Twee geloven op het schoolplein

Aanbod verschraalt als openbaar en christelijk onderwijs fuseren. Samenwerking in dorp soms enige redding voor school.

Het christelijk onderwijs heeft een slechte week achter de rug. Kleine scholen worden gedwongen samen te werken, en schoolbestuurders vrezen dat die maatregel de christelijke identiteit van scholen aantast. Het kabinet wil ook bezuinigen op het godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs op openbare scholen. Dat is voor de christelijke onderwijsbestuurders het tweede bewijs dat de coalitie van VVD en PvdA geen waarde hecht aan godsdienst en levensbeschouwing.

Staatssecretaris Sander Dekker (VVD) presenteerde deze week zijn plannen voor kleine scholen. Hij komt niet met een nieuwe minimumgrens, die nu op 23 leerlingen ligt. Maar hij schaft wel de - forse - toeslag af voor kleine scholen. Scholen krijgen voortaan een bonus als ze gaan samenwerken of fuseren.

In kleine plaatsen gaat het dan haast altijd om een openbare en een christelijke school. In 82 van de dorpen met minder dan vijfduizend inwoners staat een openbare én een christelijke school. In 27 van die dorpen heeft een van de scholen minder dan vijftig leerlingen.

Daar komt de samenwerkingsschool in beeld en uit alles blijkt dat Dekker dat een mooi idee vindt, een fusie van de twee werelden die sinds 1917 gescheiden zijn. Hij wil de regels versoepelen, zodat er snel meer samenwerkingsscholen kunnen komen waarvan er nu nog geen handvol is.

Het protestants en katholiek onderwijs zijn daar niet per se op tegen; als het de enige manier is ervoor te zorgen dat een dorp een school houdt, dan werken ze eraan mee zodat het een succes wordt. Maar zowel de protestantse Besturenraad als het Centrum voor katholiek onderwijs staat er bepaald niet bij te juichen. Het christelijk element moet zichtbaar en voelbaar zijn in zo'n nieuwe school, vinden zij. Ze zien niet hoe dat is gewaarborgd als zo'n school gaat vallen onder een openbaar bestuur. Dat kan moeilijk van het personeel eisen dat het een geloofsovertuiging heeft - terwijl het voor een samenwerkingsschool wel nodig is dat een substantieel deel van het docententeam affiniteit heeft met de christelijke overtuiging.

Bovendien, zegt voorzitter Wim Kuiper van de protestantse Besturenraad, hebben protestantse en katholieke scholen hun bestaansrecht gewoon bewezen. Dwars tegen de ontzuiling en secularisering in, is het christelijk onderwijs fier overeind gebleven. 60 procent van de scholen is christelijk, tegen 25 procent openbaar. Ouders vinden het schoolklimaat prettig, de omgangsvormen, de normen en waarden, de cultuur van het christendom, de vieringen, het zingen.

Of die ouders massaal te hoop zullen lopen als hun kleine schooltje om te overleven samengaat met de openbare, dat valt nog te bezien. Hun keuzevrijheid wordt beperkt als het aanbod verschraalt, maar als het alternatief is dat beide schooltjes sluiten en de kinderen naar een ander dorp moeten, dan is de keuze wellicht snel gemaakt.

Veel hangt af van de manier waarop de samenwerkingsschool wordt ingericht. Zowel het openbaar als het christelijk onderwijs moet een veer laten, en accepteren dat de school niet meer volledig naar hun eigen wensen kan worden ingericht.

Het openbaar onderwijs laat weten dat het geen zin heeft nog langer 'in hokjes' te denken. De diversiteit is juist gebaat bij deze oplossing, zegt de directeur van de vereniging openbaar onderwijs, Bert-Jan Kollmer. Het geeft, heel praktisch, de grootste kans om een school overeind te houden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden