Twee iPods uit de zeventiende eeuw

'Zoals ze nu een ghettoblaster of iPod meenemen, zo namen jongeren vroeger dit soort liedboekjes mee naar het strand', zegt de conservator van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag over twee pasverworven aanwinsten: geestelijke liedboekjes uit de 17de eeuw. Zeldzaam, juist omdat ze vrij massaal werden gedrukt. 'Met elitaire boeken wordt vanaf het begin voorzichtiger omgesprongen.'

'De KB wás altijd al het walhalla van de liedboeken, maar nu helemaal," zegt Louis Grijp van het Meertens Instituut. Grijp is hoogleraar aan de Universiteit Utrecht met als specialisme het Nederlandse lied. Vandaag zit hij, samen met conservator oude drukken Marieke van Delft van de Koninklijke Bibliotheek (KB), te kijken naar twee schatten op een kussen. Nou ja, schatjés, eigenlijk.

Want ze zijn opvallend klein, de zojuist aangekochte liedboekjes van de KB, die naast elkaar op het kussen liggen. Je kunt immers niet voorzichtig genoeg zijn met oude drukkunst. Daarom krijgen we ook geen koffie in deze speciale kamer voor bijzondere collecties.

Puntgaaf zijn ze en puntgaaf moeten ze blijven: ''t Maes-Sluysche Lusthofje' uit 1684 en 'Wel-klingende Luyte' uit 1647. Aanwinsten die Van Delft zo in de schoot geworpen kreeg. In één week.

"Eerst kreeg ik een mail van een handelaar die me liet weten dat hij de Wel-klingende Luyte in zijn bezit had, een titel die wij al wel kenden uit een ander boek. Die meneer is hier naartoe gekomen om het te laten zien waarop we het meteen aangeschaft hebben. Nog diezelfde week valt er een brief op de mat van een andere handelaar. En zo verkregen we ook 't Maes-Sluysche Lust-hofje. Twee unieke liedboeken binnen zeven dagen verwerven;dat maak je als conservator niet vaak mee."

De nationale bibliotheek beschikt over zo'n 3.500 liedboeken - meer dan de helft van het aantal dat bekend is. Maar deze twee zijn volgens Van Delft en Grijp wel heel bijzonder. En dat komt, zegt Grijp, omdat het hier om liedboeken gaat voor de gewone mensen. Juist die populaire boekjes hebben met een eigenaardige wetmatigheid te maken, namelijk: hoe meer er van gedrukt werden, hoe minder ervan overbleven.

Van Delft: "Met elitaire boeken wordt vanaf het begin voorzichtiger omgesprongen."

Jazeker, 'volks' staat bij de afdeling oude drukken voor 'zeldzaam'.

Grijp: "Het waren boekjes voor dagelijks gebruik. Het zijn geestelijke liederen maar ze waren niet voor in de kerk. Uit 't Maes-Sluysche Lust-hofje werd vooral door de jeugd gezongen. Ze namen zo'n boekje dan bijvoorbeeld mee naar het strand. Luid zingend zaten ze dan in een bootje of op een wagen. Het was gewoon vermaak."

Van Delft trekt een vergelijking met het heden: "Zoals ze nu hun iPod of ghettoblaster meenemen, zo namen ze toen zo'n boekje mee."

Grijp stelt dat de liedcultuur sowieso iets is van alle tijden. De gedeelde ervaring van een lied dat iedereen kent is grotendeels uit de samenleving verdwenen, zo is de consensus, maar die moet volgens hem wel iets worden genuanceerd: "Ook vroeger was het al zo dat bepaalde liederen ook slechts bij bepaalde groepen bekend waren. Dat zie je nu nog. Laatst zag ik een concert van Jan Smit op tv en dan moet je eens kijken hoeveel mensen in het publiek de teksten letterlijk mee kunnen zingen."

Al was het in 1684 allemaal wel een tikkeltje braver, natuurlijk. De geestelijke liederen in het boekje uit Maassluis bevatten voornamelijk teksten (gemaakt op bestaande melodieën) die in wezen allemaal een opgeheven vingertje herbergen. Grijp: "Maassluis was ook in die tijd al erg gereformeerd, met ook heel veel wijsvingertjes. Dat zien we in de liederen terug." Die gaan over het gevaar van dronkenschap, bijvoorbeeld. Het bundeltje 'Maassluisse Meeuwenklacht' vertelt de vissers dat ze niet uit verveling op meeuwen mogen schieten. Kortom: op het rechte pad blijven. Van Delft: "Ze zijn een religieus beschavingsoffensief, ze bezingen een opvoedingsstrategie. Maar ze vertellen ons ook over de angsten van de vissers, het gevaar van de zee. Een lied bezingt de zorgen van de achterblijvers: zouden we ze wel ooit terugzien? Ze zijn ontzettend belangrijk voor onze kennis over de 17de eeuw. In het geval van het Maassluisse liedboek, zeggen ze iets over onze lokale kennis uit die tijd."

De samensteller van de liederen, C.D. Roy, heeft voorin gezet dat de lezer hem zijn fouten maar moet vergeven 'omdat het zijn werk niet is'. Grijp en Van Delft weten niet wat zijn werk dan wel was maar vinden de excuses vooraf flauw en roepen in koor: "Hij dekt zich in!"

De andere aanwinst van de Koninklijke Bibliotheek, het 900 bladzijdes tellende Wel-klingende Luyte, heeft eveneens een geestelijk signatuur, maar dat op zich maakt het niet bijzonder. Van Delft: "Het is de manier waarop het is ingedeeld. De liederen staan op dagdeel of onderwerp en dat is uitzonderlijk. Morgenliederen, tafelliederen, een nieuwjaarslied, een wiegeliedje; het is het leven zelf."

Volgens Grijp is bovendien bijzonder dat de drukker zich hier opwerpt als, voor die tijd, zeer liberaal: "Noord-Holland, waar het boekje gedrukt is, was toen religieus zeer verdeeld. Maar de drukker zegt achterin tegen de lezer dat een lied óók mooi kan zijn als het uit een andere hoek komt."

'In een slordige of gelapte beurs kan wel een stuk goud of diamant bewaard worden.'

De Verdieping van Nederland

De twee nieuwe aanwinsten zijn vanaf donderdag 12 januari te zien. Ze maken dan onderdeel uit van De Verdieping van Nederland, de steeds in samenstelling veranderende gezamenlijke expositieruimte van de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief.

www.deverdiepingvannederland.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden