuwelijk is toegestaan. In het maatschappelijk leven zou het ook overboord moeten als onderscheidingscriterium. Het doet er in de omgang eigenlijk zo weinig toe. “In Zuid-Afrika werd men op kleur geregistreerd. Wij vonden dat verwerpelijk en zeiden terecht dat je dat nooit precies kunt vaststellen _ er zit heel wat tussen blank en zwart. Dat geldt ook voor sekse. Toch hebben wij daar een zelfde soort systeem van apartheid voor.”

Het Continuüm schrijft: 'In diverse culturen was en is een derde sekse erkend. Ook in de westerse wereld zou er meer begrip en erkenning moeten komen voor mensen die niet willen kiezen tussen slechts twee sekse-rollen.' Opdat men ooit, in een verre toekomst, bij de geboorte van een nieuwe wereldburger niet meer verheugd uitroept: 'Een jongen!' Of: 'Een meisje!' Maar: 'Een mens!'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden