Twaalf jaar lang stoned

In Nederland hebben 80.000 mensen problemen met softdrugs. Niet iedereen zoekt hulp. ( FOTO HOLLANDSE HOOGTE) Beeld Ronald van den Heerik/Hollandse

Yoram Stein beschrijft in ’Stoppen met blowen’ hoe hij na jaren van zijn wietverslaving af raakte. Het boek is een aanklacht tegen het gedoogbeleid.

Zeven jaar lang is hij nu clean. Hij heeft een hekel aan het woord. „Dat kost me nog steeds enige moeite”, zegt Yoram Stein. Niemand ziet zichzelf immers graag als een verslaafde. Niemand ziet zichzelf graag als junk. „Maar in feite was ik dat wel”, zegt Stein. En daar horen alle gevoeligheden bij die voor iedere verslaving gelden. Dus toen een journalist hem onlangs een interview in een coffeeshop voorstelde om daar over zijn boek te praten, bedankte Stein even vriendelijk als resoluut. Een ex-alcoholist doe je immers ook geen plezier met een bezoek aan een wijnproeverij.

Maar wacht eens even In een coffeeshop wordt toch vooral geblowd? Dat is toch het natuurlijke decor van hasj, wiet of cannabis? Kun je dan verslaafd raken aan softdrugs?

Inderdaad, dat kan, leert het boek ’Stoppen met blowen, de mythen, de gevaren en je laatste joint’. Sterker nog: 80.000 Nederlanders hebben problemen met softdrugs, blijkt uit een rapport waaruit Stein citeert. Van hen klopten in 2005 14.000 mensen aan bij een hulpverlener, 43 procent meer dan in 2001.

Stein, tegenwoordig leraar filosofie aan een Amsterdamse middelbare school, kan ze er in elke klas zo uitpikken, de jongens die hooked zijn aan softdrugs. „Als je met een klas praat, blijken er altijd wel een of twee problemen te hebben met cannabis.” Als die leerlingen tenminste nog naar school gaan. Want een schoolcarrière wil voor een echte verslaafde nog wel eens opgaan in nevelen. Met alle gevolgen van dien.

Zelf wist Stein, die op zijn zestiende begon te blowen onder het motto ’Ik wilde ook wel eens weten hoe dat was’, zijn studie filosofie alleen af te maken dankzij enkele perioden van scherper bewustzijn. „Dan rookte ik niet.” Want letters lezen, dat is moeilijk als je in een continue roes leeft. Net als het krijgen van diepzinnige inzichten, blijkt uit de mythes die de auteur in het boek ontzenuwt.

In totaal bracht hij twaalf jaar door met zijn hoofd in de hasj- en wietwolken. Het was vooral een treurig bestaan, bezeten door een middel. „Ik weet nog dat ik in de bergen aan het wandelen was met vrienden en dat zij droomden van een mooie vrouw en een bad, terwijl ik niets liever wilde dan een joint.”

In die periode werkte Stein op de redactie religie en filosofie van deze krant, waar hij bij tijd en wijle, naar eigen zeggen, een ’nogal verstrooide’ indruk maakte. Zo weet hij nog steeds niet waar en waarover hij destijds praatte met de uitgever die hem een boek wilde laten schrijven. „Het zal wel filosofie geweest zijn. Of Jodendom. Of mijn cannabisgebruik.”

Uiteindelijk koos Stein voor het leven. Ondraaglijk werd de gedachte dat hij alle belangrijke gebeurtenissen in zijn leven stoned zou doormaken – en dan vooral het mogelijk overlijden van zijn vader, die hartpatiënt was. „Door maar door te gaan met blowen, ontkende ik alles van waarde”, schrijft hij. Wat volgde, was de zesde afkickpoging, dit keer succesvol.

Het boek is een egodocument, maar dankzij een stappenplan ook een zelfhulpboek. Het is vooral een aanklacht tegen het ontspoorde gedoogbeleid. Stein: „Iemand zei onlangs: Elk land heeft iets idioots. In Duitsland mag je zo hard mogelijk rijden op de autobaan, in de VS is het bezit van wapens toegestaan en wij hebben het gedoogbeleid.”

Dat beleid analyseert Stein als bijproduct van de vrolijke vrijheidblijheid uit de jaren zestig. „Nederland had de spruitjesgeur achter zich gelaten, wilde gidsland zijn, tolerant. Er trad een generatie bestuurders aan die ontzettend angstig was om voor bekrompen uitgemaakt te worden”, meent hij. Pas de laatste jaren is een omslag te bespeuren, nu softdrugs het domein zijn van harde criminelen en het stijgende THC-gehalte in wiet, deskundigen dwingt het probleem onder ogen te zien.

Toch klonken al in de jaren zeventig de eerste tegengeluiden. Zo trok psychotherapeut Peter van Dalen – dankzij zijn ontwenningsmethode kreeg Stein weer greep op zijn leven – al in 1974 aan de bel. Bij zijn Jellinek-kliniek meldden zich geregeld cannabisverslaafden wier probleem absoluut niet onderdeed voor dat van verslaafden aan harddrugs of alcohol. Politieambtenaren spraken hun bezorgdheid uit over het harder wordende softdrugsmilieu en ontsporingen van scholieren. Al in 1993 wees de Rotterdamse hoogleraar psychiatrie Don Linszen op de relatie tussen schizofrenie en blowen.

Dat deze signalen lange tijd ongehoord bleven, wrijft Stein vooral andere deskundigen aan. „Het Trimbos-instituut in Utrecht bijvoorbeeld erkende pas in 2003 dat de THC-waarde in nederwiet was gestegen – zeventien jaar nadat Vrij Nederland schreef ’Wie denkt dat nederwiet nog altijd een synoniem is voor spinaziestuff is verkeerd ingelicht”, schrijft hij, zich baserend op onderzoek van VPRO-programma ’Argos’.

Achteraf is dat te begrijpen. Stein: „Het instituut stond jarenlang onder leiding van verslavingsexpert Erik Fromberg, die ooit zei dat er meer mensen doodgaan door een wespensteek dan door heroïne. Dat waren dus verlichte geesten, die wilden strijden tegen het idee dat drugs slecht zouden zijn.” Maar als je van dit soort geesten slachtoffer bent, is het vooral zuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden