Twee goedgebekte tieners in groots taalkunstwerk

Marwan Kenzari en Sophie van Winden als Romeo en Julia (Trouw) Beeld
Marwan Kenzari en Sophie van Winden als Romeo en Julia (Trouw)

Shakespeare’s ’Romeo and Juliet’ uit 1595 is wellicht het eerste stuk van de dichter waarin je gaat duizelen van de taal. Het stuk staat stijf van de erotiek (geen woordspeling), niet alleen op het fysieke vlak, maar ook in het onverzadigbare verlangen van de geliefden naar elkaars nabijheid.

Dat is zo heftig dat de dood het enige alternatief lijkt te zijn als dat samenzijn niet onmiddellijk en ter plekke kan worden verwezenlijkt. Zowel Romeo als Julia dreigen met zelfmoord, en zoals bekend volbrengen ze die ook, wanneer door een reeks van misverstanden hun levend bij elkaar zijn niet meer mogelijk is.

Voor de ’Romeo en Julia’ die vrijdag bij Het Nationale Toneel zijn première beleefde, maakte Frank Albers een nieuwe vertaling die bewonderenswaardig recht doet aan dat massieve taalgeweld van het stuk. En waar je in de komische scènes voor de vracht woordspelingen in het origineel een even grote vracht aan verklarende aantekeningen moet doorwerken, maakt Albers een direct begrijpelijke tekst. Als Romeo na de balkonscène zich verontschuldigt bij zijn vriend Mercutio, in deze voorstelling fraai gespeeld door Jeroen Spitzenberger, dat hij de vorige avond ineens verdwenen was, zegt hij: „Soms moet je een loopje nemen met de hoffelijkheid”. Mercutio: „En soms moet je een loopse in haar hofje nemen”. Romeo: „O, gaan we de grapjas uithangen?” Mercutio: „Jij wilde je grapjas erin hangen”. En zo pingpongt het verder tot de vondst: „wie een snip vindt voor zijn snikkel is een sneukelaar”.

Maar het is de taal bovenal die het stuk ver uittilt boven het tienerdrama dat het in feite is (Julia moet nog veertien worden). Romeo en Julia beminnen elkaar in taalpaleizen, en de jonge acteurs Marwan Kenzari en Sophie van Winden bouwen die op of de dood hen op de hielen zit: „Is hij al getrouwd, dan zal mijn graf mijn stenen bruidsbed zijn” zegt ze direct na de eerste fatale ontmoeting.

Voor het decor ontwierp Niek Kortekaas hoge, verrijdbare aluminium stellages, die natuurlijk handig waren in de balkonscène, maar voor het overige de handeling ruimtelijk wel erg inperken. Zoals gebruikelijk is het licht van Reinier Tweebeeke perfect. Van de acteurs noem ik alleen nog Pieter van der Sman als broeder Lorenzo, bedenker van het plan dat Romeo en Julia moet verenigen. Als dat plan is mislukt, krijgt hij van regisseur Johan Doesburg niet de gelegenheid voor de verzamelde families Capulet en Montague de toedracht van hun dood uiteen te zetten. Hij neemt de benen, en wordt daarmee als een verachtelijke lafbek weggezet. Maar afgezien hiervan is deze voorstelling een prachtige lofzang op het Elizabethaanse Hooglied.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden