Twaalf keer twaalf rake klappen op een overvolle blaas

Opera’s van na 1980. Niet veel kans dat je ze na hun eerste reeks voorstellingen nog eens terugziet. Operagezelschappen leggen er graag eer mee in om de wereldpremière van een nieuwe opera te verzorgen. Het levert fijne publiciteit op. Maar na de kortstondige hype worden de operazuigelingen vrijwel altijd aan hun lot overgelaten en krijgen ze geen kans om tot volle wasdom uit te groeien.

Afgelopen week was daarom redelijk bijzonder omdat er in het Holland Festival twee opera’s te zien waren die hun wereldpremière respectievelijk in 1983 en 1989 beleefden. De ene – ’Saint François d’ Assise’ van Olivier Messiaen – in Parijs, de andere – ’De Materie’ van Louis Andriessen – in Amsterdam.

Ik hoorde Messiaens opera voor het eerst – concertant – in 1986 bij de Nederlandse première. In Muziekcentrum Vredenburg was maître Messiaen die middag zelf aanwezig, wat het gebeuren nog meer cachet gaf. Veel van wat ik als 26-jarige toen hoorde was overweldigend en onbegrijpelijk, maar dat ik iets bijwoonde dat zijn schaduw ver vooruit wierp, dat was wel duidelijk.

Bij de wereldpremière van ’De Materie’ zat ik in het Muziektheater. Ook toen begreep ik veel niet en ook toen kwam veel hard aan. Niet in de laatste plaats de honderdvierenveertig dreunend droge klappen waarmee het eerste deel begint. Ik was laat gearriveerd en bereikte net op tijd mijn plek, precies middenin op de eerste rij van het tweede balkon. Tijd voor een toen al broodnodige sanitaire stop had ik niet meer gehad. Twaalf maal twaalf keer – en slechts een voorbode van ontelbaar meer gebonk – voelde het alsof er op mijn overvolle blaas getimmerd werd.

Ik overleefde Andriessen ternauwernood en daarom alleen al was het fijn om het werk deze week nog eens in alle rust en met lege blaas te ondergaan.

Getimmer in opera. Rossini laat zijn strijkers in ’Il signor Bruschino’ met hun stokken op de lessenaar slaan. Wagner en Verdi lieten ferm op aambeelden hameren in ’Das Rheingold’ en ’Il trovatore’. Schoenmaker Hans Sachs en Mürker Sixtus Beckmesser timmeren om het hardst in ’Die Meistersinger von Nürnberg’. En ook in Messiaens opera bonkt de Engel fortissimo op de deur. Bij deze scenische ’Saint François’ viel veel op zijn plek, wat ik destijds nauwelijks bevatte.

Verrassend ook de ogenschijnlijke overeenkomsten tussen Messiaen en Andriessen. Hun gebruik van hamerende xylofonen, marimba’s en aanverwante familie is opvallend. Maar de verborgen vogeltjes bij Messiaen dienen een hoger doel dan de verstopte getalsverhoudingen bij Andriessen. Van Messiaens opgedrongen Hemelse Vreugde moet je houden. Van de louter zichzelf verheerlijkende materie in ’De Materie’ ook. Overigens echte blaasmuziek, die van Andriessen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden